Edmund de Waal – Brieven aan Camondo

Praten tegen de doden

Recensie door Andrea Kučerová

Begin oktober van dit jaar zal in het Musée Nissim de Camondo in Parijs de tentoonstelling van de Engelse keramist en schrijver Edmund de Waal van start gaan. Het is voor het eerst dat een hedendaagse kunstenaar op deze –  in meerdere betekenissen van het woord –  gedenkwaardige plek mag exposeren. De tentoonstelling is nauw verweven met zijn laatste boek Brieven aan Camondo en daarmee opgezet als een dialoog tussen De Waals porseleinen objecten en installaties en het historische meubilair en andere kunstvoorwerpen die al bijna een eeuw in dit pand gehuisvest zijn. Het herenhuis liet graaf Moïse de Camondo, vader van Nissim, in 1911 in de rue de Monceau in Parijs bouwen als een soort juwelendoosje voor zijn collectie Franse toegepaste kunst uit de 18e eeuw. In 1935 heeft hij het geheel ter nagedachtenis aan zijn zoon Nissim, voor Frankrijk gesneuveld in de Eerste Wereldoorlog, geschonken aan de Franse staat. En zo ontstond dit museum, dat valt onder Le Musée des Arts Décoratifs. 

Zo Frans als maar kan

De Waals Joodse voorvaderen (over wie hij in zijn vorige boek De haas met ogen van barnsteen schreef) delen met de De Camondo’s een vergelijkbare familiegeschiedenis. Beide families kwamen in de jaren 70 van de 19e eeuw naar Parijs, de eerste uit Wenen, de andere uit Constantinopel. De in het bankwezen rijk geworden, kunstminnende Joodse elite, assimileert volkomen in de hoge kringen van die tijd, niet in de laatste plaats door haar gulheid en loyaliteit tegenover het nieuwe vaderland: ‘Hier hadden ze de kans hun familie naar het seculiere, republikeinse, tolerante, beschaafde Parijs over te hevelen en iets met zelfvertrouwen op te bouwen’, schrijft De Waal over deze welgestelde nieuwkomers. Een zekere zweem van vijandelijkheid en antisemitische geluiden die Joden een gebrek aan authenticiteit verweten en ze als hebberige parvenu’s neerzetten, waren er al eind 19e eeuw (Dreyfus affaire). Maar met het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog keert het lot zich onafwendbaar tegen hen en worden ook deze families gedecimeerd of zelfs totaal uitgeroeid. 

Zoeken naar de perfecte compositie

Op basis van deze ‘verwantschap’ wil De Waal de grotendeels parallelle familiegeschiedenis onderzoeken en besluit dit te doen door brieven te gaan schrijven aan graaf Moïse de Camondo. Hij begint aan een langdurig, minutieus speurwerk in archieven, inventarissen, correspondentie, notities, allerlei instructies en foto’s en ontdekt gaandeweg meer overeenkomsten tussen hen beiden, zoals hun bijna obsessieve precisie en hang naar volledigheid. Moïse de Camondo was een man van de wereld en werd een echte Parijzenaar, gepassioneerd door snelheid – van auto’s, zeiljachten, paarden – door de jacht, gastronomie, reizen, maar bovenal door het verzamelen van Franse kunstnijverheid uit de 18e eeuw. De Waal beschrijft met bewondering en herkenning De Camondo’s aandacht voor voorwerpen en het plezier om ze tot hun recht te laten komen in evenwichtige composities, waarin onderdelen het beste in elkaar naar boven halen en er samenklanken ontstaan. Het nieuwe neoclassicistische ‘hôtel particulier’ dat hij tegen het Parc Monceau aan laat bouwen is een functioneel, comfortabel en van alle gemakken voorzien, modern huis en moet het juiste kader zijn voor zijn collectie, die Moïse de Camondo tot aan zijn dood in 1935 zal blijven perfectioneren en completeren, strevend naar volmaakte harmonie.  

Zonder aanhalingstekens

Terwijl de briefvorm in zekere zin afstand schept, probeert De Waal, vaak beginnend met ‘Beste vriend’ of ‘Cher Monsieur’, dichter bij Moïse de Camondo te komen. Hij filosofeert met hem over het tijdloze en het vergankelijke. De Camondo vecht tegen ‘verstrooiing’, het verloren gaan van herinneringen en voor het ‘fixeren’, verstillen van wat is. Zo stijgt een voorwerp, een huis, een mens boven de tijd uit en wordt van alle tijden en dus aan vergetelheid onttrokken. Het Musée Nissim de Camondo is een museum, maar ook nog steeds een herenhuis, een ‘citaat zonder aanhalingstekens’. Verleden en heden vormen één doorlopende lijn. Dat is geschiedenis, af- en aanwezigheid tegelijkertijd. De Waal volgt hem hierin, al voelt hij een meningsverschil als het gaat om ‘stof’ dat door de tijd heen voorwerpen bedekt. Voor hem is het een ‘indicatie van tijd’ , terwijl  Moïse de Camondo dat stof lijkt te willen weren om spoorloos het tijdloze te bereiken. Het zijn deze melancholische mijmeringen die dit boek zo bijzonder maken. De Waal komt met onverwachte associaties, laat technische uitleg – bijvoorbeeld die van ‘de kunst van het fineren’ –  als een gedicht klinken, stelt vragen aan De Camondo en gist naar mogelijke antwoorden. 

Visite théâtralisée

Enkele laatste brieven, die trouwens veel minder brieven zijn, maar vaak eerder staccato opsommingen van tragische gebeurtenissen die Joodse families troffen – zo ook de familie De Camondo en die van de schrijver – beschrijven de planmatige vernietiging en benadrukken de verwantschap tussen beide families. In zekere zin is dit overbodig. Het stille drama van de poëtische overpeinzingen over vergankelijkheid en geheugen is prachtig en raakt diep. Het nauwkeurig gedocumenteerde, dramatische feitenrelaas voegt daar niet veel aan toe. Maar misschien spreekt pracht en praal die door onrecht en bruut geweld verwoest wordt, directer tot de verbeelding van lezers en beklijft daardoor beter. Net als foto’s.

Het Musée Nissim de Camondo biedt zijn bezoekers tegenwoordig een rondleiding aan door Pierre Godefin, maître d’hôtel van graaf Moïse de Camondo. De acteur die de butler Godefin speelt, leidt de bezoekers rond door het huis inclusief de dienstvertrekken aan de rue de Monceau tijdens een receptie die plaatsvond op 3 juni 1930. Dit verrassend anachronisme is een mooie illustratie van het thema van de tijdloosheid die in dit boek gevierd wordt en geeft een soort droste-effect aan het boek van De Waal en het leven van de De Camondo’s.

 

Omslag Brieven aan Camondo - Edmund de Waal
Brieven aan Camondo
Edmund de Waal
Vertaling door: Reintje Ghoos en Jan Pieter van der Sterre
Verschenen bij: De Bezige Bij
ISBN: 9789403124513
128 pagina's
Prijs: € 21,99

Meer van Andrea Kučerová:

Recent

16 september 2021

De kracht van fictie

Over 'Het leugenlabyrint' van Paul Binnerts
15 september 2021

Leren van een vogel hoe te leven

Over 'Vlieglessen' van Charlie Gilmour
14 september 2021

Het beste is je over te geven aan de fantasie van de schrijver

Over 'Arc ' van Richard Osinga
13 september 2021

Puzzelen aan een zondvloedverhaal

Over 'Het Drogsyndicaat' van Mischa Andriessen
10 september 2021

Liefde voor het verborgene en mysterieuze in de natuur

Over 'Vesper' van Anne Broeksma

Verwant