16 september 2009

Recensie 'Een sterfgeval in de familie' – James Agee

De woorden leven en hoe!

Over sommige boeken zou ik helemaal niets willen zeggen om er niets over te verklappen, maar er alleen op wijzen of er desnoods iets over te zingen, net zoals in dit boek de potige vader Jay en later ook de moeder Laura doen voor hun zoon op een gestikte deken in de achtertuin.

‘Meestal werd er dan niet gesproken, ze luisterden maar wat naar de geluidjes en keken omhoog naar de sterren en voelden zich heel erg kalm en blij en droevig tegelijk, en dan zette zijn vader opeens heel zachtjes in, haast alsof hij voor zichzelf zong: ‘Daal neer,’ en wanneer hij bij ‘zegekar’ kwam zong zijn moeder al mee, even zachtjes, en bij ‘voer me mee en breng me thuis’ gingen hun stemmen de hoogte in, en als hij omhoog keek van waar hij lag tussen hun hoofden dan keek hij recht naar de sterren, zo dichtbij en gezellig, met daarachter, over het topje van de hemelboog, een enorme vlaag sterrenstof als meel.’

Omdat zingen op papier moeilijk gaat en ik gebonden bent aan letters, zou ik, zonder te veel te onthullen, in zijn algemeenheid kunnen zeggen dat het gaat om een hartverscheurend portret van een gezin en een grootfamilie in het zuiden van de Verenigde Staten, voornamelijk gezien vanuit de ogen van het jongetje Rufus.
Maar het is veel meer dan dat. Het is een botsing tussen een kind en de volwassen wereld, tussen de beleving van een gevoelig kind en de vaak broeierige wereld van de volwassenen met vele onbegrijpelijke ondertonen zoals oordelen, sympathieën en antipathieën, strategieën om te overleven, hele en halve conflicten en – in dit boek – vooral geloof en ongeloof.

Het verhaal speelt zich af aan het begin van de vorige eeuw, in een tijd van de opkomst van de auto en rassentegenstellingen. Als de moeder van Rufus hem opdraagt om niet met de zwarte vroedvrouw Victoria, die hem vlak voor de geboorte van zijn zusje Emma wegbrengt naar familie, over haar huidskleur te praten, kan hij het toch niet laten om haar te vragen of ze een negerin is. Rufus voelt zich daarover schuldig, maar zij stelt hem gerust, waarop zijn wereld weer geheeld wordt.

‘Om hen heen verbreidde zich een stilte waarin hij een immense ruimte ervoer, bijna die van de duisternis zelf, en tegelijk een immense vrede en troost; en heel deze onmetelijkheid was gevuld met haar vage gezicht en het wuivende licht van de bladeren.’

Dat Agee twintig jaar aan de tekst geschaafd heeft is te merken. Hij formuleert zeer zorgvuldig, bijvoorbeeld over het vastmaken van een kousophouder bij Rufus door zijn vader Jay of vijf pagina’s lang over een ritje in de draaimolen, maar vooral toont hij zich een meester in het beschrijven van de vele schakeringen van menselijke emoties, zoals bijvoorbeeld over de spijt van Rufus als hij geprobeerd heeft een pianotoets met een lucifer bruin te maken. In het daarop volgende gesprek wijst zijn oma hem terecht wijst en vergeefs probeert de schade ongedaan te maken.

‘Toen ze zei nu blijven ze voorgoed zitten. Ze gaan er nooit meer af, had hij weer spijt. Niet zoveel als eerst maar toch spijt. Hij wilde dit haar zeggen. Maar hij kende alleen het gevoel en niet het woord, dus na even hard nadenken hoe hij het moest zeggen zei hij: Ik bedoelde het niet zo. Ze draaide zich met een ruk naar hem toe en zei nog droger en bitser dan daarvoor Hoe bedoel je je bedoelde het niet zo! Je deed het toch? Daarna had hij al heel wat minder spijt, maar nog wel een beetje spijt en het was de eerste keer in zijn leven dat hij zich zo voelde.’

De rijk geschakeerde werkelijkheid komt ook tot uiting in de gesprekken. Agee heeft een goed oog voor allerlei verschillende stemmingen. Hij neemt er de tijd voor om de familieleden te laten uitspreken en om hen terug te laten komen op eerder ingenomen standpunten. Daarbij is zijn taal niet zonder humor. Als grootvader Joel Rufus vertelt over een schilderij bij hem aan de muur dat een voorstelling uit Egypte verbeeldt, verstaat Rufus een gipte. De kinderen begrijpen vaker de woorden van de volwassenen niet, maar nooit wordt het verhaal daarmee kinderachtig. Agee beschikt over een groot psychologische inzicht, zoals blijkt uit het volgende citaat:

‘Wanneer verdriet en ontreddering het incasseringsvermogen te boven gaan, doen zich korte tijdspannen van uitputting en verdoving voor waarin men betrekkelijk weinig voelt en de illusie heeft nogal wat te onderkennen en te doorgronden.’

Zoals ook de andere citaten laten zien wordt de hoofdpersoon in de derde persoon aangeduid hetgeen afstand schept maar soms ook wringt.
Heel even treedt de schrijver zelf het verhaal binnen als hij het heeft over de stille plek waar Rufus wel eens met zijn vader in het donker zit en beseft dat zijn vader deze plek nodig heeft om tot rust te komen.

‘Deze dingen waren voor hem zonneklaar, maar natuurlijk volstrekt niet zoals wij het hier in woorden uitdrukken.’

Agee bediende zich al in 1957 van experimenteel taalgebruik, daar waar hij de Ford laat vertrekken op klanken en dat ook in de bladspiegel laat zien.

In het nawoord van de vertaler De woorden moéten leven staat dat Agee een poëtische taal wilde ontwikkelen die zo volmaakt en vlak over de hele reeks gebeurtenissen ligt als de huid over alle organen van het menselijk lichaam, de vitale zowel als de triviale. Dat lijkt me in dit magnum opus meer dan gelukt, net als de toon waarvan hij wilde dat die goed zou zijn.

Door Rein Swart

James Agee, Een sterfgeval in de familie. Van Oorschot, ingenaaid, 412 p., € 22,50. Vertaling: N. Ysebaert

Recensie 'Een sterfgeval in de familie'
James Agee
ISBN: 9789028240957

Meer van :

22 augustus 2017

Variabele verhalen in prettige stijl geschreven

Over 'Astronaut' van Pieter Kranenborg
17 augustus 2017

Vergeefse strijd heeft een mooie bundel opgeleverd

Over 'De wereld onleesbaar' van Jeroen van Kan

Recent

16 augustus 2017

Ideale bestaansvorm

11 augustus 2017

Zorgenkind of zondagskind

Over 'Herinneringen in aluminiumfolie' van Jamal Ouariachi
9 augustus 2017

Wachten op Godot aan de Moldau

Over 'Een afgedane zaak' van Patrik Ouredník
7 augustus 2017

Een kanjer

Over 'De tandeloze tijd 6 : Kwaadschiks' van A.F.Th. van der Heijden

Verwant