Donald Niedekker – Kraai

Jaloers op de kraai

Recensie door Martenjan Poortinga

Donald Niedekker is dichter en schrijver. Hij publiceerde met fotograaf Harold Naaijer een aantal reisboeken. Hierna publiceerde hij een lange lijst aan romans, novellen en dichtbundels. Zijn romandebuut is Hier ben ik uit 2002. Met zijn laatste roman, Waarachtige beschrijvingen uit de permafrost (2022), won hij de F. Bordewijk-prijs en stond hij op de shortlist van de Boekenbon Literatuurprijs. Het boek is ook genomineerd voor de Libris Literatuurprijs 2023.

Voor en tijdens het schrijven aan die laatste roman schrijft hij Kraai, een novelle. Het lijkt een soort dagboek, zich afspelend in voorjaar en herfst, met allerlei poëtische en filosofische observaties over de natuur in zijn woonomgeving in de kop van Noord-Holland, en dan met name over de kraai.

Op sommige momenten is deze novelle bijna een prozagedicht. Niedekker geeft prachtige beschrijvingen van zijn waarnemingen in zijn omgeving: roodborstjes, koeien, gras, wolken. Alles komt bij hem binnen. Vooral kraaien. ‘Kraai, waar ben je?’ luidt de eerste regel. De ik-figuur (laten we aannemen dat het de schrijver is) spreekt de kraai rechtstreeks aan. Hij roemt zijn gekras, de conversaties die de kraaien onderling voeren, de rust en kalmte die ze uitstralen.

Zijn vrienden de kraaien

Hij beschouwt de kraai als de inspiratiebron om te schrijven. ‘Als ik met jou praat is het alsof ik met de nacht praat, die opent naar een ander licht, die uitzicht biedt op een vergeten kust.’ De kraai verleidt hem om het schrijven op te pakken en ermee door te gaan. Niet alleen met deze novelle, ook met de roman waaraan hij bezig is en die hem soms tot radeloosheid en wanhoop brengt. Maar telkens zijn daar weer zijn vrienden de kraaien die hem allerlei inzichten aanreiken. Ze zijn de wake-up call, de kraaien zeggen hem door te zetten met schrijven, en leren hem observeren. Ze zijn de schildwachten, omroepers, boodschappers.

Vroeg in de morgen, als de schrijver zijn tai chi- en andere gezondheidsoefeningen doet en als hij allerlei poëzie reciteert om in het ritme van het schrijven te komen, roepen de kraaien door hun gedrag en hun conversatie van alles bij hem op. ‘Je roept een gat in de tijd.’ En: ‘Kraaienochtenden geven stevigheid aan het begin van de dag. Houvast.’ Behalve Nederlandse reciteert de schrijver ook Chinese en Japanse poëzie.

Het kraaigekras versterkt voor hem de verstilling van de ochtend. Het reciteren van poëzie beschouwt de schrijver als vingeroefeningen. Het lijken rituelen, net zoals zijn tai chi-oefeningen: een soort ‘ambachtelijke bedding’. Al deze rituelen ervaart hij als meditatie die hem in de juiste stemming brengt om te schrijven. ‘Onderhand is schrijven voor mij ademen geworden.’

Afgunst

Niedekker vergelijkt de kraaien met zijn eigen soortgenoten, de mensen. De kraai is in zijn ogen eerlijk, heeft geen verborgen agenda. De vanzelfsprekendheid van het bestaan van een kraai vervult hem soms met afgunst. Die jaloezie op de kraai wordt mooi beschreven. ‘Doen, zijn en doel’, zo kijkt hij naar die zwarte vogels. De kraaien lijken zo onbekommerd direct te leven, zonder tussenkomst van gedachten over wat hoort, wat moet, wat niet mag en wat niet hoort. ‘Ons gedrag [als mens] valt zelden samen met onze intenties.’

En daarbij gaat het hem niet zozeer om te leven als een vrije vogel of iets dergelijks; hij geeft aan dat de kraai meer is dan een vogel, hij is een symbool en dan niet voor de dood of voor rouw, maar voor eerlijkheid, ongecompliceerdheid en ook voor een bepaalde mate van intelligentie. De natuurobservaties zijn uitgebreid, helder en prachtig, poëtisch en filosofisch. De schrijver ziet alles: mieren die door een roodborstje worden gegeten, koeien in wier ogen hij verdrinkt, luchten, onweer, de voortschrijdende zomer met zijn hitte en zijn buien. Alles komt voorbij. Ook daarin schuilt de rust die de schrijver nodig heeft om te schrijven. Het toont zijn verbondenheid met de aarde en de natuur.

Onzekerheid

Zoals gezegd heeft Niedekker aan Kraai gewerkt tijdens het schrijven van Waarachtige beschrijvingen uit de permafrost. Hij vermeldt dat ook in deze novelle. ‘Een boek is af, aan een ander moet, wil ik beginnen, maar ik vind de juiste ingang niet…’ Hij deelt zijn onzekerheden rondom het schrijven, het vinden van de juiste woorden, het buitensluiten van de wereld die de actualiteit aan hem opdringt. Hij wil in zijn eigen wereld of liever in die van de kraai zijn en blijven. Hij wil niet gebonden zijn aan de wetten van de ruimte. Maar ‘De inkt kruipt waar hij niet gaan kan’. En dan hoort hij weer het gekras van zijn kraai. ‘Je bent ook in mij, als een gedicht, een haiku, als een grondtoon of middelpunt waarin ik me kan terugtrekken en tegelijk met al het zijnde verbonden weet. Een punt dat alle punten insluit. Jij bent mijn houvast.’ De kraai als beschermer van zijn denken, zijn schrijven, zijn wereld.

Omslag Kraai - Donald Niedekker
Kraai
Donald Niedekker
Verschenen bij: Uitgeverij Koppernik (2021)
ISBN: 9789083174471
80 pagina's
Prijs: € 8,00

Om Literair Nederland draaiende te houden, zijn wij afhankelijk van vrijwillige bijdragen. U kunt ons steunen via de rode knop. Waarvoor onze hartelijke dank!

Meer van Martenjan Poortinga:

En Danijel is bang

En Danijel is bang

Over 'Bij het ontstaan van de wereld' van Drago Jančar

Recent

Geen kinderachtige gedichten voor kinderen
20 juli 2024

Geen kinderachtige gedichten voor kinderen

Over 'Plint' van verschillende auteurs; redactie Mia Goes
De kunst van rake zinnen   
19 juli 2024

De kunst van rake zinnen  

Over 'Lotgenoten' van Sabrine Ingabire
Een duivelspact
18 juli 2024

Een duivelspact

Over 'Een hart van prikkeldraad' van Lisette Lewin
Een schitterende lawine van woorden
16 juli 2024

Een schitterende lawine van woorden

Over 'Londen' van Louis-Ferdinand Céline
Wat staat mij als dichter te doen
15 juli 2024

Wat staat mij als dichter te doen

Over 'De verliefde engel' van Bart Koubaa

Verwant