Frank Westerman – Te waar om mooi te zijn

De waarheid regeert

Recensie door Thibault Coigniez

Een journalist die de complexe problemen rondom globalisering wil verslaan, moet ook op zijn eigen werkwijze reflecteren. Wie laat hij aan het woord, hoe beïnvloeden zijn vooroordelen de besluitvorming en waar trekt hij de scheidslijn tussen mening en waarheid, tussen fabel en verslag? Voorgaande vragen sluimeren steeds op de achtergrond in de essays die reportagemaker Frank Westerman heeft gebundeld in zijn boek Te waar om mooi te zijn. De titel weerspiegelt Westermans fascinatie voor verhalen, die niet ontsproten zijn aan fantasie, maar realiteit. Hij slaagt erin om uiteenlopende impressies sfeerrijk en humoristisch te schetsen en ze op een natuurlijke wijze aan elkaar te breien. Uit die montage put Westerman vernieuwende inzichten op hoe de mens met zijn omgeving tracht en dient om te gaan.

Moordlustige ijsberen en sovjet-apen

Die diversiteit aan verhalen resulteert in een bizarre en schijnbaar absurde opeenvolging van gebeurtenissen. Aanvankelijk lijken Spitsberger ijsberen, Drentse motorraces of milieuactivisme rondom een Franse stuwdam weinig gemeen te hebben.  Er zijn evenwel constanten die dadelijk opvallen, zoals Westermans sobere maar puntig geformuleerde opmerkingen. Op Spitsbergen diende hij een training te volgen om zich gewapenderhand te kunnen verdedigen tegen moordlustige ijsberen. Over de veiligheidsinstructie van die training schrijft hij dat ‘die belangrijk is, omdat je een grotere kans loopt door je eigen wapen om te komen dan door een ijsbeer.’ De combinatie van de laconieke toon en het waarheidsgehalte van zulke zinnen werkt wonderwel. Wie echter lineair geconstrueerde verhalen verwacht, is bij Westerman aan het verkeerde adres.

Wat wél een rode draad vormt, is de relatie tussen mens en natuur. Het is duidelijk dat Westerman ervan overtuigd is dat de opportunistische houding van de mens tegenover zijn omgeving afgelopen eeuw heeft geleid tot catastrofes. In ‘De apenrots van de Sovjet-kameraden’ troont hij ons mee naar het verwilderde apeninstituut van de Sovjet-Unie in Georgië. De verloedering van de dieren en de wanhoop van de onderzoekers koppelt hij aan de ondergang van de socialistische heilstaat die leidde tot de oorlog in Georgië. Dat verband beklemtoont Westerman met een ijzersterke slotalinea, waarin de bundel grossiert: ‘Vier jaar nadien weet zich in de bossen rond de verlaten luchthaven nog altijd een groep bavianen te handhaven. Startsjev zou ze willen tellen, observeren […] of vangen. ‘Maar niemand durft erheen’, zegt hij. “Het wemelt er van de mijnen.”

Journalistiek impressionisme

De vluchtigheid van zijn stijl en de verscheidenheid van zijn essays corresponderen met hoe de werkelijkheid volgens Westerman in elkaar steekt. In de inleiding staat er dat ‘de werkelijkheid te weerbarstig is voor haastwerk. Zij is te krom om recht te praten, te geplooid om glad te strijken, te ongerijmd voor een limerick.’ In het essay ‘De zalm die lacht’ verweeft hij het eerdergenoemde conflict over de stuwdam met zijn eigen ervaringen als student waterbouwkunde. Vanuit zijn expertise formuleert Westerman bedenkingen en kritische vragen. Als student heeft hij namelijk bijgedragen aan de opbouw van zulke dammen, terwijl de huidige, milieubewuste jongeren ze net willen afbreken. Door dat contrast te scheppen tussen zijn en de huidige generatie jongeren tracht Westerman de problematiek van de mens-natuur-relatie op scherp te zetten.

In zulke (generatie-)conflicten voelt hij er zich zelden toe geroepen de lezer van een antwoord te voorzien. De eerlijkheid waarmee hij zijn eigen twijfels te berde brengt, dwingt je als lezer om eveneens je vooroordelen op te schorten. Die kritische en empathische participatie van de lezer dwingt de auteur af met goed getimede poëtische middelen. Aan het eind van het essay over de stuwdam schrijft hij: ‘Maar hoe ik het ook probeer, ik kom uit bij de echoput: wie roept in de lege kom van le grand lac, hoort tussen de bergwanden de tijdsgeest weergalmen. Of dat een goede geest is of een kwade, hangt af van de (on)verbeterlijkheid van de roeper die ook toehoorder is.’

Die subjectieve methode om als journalist zijn eigen waarneming te bevragen wordt expliciet tot thema gemaakt in het essay ‘In de schoenen van maestro kapu.’ Het is een ode aan en tevens een bespreking van het werk van de Poolse verslaggever Ryszard Kapuściński, door Westerman sterk bewonderd. Dankzij zijn systematische gehalte vormt dit essay een cruciaal punt van de bundel. Kapuściński is namelijk niet onomstreden, aangezien vlak voor diens dood bleek dat hij sommige zaken uit zijn duim had gezogen. Voor Westerman lijkt dat echter weinig afbreuk te doen aan de literaire spitsvondigheid, waarmee de Poolse verslaggever zijn talloze reizen beschreef. Westerman vergelijkt zijn mentor met Vincent van Gogh, omdat Kapuściński het impressionisme in de journalistiek heeft binnengebracht. De Nederlandse volgeling roemt de ongepolijste stijl van de Pool en diens voorkeur voor de parafrase, want ‘door na te vertellen kan hij de kern van de zaak beter uitlichten, eigen accenten aanbrengen. Of ons met een twist de andere kant op doen kijken, de kant die hij wil.’

Fabelachtige montage

Het gebruik van impressionistische miniatuurtaferelen, die elkaar naadloos afwisselen, bepaalt eveneens de structuur van de andere essays. De meest verfijnde toepassing hiervan is te vinden in ‘Duel op 8000 meter’. Dat handelt over een aanvaring tijdens de beklimming van de Mount Everest, die de Nederlander Bart heeft gehad met de Wit-Russin Irina. Bart heeft over dat avontuur een boek geschreven, terwijl Westerman Irina in Minsk is gaan opzoeken om haar kant van het verhaal te horen. Irina’s relaas wisselt hij af met cursief gedrukte citaten uit Barts boek. Die montagetechniek zorgt ervoor dat het onderwerp op een dynamische manier vanuit tegengestelde invalshoeken wordt belicht: ‘“ik vreesde dat hij het niet zou pikken als hij door een vrouw werd ingehaald.” “Dan hoor ik gehijg. Ik kijk om en zie dat de klimster me volgt. Ik schreeuw dat ze moet omkeren.” Irina vertelt over de ijle lucht op achtduizend meter.’

Te waar om mooi te zijn is een coherente essaybundel, die je blik op de zaken telkens probeert om te keren. In het essay met dezelfde titel als het boek schrijft Westerman dat ‘het gros van de wereldbevolking liever op fabels dan op feiten vaart.’ Ik reken mijzelf met graagte tot diezelfde meerderheid, ware het niet dat Westerman de feiten zélf fabuleus opschrijft.

 

 

Omslag Te waar om mooi te zijn - Frank Westerman
Te waar om mooi te zijn
Frank Westerman
Verschenen bij: Querido
ISBN: 9789021437064
312 pagina's
Prijs: € 20,00

Meer van Thibault Coigniez:

Recent

12 augustus 2022

Hoop op vertaling: Les Gardiennes

Over 'Les Gardiennes' van Ernest Pérochon
9 augustus 2022

Reis zonder bestemming

Over 'Mercier en Camier' van Samuel Beckett
8 augustus 2022

Hoop op heruitgave: De vermorzeling

Over 'De vermorzeling. Het verhaal van een overlevende' van Jo Elsendoorn
6 augustus 2022

Er gebeurt niets in Rathbone Road

Over 'Hoogachtend, Eliza Peabody' van Jane Gardam

Verwant