Georges Perec – "53 dagen"

Een kwellend vraagteken

Recensie door Adri Altink

Een ‘armzalig leraartje wiskunde op het Frans Lyceum’ wordt ontboden bij de Franse consul in Grianta, de hoofdstad van een niet nader genoemd Afrikaans land dat vroeger een kolonie was van Frankrijk. Hij krijgt van hem de opdracht te achterhalen wat er gebeurd is met de spoorloos verdwenen detectiveschrijver Robert Serval, pseudoniem van Stéphane Réal. Het ‘leraartje’ (wiens naam Veyraud veel later maar één keer terloops wordt genoemd) zou hem moeten kennen van de middelbare school in Étampes. De consul geeft Veyraud een envelop met een manuscript mee van Serval, waarin volgens die schrijver zelf de oplossing van zijn mysterieuze verdwijning te vinden zou zijn. Alsof dat niet raadselachtig genoeg is blijkt Veyraud zich bovendien niemand te herinneren met de naam Stéphane Réal. Met die gegevens in amper veertien pagina’s wordt de lezer door Georges Perec zijn onvoltooide laatste roman “53 dagen” (de aanhalingstekens zijn essentieel) in getrokken.

Wie niets van Perec weet zal snel verzanden in de complexe verhaallijnen. Voor liefhebbers van zijn werk is diens zwanenzang een ware lusthof. Om er ten volle van te kunnen genieten zijn kennis van de belangrijkste autobiografische gegevens van de schrijver en van zijn liefde voor het onderuithalen van verwachtingen en zijn ingenieuze spel met taal en intertekstuele verwijzingen onontbeerlijk. Door zijn longkanker kon Perec die in 1982 stierf de roman niet afmaken. Twee van zijn beste vrienden, Harry Mathews en Jacques Roubaud, bezorgden zeven jaar later echter een uitgave die vanaf de plek waar Perec de pen moest neerleggen is aangevuld met aantekeningen die in allerlei nagelaten mappen, cahiers en kladvelletjes werden aangetroffen. De twee waren net als Perec lid van OuLiPo, de werkplaats voor potentiële literatuur, die zich toelegde op het schrijven van teksten waarbij de auteur zich vooraf allerlei contraintes (strenge verboden en schema’s) oplegde.

Stendhal

Eén van de vele contraintes was dat Perec de roman wilde schrijven in 53 dagen, de tijd die Stendhal nodig had gehad voor zijn De Kartuize van Parma. Stendhal, pseudoniem van Marie-Henri Beyle, schreef die roman in 1839. Hij bestaat uit achtentwintig hoofdstukken.
Naast de – niet gehaalde – opzet om zijn roman in 53 dagen te voltooien volgt Perec in “53 dagen” ook de indeling van Stendals roman in achtentwintig hoofdstukken, verdeeld in twee delen en begint hij de zinnen van elk hoofdstuk met een echo van de beginzinnen van het gelijkgenummerde hoofdstuk van De Kartuize van Parma. Hoofdstuk V bijvoorbeeld van Stendhals werk begint (in de Nederlandse vertaling van Theo Kars) met ‘Het hele avontuur had nog geen minuut geduurd’ en dat van Perec met ‘Dit hele avontuur eindigt met een kwellend vraagteken’.

Het eerste deel is bij Perec getiteld 53 dagen (een titel die op het omslag een citaat is van de naam van dat deel en daarom als romantitel tussen aanhalingstekens staat) en het tweede deel Un R est un M qui se P de L de la R. In het Nederlands is die Franse titel intact gebleven omdat het een code is die de speurder dient te ontcijferen. Die blijkt te moeten worden gelezen als ‘Un Roman est un Miroir qui se Promène le Long de la Route’ (een roman is een spiegel waarmee men langs de weg wandelt). Dat is weer een parafrase van het motto van hoofdstuk XIII van Het Rood en het Zwart van Stendhal. Dat motto stond voor diens credo dat de roman de werkelijkheid dient te weerspiegelen. Ook die spiegeling is in Perecs roman voortdurend aanwezig, zij het dat die bij hem lang niet altijd de werkelijkheid betreft. Perec spiegelt voortdurend woorden en romans van anderen in “53 dagen.

Paspoort

Dat zijn nog maar de meest opvallende verwijzingen. Het is voor de Perecliefhebber een heerlijke puzzel om er nog veel meer te ontdekken. Er zijn er legio. Zo komt in het tweede deel een professor Shetland voor, een anagram van Stendhal; Veyraud is wiskundeleraar in de stad Grianta, wat waarschijnlijk weer een letterkeer is van de Romeinse naam van Stendhals geboortestad Grenoble, Gratian(opolis); er is een verwijzing naar het (fictieve) Marhenbey-schandaal, waarvan de naam is samengesteld uit de letters MAR(ie) HEN(ri) BEY(le), Stendhals burgerlijke naam.
Dergelijke verborgen hints zitten ook in cijfers. Het paspoort van één van de personages heeft nummer 233184259, wat te lezen is als 23-3-1842 (de geboortedatum van Stendhal) en 59 (de leeftijd waarop hij stierf.

Namen en nummers verwijzen een aantal keren naar figuren uit romans van anderen, maar vooral ook naar Perecs eigen leven en werk. De meest uitgebreide zien we in het tweede hoofdstuk waarin Veyraud aan de hand van een foto van klas 4B in Étampes probeert te ontdekken of er ene Stéphane Réal bij was. Perec zelf zat enkele jaren op het lyceum in Étampes en de beschrijving van de foto die Veyraud geeft doet erg denken aan die van klas 3B van Perec zelf die voorkomt in de biografie A Life in Words van David Bellos.
Uit de nagelaten aantekeningen die Mathews en Roubaud vonden, blijkt verder dat Perec aan het slot van de roman ook weer het verlies van zijn moeder in de oorlog had willen verwerken.

“53 dagen” is nu eindelijk in het Nederlands vertaald. Ook Perecs boekuitgave bij de film Récits d’Ellis Island en Je me souviens gaan in het Nederlands verschijnen. Edu Borger, die ook Het leven een gebruiksaanwijzing vertaalde, moet aan “53 dagen”´ een helse klus gehad hebben. Toch zijn zijn zinnen in het Nederlands soepel. En voor de grapjes van Perec, die soms moeilijk om te zetten zijn, heeft hij mooie equivalenten gevonden: ‘Maximien avait d’autres feles à fustigare’ in de originele tekst is een latinisering van het Franse gezegde ‘avoir d’autres chats à fouetter’ (letterlijk: andere katten te meppen hebben; ofwel: iets anders aan zijn hoofd hebben). Borger vertaalt de zegswijze met behoud van de latinisering zo: ‘Maximianus had nog wel alia aan zijn caput’.

En dan hebben we het nog niet gehad over de Droste-effecten van allerlei fictieve romans die Perec in de speurtocht van Veyraud opneemt. Wie van Perec houdt mag “53 dagen” niet ongelezen laten.

 

 

Omslag
"53 dagen"
Georges Perec
Vertaling door: Edu Borger
Verschenen bij: Uitgeverij Arbeiderspers (2023)
ISBN: 9789029550567
160 pagina's
Prijs: € 22,50

Om Literair Nederland draaiende te houden, zijn wij afhankelijk van vrijwillige bijdragen. U kunt ons steunen via de rode knop. Waarvoor onze hartelijke dank!

Meer van Adri Altink:

Recent

Verslag van een kleurrijk leven
15 april 2024

Verslag van een kleurrijk leven

Over 'Waar kleur is, is leven' van Tineke Hendriks
Woutertje Pieterse Prijs voor De jongen die van de wereld hield
13 april 2024

Woutertje Pieterse Prijs voor De jongen die van de wereld hield

Over 'De jongen die van de wereld hield' van Tjibbe Veldkamp
Schrijvend aan haar zuster Virginia
10 april 2024

Schrijvend aan haar zuster Virginia

Over 'Vanessa & Virginia' van Susan Sellers
Literatuur in dienst van de strijd
8 april 2024

Literatuur in dienst van de strijd

Over 'Mannen in de zon' van Ghassan Kanafani
Maksie wil een stoere baas
6 april 2024

Maksie wil een stoere baas

Over 'Maksie' van Mathilde Stein

Verwant