Frederick Douglass – Het levensverhaal van Frederick Douglass

Een zwarte brief in een blanke envelop

Recensie door Adri Altink

Ze werden een belangrijk propaganda-instrument in het abolitionisme, de strijd voor de afschaffing van de slavernij: de beschrijvingen van ervaringen door degenen die zelf slaaf waren geweest. Amerika kent er beroemde voorbeelden van. Deze slave narratives werden ‘zwarte brieven in blanke enveloppen’ genoemd. De ‘blanke enveloppen’ sloegen op de inkadering. De getuigenissen werden meestal gepubliceerd met een inleiding en een afsluiting door hooggeplaatste blanken. Dat moest de betrouwbaarheid van de zwarte schrijver garanderen. Blijkbaar werd het verhaal als zelfstandige monografie anders – zelfs na de afschaffing van de slavernij – met ongeloof bekeken.
Van dergelijke slave narratives zijn er liefst ruim zesduizend bekend. Een ervan is de autobiografie van Frederick Douglass – volgens de ondertitel de belangrijkste strijder tegen slavernij – uit 1845, die onlangs in Nederlandse vertaling is verschenen.

De schrijver werd geboren als Frederick Augustus Washington Bailey, waarschijnlijk als zoon van een slavin en haar blanke eigenaar. Het geboortejaar was vermoedelijk 1818. Zijn achternaam veranderde hij rond 1840 in Douglass, daartoe aangespoord door de blanke abolitionist die hem had opgevangen na zijn ontsnapping. Die had de naam ontleend aan het gedicht The Lady in the Lake (daarin geschreven met één s) van Walter Scott dat hij net had gelezen.

Leren lezen

Het levensverhaal van Frederick Douglass heeft in deze Nederlandse vertaling de opzet van de oorspronkelijke ‘zwarte brief in de blanke envelop’. Het wordt voorafgegaan door een promotioneel voorwoord van de blanke uitgever van de anti-slavernijkrant The Liberator, William Lloyd Garrison, en een aanbevelingsbrief van de eveneens blanke abolitionist Wendell Phillips. In de Nederlandse uitgave wordt het boek ingeleid door Laura Visser-Maessen van de Radboud Universiteit, specialist op het gebied van Afro-Amerikaanse geschiedenis en burgerrechten. Ze beschrijft niet alleen de context van het boek, maar ook hoe het verder ging met Douglass na 1845 tot aan zijn dood, vijftig jaar later, een periode waarin hij de behoefte had zijn levensverhaal aan te passen aan nieuwere politieke inzichten.

De ondertitel van het boek dekt overigens niet de lading. We lezen slechts over de eerste twintig jaar van Douglass, toen hij daadwerkelijk slaaf was. De daaropvolgende vijftig jaar van zijn leven, toen hij onder andere politiek actief was, blijven buiten beeld.
De persoonlijke geschiedenis over zijn slavernijverleden, in zijn eigen woorden dus, is nogal feitelijk beschreven in een strikte chronologie. Opvallend is dat hij zich alle namen uit zijn slavenbestaan nog herinnert. Het idee om er een verslag van te schrijven moet dan ook waarschijnlijk al vroeg zijn ontstaan. Als kind leert hij zichzelf lezen en later zelfs schrijven. Als de vrouw van een eigenaar van Douglass hem helpt bij het lezen wordt haar man woest omdat slaven die de taal machtig worden zich kunnen gaan verzetten. Het weerhoudt de jongen er niet van om op straat zijn kennis te vergroten. Hij doorziet al vroeg de structuren die erop zijn gericht om slaven willoos te maken. Dat gebeurt niet alleen door ze dom te houden, maar ook – ontdekt hij later – door ze precies zoveel vrijheid te gunnen dat ze die gaan misbruiken en zo het gevoel overhouden dat ze het bij hun baas zo slecht nog niet hebben.

Zondagsschool

Bijzonder negatief is Douglass over de Amerikaanse kerk. De zogenaamde christenen ‘ziften de muggen uit hun drank, maar slikken een kameel weg’, zo licht hij later zijn zienswijze toe, daarmee doelend op de tegenstrijdigheid tussen hun beleden rechtschapenheid en de manier waarop ze, met een beroep op de Bijbel, hun slaven afranselen.
Douglass is al ruim voor hij in 1838 zijn laatste eigenaar ontvlucht actief in de bewustmaking van lotgenoten. Hij begint een clandestien zondagsschooltje (op zondag waren veel slaven vrij) waarin hij hen leert lezen en schrijven, maar vooral probeert hen te laten zien hoe hun onderdrukking in stand wordt gehouden. Met enkele van de bezoekers van zijn schooltje beraamt hij een vluchtplan dat echter wordt verraden. Na een korte gevangenisstraf probeert Douglass daarop in zijn eentje naar het dan van slavernij bevrijde noorden van de Verenigde Staten te vluchten. Ditmaal slaagt hij.

De beschreven feiten zelf zijn voor een moderne lezer niet meer onbekend. Bovendien vertelt Douglass tamelijk gereserveerd, alsof hij in zijn tijd geen lezer tegen zich in het harnas wilde jagen (een ingreep van zijn blanke eindredacteur?). Het relaas houdt de lezer niet voortdurend in de greep; in zekere zin wordt deze gehinderd door zijn kennis van de geschiedenis. Het levensverhaal van Frederick Douglass is vooral waardevol als tijdsbeeld: zo kwamen de getuigenissen naar buiten, zo werden ze gebruikt door de strijders voor afschaffing van de slavernij. En zo hardnekkig geloofden slaveneigenaars dat ze niets verkeerds deden.

 

Omslag Het levensverhaal van Frederick Douglass - Frederick Douglass
Het levensverhaal van Frederick Douglass
Frederick Douglass
Vertaling door: Janet Luis
Autobiografie van de belangrijkste strijder tegen de slavernij
Verschenen bij: Athenaeum, Polak & van Gennep (2018)
ISBN: 9789025309312
152 pagina's
Prijs: € 12,50

Meer van Adri Altink:

Recent

19 februari 2019

Gewoon mens blijven in de kou van Spitsbergen

Over 'Een vrouw in de poolnacht' van Christiane Ritter
18 februari 2019

Een messcherp zelfonderzoek

Over 'Neem dit lichaam' van Fatena Al-Ghorra
15 februari 2019

Aansprekende poëzie dicht bij huis

Over 'Fantoommerrie' van Marieke Lucas Rijneveld
13 februari 2019

Hoe het verleden doorwerkt

Over 'Herinneringen aan een verloren wereld' van Alba Arikha

Verwant