15 november 2010

Een goede zoon – Boudewijn Smid

De luchtigheid van een uitverkorenen

Recensie door Ingrid van der Graaf

Recensie door Ingrid van der Graaf

Het romandebuut van Boudewijn Smid is een familiegeschiedenis die zich afwisselend afspeelt in de polder en in Amsterdam, en loopt van 1970 tot 2003. In een boeiende en levendige stijl vertelt Smid hoe een gezin uiteen gedreven wordt door de gekte van de moeder en welke gevolgen dit heeft voor met name, de jongste zoon. Het verhaal is, zoals Smid openbaarde tijdens zijn boekpresentatie op 21 oktober, geïnspireerd op zijn inmiddels overleden moeder. Een monument voor zijn moeder die geestesziek was, wil hij Een goede zoon nu niet meteen noemen. Wel wilde hij, zoals hij het zelf zegt: zijn moeder met dit boek in zekere zin herwinnen op de gekte.

‘Gekke’ moeders in de literatuur: een schrijnend, maar dankbaar onderwerp. In het in 2008 in Nederlandse vertaling verschenen boek Gekkenhuis van de Franse auteur Regis Jauffret, zegt de moeder in het begin van de roman: ‘Tegelijk met het vruchtwater heb ik mijn verstand verloren.’ In haar gekte isoleert deze moeder haar gezin van de buitenwereld en is niet in staat tot liefhebben.

Krijn heeft net zo’n type moeder. Van Lenna, zijn moeder, zou je kunnen zeggen dat ze bij de geboorte van Krijn zichzelf verloor. Ze duldt geen enkele inmenging, buiten God in  haar gezin. Zelfs een arts komt er bij haar niet in. Hoewel Stan, de oudste zoon naar de christelijke dorpschool gaat, houdt Lenna haar jongste thuis. De dienst leerplicht moet er aan te pas komen om hem, als hij de lagere schoolleeftijd heeft bereikt, naar school te laten gaan. Maar met Lenna is er meer aan de hand dan een sterke moeder-kindbinding. Ze beleeft een traumatische liefde in de oorlogsjaren, met een Duitse soldaat. En in de winter van 1970, beschreven in de proloog van het boek, valt ze door een ongelukkige zet van haar man, keihard met haar achterhoofd op het ijs. Ze raakt even buiten bewustzijn en houdt daarna geruime tijd het bed. Maar dan begint de ellende pas goed. Lenna legt zich volledig toe op de Bijbel en komt niet meer buiten haar slaapkamer. Alle ingrediënten voor een tragisch boek, maar dat is Een goede zoon absoluut niet.

De familie Sterveling verhuist in de zomer van 1970 naar de polder. Vader Ward is ingenieur en neemt naast zijn werk vele taken van het huishouden op zich. Lenna is te druk met het duiden van de openbaringen van God. Nadat ze getracht heeft de dorpelingen, zonder succes overigens, te bekeren door het verspreiden van traktaten van de Pinkstergemeenschap, weet ze haar plaats. Ze komt niet meer in het dorp. Andersom weten de dorpelingen waarmee ze van doen hebben: de Stervelingen zijn sektariërs en zonderlingen.

Wanneer Krijn op de middelbare school zit wordt zijn moeder steeds gekker. Op een dag vraagt ze Krijn een stapeltje brieven, gericht aan de machthebbers van Nederland en één aan Prins Bernard persoonlijk, naar de brievenbus te brengen. God heeft haar aangewezen als adviseur van de machthebbers van Nederland en Krijn als haar koerier. Wanneer Krijn oppert dat het misschien een beetje raar is om aan de prins te schrijven, reageert Lenna furieus en zegt: ’God heeft me gezegd dat prins Bernhard de macht over het leger weer op zich moet nemen. Desnoods met geweld.’ (p. 199)

Hoewel Krijn zijn moeder adoreert, vindt hij het steeds moeilijker met haar alleen te zijn. Op een dag roept zijn moeder hem bij zich. Ze zegt dat hij is uitverkoren. Dat hij niet moet schrikken, maar dat God haar die nacht vertelde dat hij zijn vader moet vermoorden. Zijn vader is de rotte plek in hun gezin en die moet hij eruit snijden. Ze legt hem precies uit hoe hij dat moet doen. Dat het een eretaak is. Het vleesmes uit de keuken moet hij nemen. Dat mes moet hij met al zijn kracht in zijn vaders nek steken, want hij heeft een taaie nek. Voor Krijn is nu wel duidelijk hoe het met zijn moeder gesteld is. ’s Nacht begraaft hij het vleesmes in het bos.

Twintig jaar later woont Krijn in Amsterdam. Zijn vader leeft inmiddels niet meer. Hij heeft zijn leven overzichtelijk ingericht en wil dat graag zo houden. Zijn laatste relatie is tien jaar geleden verbroken. Hij heeft een baan als naamdeskundige bij een  niet nader genoemd instituut ( Smid zelf werkte op het Meertens Instituut ). Zijn taak is het in kaart brengen en verklaren van familienamen. Dat hij deze taak tijdens zijn leven niet zou kunnen afronden, geeft hem een aangenaam rustig gevoel. Twaalf jaar geleden verbrak hij alle contact met zijn moeder. Ook dat bracht hem rust.

Dan gebeuren er verschillende dingen tegelijk. Stan belt hem op. Hij vindt dat Krijn zijn moeder moet bezoeken. Ze heeft niet lang meer te leven volgens Stan, en ze vraagt naar hem. Maar hij gaat niet. Hij ontvangt een e-mail getiteld, ‘Project’: Vreemde blikken van een hem onbekende vrouw, Doris Vonkel. Doris heeft Krijn uitgekozen als partner om ervaringstheater in de publieke ruimte mee te maken: ‘een ontdekkingsreis langs mensen, rollen en verwachtingen.’  Hij gaat er niet op in. Stan belt hem weer; als hij niet naar zijn moeder gaat, wil Stan hem nooit meer zien. Dit gaat Krijn te ver en hij zwicht. De schok van het weerzien (een oude vrouw, lange grijze haren op heuplengte ligt vegeterend, maar opgewekt op bed). De weerzin die hij opnieuw voelt als hij weer geconfronteerd wordt met haar waandenkbeelden en het ontbreken van elke realiteitszin, doen hem bijna weer op de vlucht slaan.

Doris belaagt hem intussen met e-mails en belt hem zelfs midden in de nacht op. Het is bizar hoe dit gesprek zich ontwikkelt tussen hen. Krijn reageert afwerend. Maar geprikkeld door haar doortastende optreden en haar hese en lage stem, blijft hij aan de lijn. En voordat Krijn er bedacht op is, verleidt Doris hem tot het bedrijven van telefoonseks. Dat levert een kostelijke beschrijving op.

Hoe ver kan je gaan wanneer je als ‘een goede zoon’ te boek staat? Een vraag waar Krijn zijn hele leven mee geconfronteerd wordt en waar hij uiteindelijk het antwoord op vindt.

De verteltrant van Smid is to the point zonder enig sentiment, en werkt geregeld, op op de lachspieren. Dat alle vragen die opgeroepen worden niet beantwoord worden, doet er niet toe. Want wat was er nu eigenlijk aan de hand met Lenna? Was het door de klap op het ijs, maakte het moederschap haar kwetsbaar, of  was het haar traumatische liefde in de oorlog dat ze de realiteit uit het oog verloor? De geest van een ander is ondoorgrondelijk lijkt de schrijver met dit verhaal te willen zeggen. Een heerlijk en vooral eerlijk boek.

 

Een goede zoon
Boudewijn Smid
Verschenen bij: De Bezige Bij
ISBN: 9789023460152
Prijs: € 18,95

Meer van Ingrid van der Graaf:

24 september 2017

What's in a design

Over 'Kluger Hans' van Redactie o.a. Jonas Vanderschueren, Anton Steen, Dorien De Vylder,
29 mei 2017

Grasduinen in het poëzielandschap van Jozef Deleu

Over 'Het liegend konijn jaargang 15, nr. 1' van Onder redactie van Jozef Deleu
25 april 2017

Tijdschrift voor vertalers met verrassende opbrengst

Over 'Tijdschrift PLUK - De oogst van nieuwe vertalers' van Onder redactie van o.a. Anne Folkertsma, Betty Klaasse, Barbara de Lange, Anne Lopes Michielsen, Lisa Thunnissen

Recent

17 november 2017

Uitzichtloos leven in Unthank / Glasgow

Over 'Lanark' van Alasdair Gray
15 november 2017

Een portret in stukjes

Over 'Waarom ik mensen niet in mootjes hak' van Renske de Greef
14 november 2017

Diepe emoties in weloverwogen zinnen met originele beelden

Over 'Binnenplaats' van Joost Baars
13 november 2017

Een aaneenschakeling van mislukkingen?

Over 'We haten elkaar meer dan de Joden' van Els van Diggele
9 november 2017

Verlangen in vele variaties

Over 'Het raadsel van de liefde' van Andre Aciman

Verwant