F. Starik – De gastspeler

Zoektocht door een klein stukje van de stad

Na 16 jaar is er dan eindelijk weer een lang verwachte roman van de dichter Frank Starik, onder Amsterdammers vooral bekend van zijn initiatief De eenzame uitvaart waarbij hij eenzame mensen in gezelschap van collega-dichters uitluidt aan de groeve. De Gastspeler bestaat uit 54 hoofdstukjes rond 6 hoofdthema’s.

Starik is een hartstochtelijke bewoner van de Staatsliedenbuurt in de hoofdstad. De vrij troosteloze buurt vormt het terrein waar hoofdpersoon F. zijn merkwaardige ‘belevenissen-op-de-millimeter’ beleeft. De naam F. is trouwens afkomstig van de vader van de hoofdpersoon. Hij gaf al zijn kinderen een letter omdat hij gewoonweg geen zin had de hele naam uit te spreken. Liefst had hij z’n kinderen genummerd, maar dat vond de moeder van F. niet ‘zo gezellig.’ Op blz. 40 ervaren we wat een Gastspeler eigenlijk is:
(…) Dat ben ik: de man die niets is gebeurd tot men hem komt vertellen wat er is voorgevallen. Een man die in tweedehands abstracties leeft, de gastspeler, die de regels van het spel niet helemaal begrepen heeft, de man die niet werkelijk deelneemt, omdat hij geen deel van het team uitmaakt, iemand die niet lang zal blijven, geen kans op de hoofdprijs maakt, iemand die, meer nog dan anderen, voorbijgaat. (…)

Soms doet dit boek van Starik denken aan de ondergewaardeerde en in 2007 overleden A. Moonen (spreek uit: “A punt Moonen”). Gelukkig wordt de lezer niet steeds afgeleid, zoals destijds bij Moonen, door allerhande viezigheden. Hoewel Starik er het hele boek een sardonisch genoegen in schept om ons te trakteren op scènes uit de realitysoap De Gouden Kooi, lijken deze scènes de vreemde surreële belevingswereld van de hoofdpersoon te versterken. Ook roept De Gastspeler door de tragikomische humor bij deze recensent herinneringen op aan het werk van Charles Bukowski. Wanneer F. vertelt dat een paar gezinsleden verongelukten met de auto doet hij het als volgt:
(…) Twee verongelukten met hun auto in het snelverkeer. Ik geloof niet dat mijn familie een groot talent voor autorijden heeft.(…)

Verder trekt F. die kennelijk een verhouding heeft met ene Victoria, door de Staatsliedenbuurt en alle winkeliers worden aan ons voorgesteld. Of het nu de dames van de bakkerij zijn, de bloemist of de eigenaar van de Gemakswinkel, F. heeft ze geobserveerd en ze worden met veel humor neergezet.
(…) Ze kunnen het niet goed, brood verkopen. Liever dwalen ze met een stoffer door de winkel en leggen voordeelzakken krentenbollen op volgorde, schuiven broden verder op het rek. Of poetsen met een vochtig doekje het glas van de toonbank, waarachter de luxe dingen liggen uitgestald. Ze praten onderling over hun haar. Er is er altijd wel een die net een andere kleur haar heeft genomen. Doorgaans iets roodachtig bruins. Of plotseling blond.(…)

Anders dan Vrouwkje Tuinman in De Buurvrouw, waarin een pand vervalt en alles en iedereen moet vertrekken, laat Starik zijn personen in een betrekkelijke status quo handelen en wandelen. Het lijkt alsof hij zich erbij heeft neergelegd er geen oordeel over wil hebben. F. oefent ook in het terughouden van zijn mening, maar of dat altijd lukt blijft een vraag.

Er zijn zwervers er is een Spaanse kraker (Starik kraakte vroeger ook) en bedriegers, maar ook raadselachtige buren, die hun huis weer onderverhuren. De opmerking van Starik aan het eind van het boek is aardig maar ongeloofwaardig: Iedere gelijkenis met bestaande personen of situaties berust op toeval. Een groot interview in het Parool, 13 mei jl, laat Frank Starik zien als een bewoner van de buurt, die uit zijn ooghoeken de meest vreemde figuren en gebeurtenissen registreert.

Er is een zoon van de hoofdpersoon, die luistert naar de vreemde naam: Majoor. (Van Kletsmajoors, een koekje met keiharde stukjes erin.) Hij blijft nagenoeg buiten beeld. Volgt hij een opleiding voor De Gastspeler?
(…) Majoor vond het ook tegenvallen, het houden van een huisdier. Ik vouwde een muizenren van de anderhalve meter van het deksel overgebleven dubbeltjesgaas, waar Majoor dan met de muizen mocht spelen. zijn spel bestond dan uit het opjagen der muizen, om ze vervolgens aan de staart op te tillen, tot ze vrij in de lucht hingen. Dat lukte maar heel even. De muis greep zich vast aan zijn staart, hees zich omhoog naar de kindervinger en beet. Auw.(…)

Er zijn veel hilarische momenten. F. haalt herinneringen op aan zijn krakerstijd. Hij ging op een zondag een cheque verzilveren bij het Grenswisselkantoor in de hal van het Centraal Station. De enige plek in de hoofdstad waar je geld kon halen met een cheque. Daar ontmoet hij een oom, die schichtig om zich heen kijkt:
(…) De verschijning van mijn glanzende oom aan het Grenswisselloket schokte mij op een of andere wijze. Wat deed hij daar? Op zondag? De onontkoombare conclusie drong zich op dat de brave man de rosse buurt zou bezoeken. Hij keek me wat schichtig aan, zonder te groeten, alsof hij zijn neef niet meer herkende. Ik liet het zo. Je loopt niet op een wildvreemde af om je voor te stellen als neef. De neef die zijn cheque van de steun komt verzilveren. Ik werd mij plots bewust van mijn armetierige verschijning. Onder die enorme jas stak een legging uit, mijn voeten staken in soldatenkistjes, alsof ik aan het Oostfront had gevochten. Ik droeg nog net geen berenmuts met een geweer.(…)

F. lijkt trouwens nooit zo gelukkig in zijn keuze van kleren. Hij koopt bij Mr. Bugatti (een winkel) kleren, die niet passen, legt ze in de kast om ze nooit meer aan te doen. Of hij past schoenen op de groei, strompelt naar huis en besluit deze martelwerktuigen nimmer meer aan te trekken.
Tijdens het wegspoelen door de wc van één van zijn gestorven vissen, komt F. tot spirituele gedachten. En daarna tot verdere merkwaardige pogingen om het eeuwige vast te houden. Alweer op de millimeter.
(…) Helemaal aan het eind van het riool vindt men de zee. Kom je toch nog goed terecht. Ik heb eens geprobeerd een grote vis te drogen. Na een paar dagen was het volle gewicht van de vis gereïncarneerd in een witwoelende berg maden. Transcendentie wordt dat genoemd, geloof ik, of de wet van behoud van energie: alles verandert, niets gaat verloren. Ovidius wist dat al.(…)
Het zijn dit soort vreemde uitstapjes in het hoofd van F. die ons steeds op het verkeerde been zetten. Lijken de scènes uit De Gouden Kooi absurd, is de realiteit eveneens een realitysoap voor F. Het is allemaal nog niets vergeleken bij de gedachtes en associaties in het hoofd van F. Het is niet vreemd dat Starik zijn boek het thema van De aantekeningen van Malte Laurids Brigge van Rainer Maria Rilke meegaf. Het thema is een gedachtestroom in het hoofd van de voorbijganger, die registreert, concludeert, maar pas komt tot verontrustende uitspraken wanneer het besef is gerijpt dat slechts terloopse bijna onbewuste registraties van diezelfde werkelijkheid later naar buiten kunnen komen. Als naakte waarheden wellicht? Of als werkgedachten om de realiteit steeds verder te lijf te gaan. Steeds verder aan te kunnen? Geen Gastspeler meer hoeven te zijn?

Het is de desolate zoektocht door een klein stukje van de hoofdstad, een soort On the road door de achtertuin of zoals wijlen Johnnie van Doorn zou zeggen: een speurtocht door mijn kleine hersentjes. Wat een interessant, gedreven proza, levert dat op in alle korte flitsen van hooguit 4 à 5 bladzijden. Het is te hopen dat we niet nog eens 16 jaar op de volgende mooie roman van deze unieke schrijver moeten wachten!

 

 

Omslag De gastspeler -  F. Starik
De gastspeler
F. Starik
Verschenen bij: Nieuw Amsterdam
ISBN: 9789046805312
255 pagina's
Prijs: € 0,00

Recent

19 juni 2018

De verdediging van een wingewest

Over 'Koloniale oorlogen in Indonesië' van Piet Hagen
18 juni 2018

Gezin gezien door de ogen van de jongste zoon

Over 'Daal neder, engel' van Thomas Wolfe
14 juni 2018

Scharrelen in de krabbenmand van de literatuur

Over 'Het wikkelhart' van Bertram Koeleman
13 juni 2018

Meer dan een terugblik op een schrijversleven

Over 'Dagelijks werk' van Renate Dorrestein
12 juni 2018

Soepele gedichten met goed gevonden zinswendingen

Over 'Dwaallichten' van Gerda Blees

Verwant