De setting en de sfeer die ze beschrijft, zetten de toon. Het eerste deel van Al wat schittert van Eleanor Catton heeft alle kenmerken van een klassieke ‘whodunnit’. Maar, Catton speelt met de traditionele vorm van de detective, voegt elementen toe en past hier en daar wat aan. Zo wordt Al wat schittert meer dan een gewone misdaadroman.
Twaalf mannen bevinden zich in één ruimte van een hotel in Hoktika, Nieuw Zeeland. Ze hebben ogenschijnlijk niets met elkaar te maken. In de ruimte hangt een geladen sfeer, die vaker voorkomt bij samenzweringen en moordzaken. Nieuwkomer en buitenstaander Walter Moody is door de groep omgedoopt tot detective. Hij hoort hun verhalen aan, waaruit hun onschuld moet blijken, en moet drie zaken oplossen. Het gaat om de raadselachtige dood van de kluizenaar Crosbie Wells, de mysterieuze verdwijning van de avonturier Emery Staines en de verdachte zelfmoordpoging van het hoertje Anna Wetherell. Deze drie gebeurtenissen, die plaatsvonden op de avond van 14 januari 1866 hangen met elkaar samen en hebben hoogstwaarschijnlijk één gemeenschappelijke deler: het goud dat in de hut van de kluizenaar is gevonden. De twaalf mannen zijn allen op een bepaalde manier betrokken bij de gebeurtenissen en zijn allemaal op bijzondere wijze met elkaar verbonden.
Aan het woord is de alwetende verteller die ieder personage presenteert in een volgorde die hem het beste uitkomt. Zowel innerlijk als uiterlijk kom je alles over de personages te weten. Je kent ze door en door. Zo lijkt het. Maar hier voegt de Nieuw-Zeelandse schrijfster Eleanor Catton een element toe waardoor het verhaal een andere dimensie krijgt: de astrologie. Ieder personage is verbonden met een sterrenbeeld of hemellichaam. Een sterrenbeeld of hemellichaam is meer of minder zichtbaar, afhankelijk van zijn positie ten opzichte van anderen, en afhankelijk van zijn stand in het zonnestelsel. Zo ook bij deze personages. Zij zijn meer of minder aanwezig, afhankelijk van hun rol in het verhaal en hun relatie met de andere personages.
Hoewel deze roman door haar hoogdravende taalgebruik en realistische beschrijving van 19de eeuwse personages en plaatsen prima zou passen binnen de Victoriaanse literatuur, is de keuze voor de personages vrij merkwaardig. In tegenstelling tot wat je zou verwachten, beschrijft Al wat schittert niet alleen de blanke middenklasse of arbeidersklasse, maar kent de roman een bont gezelschap van personages van verschillende rassen en milieu’s.
Op zoek naar een schuldige baseer je je op het gedrag en de acties van de personages en op de informatie die je krijgt van de verteller. Misschien koppel je die aan je eigen vooroordelen. Maar soms blijkt je eerste indruk niet te kloppen, worden bedoelingen anders geïnterpreteerd en vervaagt de grens tussen goed en fout.
Al wat schittert lijkt op een detectiveverhaal, maar kent veel meer lagen door de verteltechniek, de structuur en de toevoeging van de astrologie. De complexiteit verrijkt het verhaal, maar zorgt er ook voor dat het niet voor iedereen toegankelijk is. Eleanor Catton kreeg voor deze roman de Man Booker Prize 2013. Laten we hopen dat de vertalers Gerda Baardman en Jan de Nijs ook een prijs krijgen voor hun prachtige Nederlandse vertaling.