Dubravka Ugrešić – Museum van onvoorwaardelijke overgave

Miniaturen uit ballingschap, voor langzaam lezen

Recensie door Elisa Veini

‘Er zijn twee soorten vluchtelingen, met en zonder foto’s,’ citeert Dubravka Ugrešić een Bosnische vluchteling op een van de eerste pagina’s van Het museum van onvoorwaardelijke overgave. In het oorspronkelijk in 1997 verschenen boek verweeft Ugrešić essay met fictie, het verleden met het heden. De boventoon voeren haar ervaringen van ballingschap en herinneringen aan Joegoslavië, haar land van herkomst dat er niet meer is. De heruitgave is nu ongewild actueel door de oorlog in Oekraïne, maar Ugrešićs verhalen bezitten een tijdloze kwaliteit die de bundel uittilt boven de tijd en de context waarin ze geschreven zijn. Mensen die op een of andere manier losraken van het leven dat ze gewend zijn en gedwongen zijn zich te heroriënteren in een minder vertrouwde wereld zijn van overal en altijd.

Fragmenten en flarden

Net zoals in haar andere essays, romans en verhalen, richt Ugrešić zich op het persoonlijke, op fragmenten en flarden uit het verleden, dat wat blijft en beklijft. Op bezoek bij haar bejaarde moeder in Zagreb bladert ze door oude fotoalbums en herinnert zich weer details die buiten haar weten om ergens in haar geheugen zijn genesteld. Zo is er de ‘Singervorstin’, een naaister, die vanuit het perspectief van de kleine Dubravka één was met haar mechanische naaimachine. Er zijn schoolboeken uit de tijd, toen alle volkeren van Joegoslavië broeders met elkaar waren – een opgelegde nationale eenheid, die ze eind jaren tachtig wreed uit elkaar zag spatten. Het kleine en particuliere werpt licht op de wereld erachter. Ze geeft een stem aan het verleden van haar moeder, die als jonge twintiger de grens overstak vanuit Bulgarije, trouwde en bleef. Als kind kreeg Ugrešić te horen dat ze als half-Bulgaars ‘anders’ was en daarom er niet helemaal bij hoorde. Iedereen was toch niet helemaal gelijk.

Dat ‘anders’ is prominent aanwezig in Het museum van onvoorwaardelijke overgave. Voor Ugrešić is ballingschap een gegeven: ze schrijft in het Kroatisch, maar ze is gevormd door het voormalig Joegoslavië, niet door een land dat Kroatië heet. In het nawoord bij de heruitgave constateert ze dat ze zich tegenwoordig meer een Nederlandse dan een Kroatische schrijver voelt: ze woont straks dertig jaar in Amsterdam. Dat ze internationaal bekender is dan in Nederland, zegt uiteraard meer over het Nederlandse literaire klimaat dan over de schrijfster en haar werk dat in tientallen talen is vertaald. Voor haar romans en essays heeft ze meerdere internationale prijzen gewonnen, waaronder de ‘Amerikaanse literatuur-Nobel’, de Neustadt International Prize for Literature in 2016.

Een blijvende tijdelijkheid

Of ze nu in Berlijn is of in de Verenigde Staten waar ze aan een universiteit lesgeeft, ze ziet om zich heen mensen die zo zijn zoals zij zelf: gegrepen door een blijvende tijdelijkheid, zonder een vaste verblijfplaats, of, zoals ze in een interview zegt, ‘transnationaal’ of ‘post-nationaal’, mensen wiens identiteit niet bepaald wordt door hun plaats van herkomst. ‘Het enige wat ik tegenwoordig bezit, is een koffer,’ schrijft ze. Die laconieke uitspraak staat in een scherp contrast met haar herinneringen aan haar volwassen leven in Zagreb, waar ze lesgaf aan de universiteit. Als ze haar hechte groep vriendinnen van toen beschrijft, laat ze bovennatuurlijke dingen gebeuren, alsof het gewone, vrolijke leven van toen waarlijk op een ander planeet en in een ander tijdperk plaatsvond.

Haar heden is de Chinese buurman in Berlijn die lukraak nieuwe bestemmingen zoekt op de kaart, alsof de wereld een groot pingpongspel was. Veel landen vindt hij gewoon ‘shit’. Het is ook de vriend die haar een kaart van Joegoslavië geeft, waarop ze haar oude wereld in het klein terugvindt. ‘Ik ben een schipbreukeling, ik kom uit Atlantis,’ zegt ze tegen haar vriend. Als ze klaagt dat ze eenzaam is, zegt een andere vriend: ‘In Berlijn is iedereen eenzaam. Om een of andere reden heeft nooit iemand tijd.’ Een enkele keer ventileert Ugrešić haar eigen cultureel onbehagen, zoals wanneer ze verslag doet van haar Indiase huisgenoten op een Amerikaanse campus. De drie jonge vrouwen nemen zich alle tijd in de badkamer en maken lawaai in de keuken, die ze bezetten met hun Indiase gerechten. Gelaten en verongelijkt volgt ze hun doen en laten: dat ze een huis met hen deelt vindt ze hoe dan ook een administratieve fout, want zij is docent en de drie vrouwen zijn ‘pas’ studenten.

Maar meestal schetst ze rake portretten van mensen die vaak gedwongen en soms vrijwillig niet binnen de nauwgezette grenzen van één identiteit of herkomst passen. De schitterendste parels zijn zeer compact. Neem het anekdotische verhaal van vijftien regels, waarin Ugrešić in een Italiaans restaurant in Berlijn in het Kroatisch aangesproken wordt door een Iraanse ober met een Bosnisch accent. Om in het restaurant te kunnen werken doet hij alsof hij Italiaans is. Zulke miniaturen zijn er om langzaam gelezen te worden en op je te laten inwerken. De strekking ervan echoot nog lang na.

 

Omslag Museum van onvoorwaardelijke overgave - Dubravka Ugrešić
Museum van onvoorwaardelijke overgave
Dubravka Ugrešić
Vertaling door: Roel Schuyt
Verschenen bij: Nijgh & Van Ditmar (2022)
ISBN: 9789038811574
336 pagina's
Prijs: € 20,00

Geef een reactie





 

Meer van Elisa Veini:

Recent

27 mei 2022

Wij roeien ruggelings naar later

Over 'Hoe verschillig' van Marjoleine de Vos
26 mei 2022

Klassiek in kleur

Over 'Saïdja en Adinda' van Multatuli en Dick Matena
23 mei 2022

Komische demonen in Rotterdam

Over 'De geschiedenis van Marthe' van Daniël Dee
20 mei 2022

Kruistocht tegen woke denken

Over 'Herfstdraad' van Jamal Ouariachi
19 mei 2022

De aarde roept

Over 'Aarde eten' van Dolores Reyes

Verwant