Geraldine Suijkerbuijk – Het leven is geen ponykamp

Originele manier van vertellen van een tof wijf

Recensie door Hettie Marzak

Kun je spreken van ‘lillende prozagedichten’? Volgens het woordenboek wordt ‘Lillen’  gebruikt bij het beschrijven van ‘een weke massa die in schuddende beweging is’, waarbij de gedachten meteen uitgaan naar een klassieke drilpudding met gelatine, of naar een dampende hoop ingewanden van een pas geslacht kalf. Maar in het voorwoord van de debuutbundel van Geraldine Suijkerbuijk, Het leven is geen ponykamp, wordt die omschrijving aan haar gedichten gegeven. Het is geen adjectief dat uitnodigt om de bundel te gaan lezen. Wie dat toch doet, ontdekt dat de bundel is samengesteld uit prozagedichten: kleine verhaaltjes zonder titel, miniaturen, tafereeltjes die over twee of drie pagina’s in een kolom zijn gezet, een enkel gedicht in de vorm van een aforisme dat apart staat.

De pagina’s zijn niet genummerd, maar de 123 gedichten wel. Ze lijken wat inhoud betreft op bladzijdes uit een dagboek, waar bijna elke dag in geschreven wordt over alles wat de dichter heeft meegemaakt en verwerkt. Dat wordt nog versterkt door beginregels als: ‘Even niet geschreven’ en ‘Ja, daar ben ik weer’. Het zouden brieven kunnen zijn, gericht aan een correspondentievriendin, of een gesprek aan een tafeltje in de kroeg waarbij je slechts een spreker hoort. De bundel is prachtig vormgegeven door Steven Oost, met een kunstwerk van Marcel Herms als omslag, dat uit te vouwen is tot postergrootte.

Verstrijken van de tijd

De steeds terugkerende onderwerpen zijn de overleden vader, ‘de man die rauwe bonen zoet maakte’ en hoe erg hij door de dichter gemist wordt, haar zoon Storm, haar hond Rav, ‘Een hond die voor 1 dag niet zijn aars/ zat te schaven aan een prinsentapijt’, haar liefde voor wijn en zelf gedraaide gehaktballen, maar vooral haar uitbundige levensstijl.

De gedichten bestrijken een aantal jaren: de zoon van wie in het begin verteld wordt dat hij 16 jaar is, start aan het einde van de bundel met zijn twintigste levensjaar. Ook de mededeling ‘ik ben inmiddels 5 badmatten en 4 banen verder’ geeft in gedicht 33 het verstrijken van de tijd aan. 

Deze bundel is een kennismaking met een vrouw die haar eigen leven leeft en daarvoor geen excuses maakt, met ‘te veel gedachten en van het leven genietend’. Ze heeft een baan in de bibliotheek in Eindhoven als ‘ongeorganiseerde biebmiep’ waar ze geniet van de aanblik van studenten die er komen werken, maar dat gevoel meteen weet te relativeren: ‘[…] Een diepe buiging/ voor alles wat hier nu voorbijloopt. Op/ een enkeling na.’ Elke morgen als ze opstaat, kijkt ze naar de tekst die boven haar bed hangt en die de titel verleende aan deze bundel. Ze heeft vriendinnen, gaat op vakantie, maakt zich zorgen over haar uiterlijk. Ze beschrijft haar dagelijkse leven en maakt de lezer deelgenoot van de gevoelens en gedachten die terugblikkend op de dag bij haar opkomen. Daarbij lijkt ze nauwelijks aan een lezer te denken en lijken de gedichten puur voor eigen plezier te zijn geschreven.

Vrolijke chaos

Het zou niet veel om het lijf hebben als Suijkerbuijk niet zo’n originele manier van vertellen had, zo sprankelend en los dat je meteen bevriend wilt raken met zo’n tof wijf. Alle gedachten en invallen van Suijkerbuijk buitelen in vrolijke chaos door de gedichten heen, alsof ze voorbeelden zijn van automatisch schrijven, zonder vooropgezet idee. Ze zet gewoon op papier wat er in haar hoofd opkomt. Een fragment uit gedicht 50 illustreert dit:

‘[…] Ik zeg, ontkurk
 en omarm het leven. Maak een flikflak
 over die kutpoortjes op het station als
 je geen OV hebt en toch naar de andere
 kant moet. Houd je toilet schoon. Dat
 maakt mijn hoofd ook zuiver. Ik ben
 Pippie Langkous falderie faldera.
 […]
 Ik ben net als onkruid, overal.’

Op een grappige manier weet Suijkerbuijk mensen, dieren en dingen beeldend te beschrijven: haar aanbeden hond is ‘een bruine blafgod’ en een vrouw met ‘een anitameijerkapsel’ staat je meteen voor ogen. Pubers ‘ruiken de/ lente en dat voelen ze in hun boxers.’ Haar taalgebruik is origineel en vloeiend, alsof het haar geen enkele moeite heeft gekost om te schrijven. Zo is bijvoorbeeld haar brief aan Sinterklaas een mooi voorbeeld, al is het gedicht te lang om hier in zijn geheel te citeren. ‘Lieve Sint, mocht je echt bestaan en / mij het voordeel van de twijfel geven, / dan heb ik best een leuk verlanglijstje / voor je. Iets waar je je best voor moet / doen. Maar na een turbulent jaar vind / ik dat ik het wel verdien om de gekste / cadeaus te krijgen. // […] // […] Dat mijn hond geen / salto meer maakt in een mesthoop / en dat mijn vriend nieuwe wervels krijgt. // […] // Wil je mijn tandarts vragen nooit / met pensioen te gaan Sint? Een / robotstofzuiger hoef ik niet, want / stofzuigen hoort bij mijn primaire / Levensbehoeftes.’ Waarna ze, nadat ze allerlei buitenissige wensen genoemd heeft, eindigt met:

‘Morgen komt de schoorsteenveger,
 dus dat gat moet niet echt lastig zijn.
 Vol verwachting klopt mijn hart.’

Optimisme en levensvreugde

De dichter wisselt drama af met nuchterheid, liefde met boosheid, hoogdravendheid met platvloerse uitdrukkingen. De gedichten zijn soms kinderlijk en speels, laconiek en filosoferend tegelijk, maar door alles heen klinken een overweldigend, niet klein te krijgen optimisme en levensvreugde en dat is het wat deze bundel zo aantrekkelijk maakt. Je kunt je als lezer afvragen of dit wel een gedichtenbundel is, en of het waar is dat een gedicht een gedicht is als de dichter zegt dat het een gedicht is. Je kunt je afvragen of er niet te veel clichés en platitudes in staan: ‘Kleine kinderen, kleine zorgen, grote/ kids, grote zorgen. Geen kids weinig/ zorgen. Ik had hem voor geen goud/ willen missen. En bloed kruipt toch/ waar het niet gaan kan.’ Je kunt je afvragen of het niet steeds over hetzelfde gaat, dode vader, hond, buren, eten, alledaags leven, maar je moet je gewonnen geven door die bruisende levenslust. De humor en de zelfspot van de dichter nemen je ogenblikkelijk voor haar in, evenals haar ontwapenende eerlijkheid, al is het wel veel wat er op je afkomt, want Suijkerbuijk ratelt maar door zonder adem te halen. Het is even wennen, maar uiteindelijk lees je door, omdat je alles van haar wilt weten. Gedoseerd lezen is het advies.


Het leven is geen ponykamp is verkrijgbaar bij Uitgeverij Petrichor.

 

Omslag Het leven is geen ponykamp - Geraldine Suijkerbuijk
Het leven is geen ponykamp
Geraldine Suijkerbuijk
voorwoord | Jo Komkommer - Tekeningen | Marcel Herms
Verschenen bij: Uitgeverij Petrichor (2024)
134 pagina's
Prijs: € 30,00

Om Literair Nederland draaiende te houden, zijn wij afhankelijk van vrijwillige bijdragen. U kunt ons steunen via de rode knop. Waarvoor onze hartelijke dank!

Meer van Hettie Marzak:

Recent

De kunst van rake zinnen   
19 juli 2024

De kunst van rake zinnen  

Over 'Lotgenoten' van Sabrine Ingabire
Een duivelspact
18 juli 2024

Een duivelspact

Over 'Een hart van prikkeldraad' van Lisette Lewin
Een schitterende lawine van woorden
16 juli 2024

Een schitterende lawine van woorden

Over 'Londen' van Louis-Ferdinand Céline
Wat staat mij als dichter te doen
15 juli 2024

Wat staat mij als dichter te doen

Over 'De verliefde engel' van Bart Koubaa
Een vogel per maand
13 juli 2024

Een vogel per maand

Over 'Dit gaat nooit voorbij   ' van Octavie Wolters

Verwant