Gerda Blees – Wij zijn licht

Geweldig verhaal van niet-menselijke vertellers

Recensie door Sandra Visser

Wat kunnen geitenwollen sokken, een slowjuicer of het dagelijks brood ons vertellen over een woongroep waarvan de leden geloven dat zij kunnen leven van licht en die daar zo ver in gaan dat een van hen sterft door ondervoeding? Een heleboel, zo blijkt uit de debuutroman Wij zijn licht van Gerda Blees. Eerder publiceerde zij de verhalenbundel Aan doodgaan dachten we niet en de poëziebundel Dwaallichten. In haar nawoord schrijft Blees dat ze zich heeft laten inspireren door het nieuws over het overlijden van een vrouw in een Utrechtse woongroep. Het was een opmerkelijk bericht en dat geldt zeker ook voor de roman die Blees geschreven heeft. Een fictief verhaal, schrijft ze, dat gezien moet worden als het product van haar verbeelding. 

Wij zijn licht is niet alleen een product van de verbeelding, het is het product van een enorme verbeeldingskracht en een groot inlevingsvermogen. Het verhaal wordt verteld door 25 vertellers en de meeste daarvan zijn niet menselijk. Blees slaagt er prima in om van dode, normaal zwijgende voorwerpen en abstracties geloofwaardige personages te maken. Ze laat een cello of de twijfel net zo makkelijk aan het woord als de buren of ouders. Cognitieve dissonantie en sinaasappelsap zijn net zo geloofwaardig en reëel als de raadsvrouw of familieleden. 

Compleet beeld

In treffende, humoristische en soms ook beklemmende bespiegelingen maken we kennis met de leden van de woongroep Klank en Liefde, de wijze waarop zij samenleven en hoe zij geleidelijk aan het eten van voedsel afzweren.
De nacht neemt als eerste het woord. Het is de nacht waarin Elisabeth door uitputting en ondervoeding sterft in het bijzijn van de drie andere leden van de groep. Zij roepen geen hulp in. Muriël en Petrus zijn op dat moment nauwelijks meer in staat hun eigen beslissingen te nemen. Zozeer staan zij onder invloed van Melodie, de manipulatieve leider van de groep en zus van Elisabeth. En zij zegt dat het goed is wat er gebeurt. De arts en de rechercheurs die de zaak onderzoeken, denken daar anders over. De overgebleven drie leden van de woongroep worden gearresteerd op verdenking van dood door schuld. 

De door Blees gekozen entiteiten die het verhaal vertellen, hebben een gemeenschappelijke en voor het verhaal belangrijke eigenschap. Door hun aard kennen ze de leden van de woongroep bijzonder goed. De cello waar Melodie als jong meisje op speelt, voelt wat er in haar omgaat en het huis is uiteraard getuige van wat er zich in de woongroep afspeelt. Hierdoor zijn ze in staat de leden van de groep bijna van binnenuit te belichten. Tegelijkertijd geven zij hun eigen kijk op groep en individuele leden en de keuzes die gemaakt worden of beter gezegd, die door Melodie aan de anderen worden opgelegd. Hiermee geven zij de blik van de buitenstaander weer. Samen geven ze een compleet beeld en tonen ze op een fascinerende manier de discrepantie aan die er bestaat tussen hoe de woongroep naar zichzelf kijkt en hoe de buitenwereld hen ziet.

Vermakelijke gretigheid

De voorwerpen en abstracties zijn de stille getuigen die hier ineens een stem krijgen en daar maken ze volop en met graagte gebruik van. Ze doen dat in zinnen van soms een halve bladzijde lang, met een uitschieter van drie en een halve bladzijde. Het geeft het verhaal een cadans van noodzaak, alsof alles wat in de aanwezigheid van Melodie niet gezegd kon worden er nu in één ruk uit mag komen. Niet alleen vertellen de entiteiten over de ontwikkelingen binnen de groep, ze vertellen ook met een vermakelijke gretigheid over zichzelf, soms op een wat verongelijkte toon. Zo is het huis er niet blij mee dat het tot plaats delict is verklaard en de sigaretten weten wel dat ze niet gezond zijn, maar ze vinden het onjuist dat vergeten wordt dat ze de mens ontspanning brengen. Het is bovendien een slimme manier om relevante informatie te geven over het verleden van de groepsleden. Zo weet het dagelijks brood te vermelden dat Muriël er vroeger gek was op was en Melodie daarentegen vanaf het begin een moeilijke eter.

Een eigen taal

De eerste zin van het boek spreekt al direct tot de verbeelding: ‘Wij zijn de nacht’. Wij. Het verbinden van de meervoudsvorm van het werkwoord aan een zelfstandig naamwoord dat in het enkelvoud staat, houdt Blees heel het boek vol: wij zijn de raadsvrouw, wij zijn dementie, wij zijn de twijfel. Hiermee creëert zij een eigen taal en een eigen vorm. En het werkt. Is het op de eerste bladzijde nog even vreemd, daarna voelt het als een natuurlijke grammatica en ga je er makkelijk in mee. Taal is rekbaar, als je er maar goed mee omgaat. Blees doet dat. Ook met de eerder genoemde lange zinnen heeft ze geen enkele moeite. Ze lopen als een trein, zijn goed leesbaar en ontsporen niet. Blees laat zien welke mogelijkheden taal biedt aan een creatieve, inventieve en durvende geest. 

Het consequent en geloofwaardig doorvoeren van de wij-vorm mist zijn uitwerking niet. Door de meervoudsvorm worden met name de voorwerpen en abstracties die aan het woord zijn groter en veelomvattender. Het tilt ze als het ware boven zichzelf uit. ‘Wij’ is alom aanwezig en omringt het gebeuren. Het is niet zomaar de beschouwing van een enkeling, maar van een groep, van 25 groepen, en dat legt meer gewicht in de schaal dan de individuele mening of observatie van een ik. Op deze manier kan het verhaal genuanceerder en veelkleuriger verteld worden, waardoor Blees de valkuil van rechtlijnig en te gemakkelijk oordelen vermijdt. Bovendien beschouwt de woongroep zichzelf als wij. De raadsvrouw constateert over Melodie: ‘… cliënte spreekt overwegend in de eerste persoon meervoud’ en Melodie zelf zegt:  ‘… wij zijn een groep. Wij zijn niet vier losse mensen.’ De buren zien het als volgt: ‘Als één persoon zag je ze door de wijk bewegen. Zij, die Melodie, voorop, en de anderen erachteraan.’

Vindingrijk en gedurfd

In een boek dat zo genuanceerd en vernieuwend het verhaal vanuit verschillende hoeken belicht, is het bijna logisch dat ook het verhaal zelf er iets over te zeggen heeft. Dat dit werkelijk gebeurt, verrast wel degelijk. ‘Wij zijn het verhaal’ is de meest onverwachte, vindingrijke en gedurfde stem. Een stem bovendien die nog wel het een en ander te melden heeft. Over de schrijver en de mogelijkheden die ze niet benut heeft en over de lezer die onzorgvuldig leest en er zijn eigen interpretaties maar op los laat. Het is een humoristisch en brutaal hoofdstuk, passend in een boek waarin de lezer geregeld direct wordt aangesproken. Dit maakt hem tot deelgenoot en nodigt uit tot overdenken. 

Wij zijn licht is een geweldig boek. Het is creatief, vindingrijk, vermakelijk, brutaal en verrassend. En het klopt. De opvallende vertelwijze is niet zomaar een trucje. De gekozen vorm draagt bij aan de inhoud en maakt het mogelijk om over dit toch lastige onderwerp te vertellen zonder dat het zwaar of eenzijdig wordt. Tegelijkertijd is Blees er goed in geslaagd het onbegrijpelijke handelen van Melodie en haar volgers ook voor minder spiritueel ingestelde lezers inzichtelijk te maken. 

 

 

Omslag Wij zijn licht - Gerda Blees
Wij zijn licht
Gerda Blees
Nawoord door: Gerda Blees
Verschenen bij: Podium Uitgeverij
ISBN: 9789057590009
224 pagina's
Prijs: € 21,00

steun-ons

Jaarlijks publiceert Literair Nederland ruim vierhonderd boekrecensies en literaire berichten mede dankzij donaties van lezers. Uw hulp om boekrecensies, interviews, columns en essays in de toekomst te laten verschijnen is nodig. Klik voor een bijdrage. Onze dank is groot!

Meer van Sandra Visser:

Recent

26 oktober 2020

Seksuele aantrekkingskracht als zwaktebod

Over 'De naam van de wereld' van Denis Johnson
21 oktober 2020

Een aardig plot in een wat opsommerige stijl

Over 'Een vrouw van de wereld' van Thomas van Aalten
20 oktober 2020

Reconstructie van ingrijpende gebeurtenissen

Over 'In sluitertijd' van Adriënne Schouw
19 oktober 2020

Een dunne lijn tussen feit en fictie

Over 'Eenzaam, de dapperen' van Olga Majeau
16 oktober 2020

Een lied van hoger honing

Over 'Winterbijen' van Norbert Scheuer