George Orwell – Birmaanse dagen

Bridge, tennis en tijgers

Recensie door Daan Pieters

Volgens wijlen Harry Mulisch, die iets minder onsterfelijk is gebleken dan verwacht, konden auteurs worden ingedeeld in drie categorieën: zinnenschrijvers, boekenschrijvers en tenslotte oeuvreschrijvers. Het behoeft geen betoog dat hij zichzelf tot die laatste klasse rekende. Of hij gelijk had, is voer voor filologen, maar als er één auteur is die de oeuvreschrijver belichaamt, dan wel de Brit George Orwell (1903-1950). Er zit een heldere lijn in zijn werk die uiteindelijk naar 1984 leidt, zijn laatste en wellicht bekendste boek. Die aanklacht tegen totalitarisme had hij nooit kunnen schrijven als hij daarvoor niet naar Spanje was getrokken om ten strijde te trekken tegen Franco’s troepen, op die manier kennismaakte met de dictatoriale trekken van het communisme en zijn ervaringen te boek stelde in Saluut aan Catalonië. Maar zijn linkse engagement heeft eveneens een voorgeschiedenis, want Orwell hield niet alleen een afkeer over aan de Britse upper class door zijn jaren tussen Parijse en Londense daklozen en verschoppelingen, maar ook door zijn afschuw van de Britse kolonialen in Birma (tegenwoordig Myanmar), waar hij van 1922 tot 1927 werkte als politieman van de Imperial Force en de kiem van zijn schrijverschap werd gelegd. Zijn koloniale tijd verwerkte hij in Birmaanse dagen, dat van 1934 dateert en als zijn oerboek kan worden beschouwd, ook al verscheen het pas een jaar na zijn debuut Aan de grond in Londen en Parijs. 

Het hoofdpersonage van Birmaanse dagen, de Engelse houthandelaar Flory, is een einzelgänger die een eenzaam bestaan leidt in het afgelegen Birmese stadje Kyauktada. Als een van de weinige Europeanen in het stadje brengt hij zijn vrije tijd hoofdzakelijk door met de weinige andere blanken die er wonen en die zich ’s avonds verzamelen in de Europese Club om er te zuipen, inlandse bedienden te mishandelen en banale gesprekken te voeren waarin vilein racisme steeds meer de boventoon voert naarmate de drank vloeit (‘Er komt een tijd dat je een brandende haat gaat voelen tegen je eigen landgenoten, dat je hoopt dat de bevolking in opstand zal komen en het Rijk in bloed zal smoren’).

Zijn enige echte vriend is de Birmaanse dokter Veraswami, die hij graag zou voordragen als lid van de club om hem te beschermen tegen de machinaties van de corrupte magistraat U Po Kiyin. Dat is echter zeer tegen de zin van een aantal landgenoten die dat lidmaatschap als een exclusief blank voorrecht beschouwen.

Flory ziet een uitweg uit zijn eenzaamheid in zijn reddende engel Elizabeth Lackersteen, een Engelse jongedame die bij haar oom en tante komt wonen in Kyauktada. Hij zoekt moeizaam toenadering tot haar, wat aanvankelijk niet lijkt te lukken: niet alleen de afzichtelijke wijnvlek op zijn gezicht boezemt haar afkeer in, maar vooral het feit dat hij bekendstaat als ‘intellectueel’, wat als een belediging geldt onder de lokale kolonialen. Maar dan lijkt hij toch haar hart te winnen tijdens een jachtpartij: samen dieren doodschieten schept blijkbaar een band die geen diner met kaarslicht kan overtreffen (‘Als hij maar altijd over de jacht wou praten, in plaats van over boeken en kunst en geschifte poëzie’). Zeker als Flory een luipaard voor Elizabeth schiet en haar de huid belooft, lijkt de buit binnen te zijn. Helaas verschijnt de stoere militair Verrall op het toneel en komt bovendien Flory’s voormalige Birmese maitresse roet in het eten gooien door voortdurend geld van hem te eisen en schandaal te schoppen. Daarnaast dreigt de lokale bevolking in opstand te komen…

Zoals zoveel ex-kolonialen had Orwell een haat-liefdeverhouding met de Oost: nu eens voert zijn afkeer van de lethargische hitte, de stank en de smerigheid de boventoon, dan weer komt een nostalgisch verlangen naar tempo doeloe naar boven en steekt hij de loftrompet over de Birmese kleurenpracht op een plaatselijke markt: ‘Enorme grapefruits waren aan koorden opgehangen, als groene maanbollen, er waren rode bananen, manden paarsige garnalen zo groot als kreeften, bosjes knapperige gedroogde vis, vuurrode pepers, eenden, opengesneden en bereid als ham, groene kokosnoten, larven van de neushoornkever, stukken suikerriet, dahs, lakleren sandalen, geruite zijden longyi’s, liefdesmiddelen in de vorm van grote zepige pillen, anderhalve meter hoge potten van geglazuurd aardewerk, Chinese zoetigheid gemaakt van knoflook en suiker, groene en witte sigaren, donkerrode brinjals, halskettingen van dadelpruimpitten, rieten kooien met piepende kuikens, koperen boeddha’s, hartvormige betelbladeren, flesjes zuiveringszout, valse haarvlechten, rode aarden kookpotten, buffelhoefijzers, marionetten van papier-maché, repen alligatorhuid met magische krachten.’

Het is best jammer dat er geen twintigste-eeuwse schrijvers van het kaliber van Orwell, Hemingway of Malaparte meer zijn. Zij konden niet alleen de pen voeren, maar hadden ook iets van de wereld gezien en kwamen naar huis met boeiende verhalen in plaats van zich met verwondering over het alledaagse te laten inspireren tot slaapverwekkende expressies van uiterst banale emoties. Orwells hang naar avontuur leverde knetterend, vitaal proza op dat naar verre streken doet verlangen: ‘De stroom was verstikt door het welig, sponzig gebladerte van de waterhyacint met zijn blauwe bloemen, zodat een krinkelend lint van niet meer dan anderhalve meter breedte hun als doorvaart overbleef. Het licht viel gezeefd en groen door verstrengelde takken. Soms hoorde je boven je hoofd een papegaai krijsen, maar wilde dieren lieten zich niet zien, op een slang na die haastig wegzwom en verdween tussen de waterhyacinten.’

 

 

 

 

Omslag Birmaanse dagen - George Orwell
Birmaanse dagen
George Orwell
Vertaling door: Anneke Brassinga
Verschenen bij: De Arbeiderspers (2018)
ISBN: 9789029519854
352 pagina's
Prijs: € 21,50

Meer van Daan Pieters:

Recent

21 september 2018

Schrijven met de veer van de arend

Over 'De onzorgvuldig geketende Prometheus' van André Gide
20 september 2018

Alleen of samen, in- of exclusief?

Over 'Vrouwen en macht' van Mary Beard
19 september 2018

Omdenken in optima forma

Over 'De olifant van de bovenbuurman' van Rijswijk, van, Roos
18 september 2018

Taal die bezinken moet en verwondering oproept

Over 'Laat de stilte' van Rui Cóias
17 september 2018

Twee meisjes en een oudere man

Over 'Twee meisjes en ik' van A.H. Nijhoff