Désanne van Brederode – Verzonnen grond

Fraaie vertakkingen die ontstaan vanuit een wat troebele hoofdstroom

Recensie door Albert Hogeweij

De van huis uit filosofe Désanne van Brederode (1970) is bekend door haar romans, essays en columns waarin ze vaak levensbeschouwelijke thema’s aansnijdt. In haar werk is ze maatschappelijk betrokken; haar gedachten zijn op de menselijke maat gesneden en soms met een scheutje religieuze waarden vermengd. Verzonnen grond is haar eerste poëziebundel waarin ze met vierenvijftig gedichten stevig aftrapt, maar zich ook overwegend lijdzaam en aftastend opstelt.
Die aftastende houding doen de gedichten behoorlijk uitdijen. Te midden van de alledaagse dingen en in een eenvoudige schrijfstijl stelt een door liefdesleed beproefde vrouw zich vragen. Zij spiegelt zich aan haar omgeving en meet zich met het verlies van een vallend blad in het najaar of stelt zich op de proef ten overstaan van het frisse lentegroen. De ‘ik’ in deze gedichten zoekt naar een nieuw evenwicht.

Het rampjaar

Haar woordkeuze is weloverwogen, en zoomt in op soms behoorlijk tegenstrijdige gevoelens. Hier en daar laat dat een aardig neologisme opbloeien als ‘nijgdrang’ of ‘het ei-groenste e-mineur’. Maar iets in de candlelight-trant van: ‘wat te mooi, te waar is voor onze ogen / te behouden voor de liefde zelf’ sluipt er ook in.  ‘Een kus, te zeer van valse hoop op happy end vervuld’ wordt evenmin geschuwd. En Happinez lijkt met ‘een samenzijn waaraan je eindelijk / mocht worden wie je was’ niet ver. Van de weeromstuit kan het ook een andere kant opgaan, zoals in het openingsgedicht Lente: ‘Welkom bij deze nieuwste versie van uzelf.’ In de cynische ontvouwing die daarop volgt blijkt dat die nieuwste versie een aardige veer heeft moeten laten en het niet zal halen bij het voorbije geluk.

Het geluk van anderen, daarentegen ‘wordt automatisch jubelend vertaald / en opgeslagen. In codes die u zelf niet kraken mag.’ Maar niet overal lijken de kansen verkeken. Elders lezen we namelijk: ‘Er ligt een gloednieuw leven voor je klaar (…) Alles kan anders. Half november ja, maar / waarom zou het niet al zomer kunnen zijn?’ Met de mogelijkheid in een nieuw leven te vluchten rijst ook de twijfel en de ‘vrees dat er een breuk met het vertrouwde / wordt gevraagd.’ Teveel gehecht aan haar littekens. En tja: ‘Wat moet je met een gloednieuw leven?’ De ik is te ‘trots’ op haar ‘vastberaden weigering’ de ‘tekens’ van een nieuw leven in haar voordeel te duiden en teveel ‘realist’ om zichzelf voor het lapje te houden en de dingen mooier voor te spiegelen dan ze zijn.

Tussen hoop en wanhoop

Het ‘rampjaar’ lijkt voorbij, maar het besef ‘Alleen wat niet aan jou herinnert / kan ik aan’ voorspelt nog weinig goeds. Aan de andere kant wordt de heimelijke hoop gekoesterd samen te vallen met de afwezige, gewezen geliefde: ‘dat je mag stilstaan in de trilling van zijn stem’. Het kan dus beide kanten op. Zoals dat ook kan met het oordeel dat men over deze  gedichten kan vellen. Neem een gedicht als:

Maandagmiddagmeditatie

‘De kamer laten vollopen met licht
zoals je een ligbad met handwarm water vult,
al was het maar in gedachten. Je ziet jezelf,
op het naïeve af naakt, over de rand stappen,
tot aan je enkels in de dampende geur
van zilverspar stilstaan – dan hurken, knielen,
zitten, achteroverleunen, alles
met wonderbaarlijke lenigheid
en vooral: zonder rillingen of kippenvel.
Langzaam ballet dat doorgaat tot buiten je huid
een eenwording met alle rivieren en zeeën
die je ooit zag, met alle regenplassen waarin je
zon, schaduw en wolken tegenkwam op bijna
menselijke wijze – niet alleen aanraakbaar
maar ook: even breken, zonder pijn te doen.

Hoe vaak heb ik mijn voeten laten wassen
door een helwitte hemel die door een eerder
nog onopgemerkt gat in een schoonzool
binnenlekte, zacht, een herinnering met de natheid
van een pas geschilderd doek waarop de glans
de kleur nog overheerst?

Aldoor meer buiten komt hier binnen:
ik zie het gebeuren waar ik bij zit, de nog steeds
groene esdoorn voor mijn raam mengt donkergoud
door mijn vloeibare uren, aan baden doe ik niet,
ook doop ik nog geen pink of teen
in deze late oktobergloed die liever wordt.
Een nieuwe dans die bestaat uit het uit boeken en stromingen
losweken van te vaak gebruikte ideeën –
tot er een bleke ster uit opspringt, voor het eerst.
De druppel die steun zocht aan de kraan
schenkt door zijn val een nieuwe druppel, opwaarts,
en wat mij doorwaadt kan weinig anders zijn
dan een verlangen zonder meer.’

Verbindingen

Het nemen van een bad wordt afgezet tegen het het laten onderdompelen in de binnendringende buitenwereld. Het eerste is een koud kunstje, het tweede lukt maar moeizaam. Geen onaardig idee maar het wordt wat ontsierd door overbodige zinnetjes als ‘al was het maar in gedachten’ en ‘Ik zie het gebeuren waar ik bij zit’. Van Brederode verliest zich daarbij in een breedvoerige uitwerking van de haar gekozen beelden. De ingezette verhaallijn stokt, waardoor de lezer de hem voorgehouden parallellie tussen baden in water en baden in het binnendringende buitenlicht, maar moeilijk kan volgen.
Naast diverse vormen van water, is er ‘een herinnering met de natheid van een pas geschilderd doek’ en ‘mijn vloeibare uren’. Het verband is hier ver zoek. En tussen  ‘Langzaam ballet’ en ‘een nieuwe dans’? Het slot, als de kraan van het bad weer opduikt, trakteert gelukkig op een fraai beeld van ‘De druppel die steun zocht aan de kraan / schenkt door zijn val een nieuwe druppel, opwaarts’. Opbloei uit verlies. De twee laatste regels sluiten het gedicht ietwat kitscherig af. Tussen een paar mooie beelden lijkt dit gedicht iets te willen zeggen wat niet goed uit de verf komt. Op zich is er niets tegen poëzie waarin de opgeroepen beelden zich loszingen en op zichzelf gaan staan, maar dat lijkt niet inzet van deze gedichten. Hier wordt een gedachtestroom uitgezet en des te onbevredigender als de lezer die gaande het gedicht steeds troebeler ziet worden.

Scherpgetande beelden

Mooie regels als: ‘Soms valt een oud hart uit een borstzak’ krijgen geregeld een vervolg dat er niet echt toe doet. In het borstzakje wordt bijvoorbeeld vermeld dat het ‘klam, vervilt, te ruim voor de gekrompen stof’ was geworden. Alle begrip dat zo’n borstzakje makkelijk dingen wil verliezen. Maar we hoeven het borstzakje niet te begrijpen. We zouden begrip moeten opbrengen voor de regels van deze gedichten. Sterke, scherpgetande beelden verliezen aan kracht wanneer ze uitgeserveerd worden in een verhalende, verklarende bedding. De bredere uitleg doet het pregnante beeld tekort. Van Brederode schijnt dat ook te beseffen als ze schrijft:  ‘Zoals je soms een regel openlaat. / Opdat wat niet te maken is bestaat.’ Dat lijkt me de juiste richtlijn!

Verzonnen grond is niet geheel geslaagd, al proef je hier en daar de toon van een dichter die een goed poëtisch beeld kan plaatsen. In de betere passages is het tegendraadse niet te herleiden tot het voor de hand liggende en worden er rake formuleringen geplaatst als: ‘Nooit hoop ik het terloopse te beheersen’.  De toon is overwegend luchtig met ruimte voor speelse vondsten. Zo wordt gehoopt dat de planten in de tuin zich ‘zwenk- en wuifbereid’ zullen gedragen.

Wat van deze bundel bij blijft zijn de prettige aftakkingen, de fraaie zijriviertjes die ontstaan uit de niet altijd heldere hoofdstroom. Zoals uit het gedicht Bij de regen: ‘Van de wens alleen / de sprong omhoog, / de val: de ster nog niet. / De vele, talloze routes. / En die weer uitgewist.’ Waarmee hier niet iets overgaar wordt opgediend, maar al dente.

 

Omslag Verzonnen grond - Désanne van Brederode
Verzonnen grond
Désanne van Brederode
Verschenen bij: Querido
ISBN: 9789021412955
96 pagina's
Prijs: € 18,50

Meer van Albert Hogeweij:

Recent

23 juli 2019

Het is niet allemaal om te lachen

Over 'Vigor Anorexia' van Norbert de Beule
12 juli 2019

De positie van vrouwen in de maatschappij

Over 'Oplossingen' van Marja Pruis
3 juli 2019

Literatuur als gebed en houweel

Over 'Koers Zuid, richting Noord' van Ariel Dorfman
2 juli 2019

Literair spel van de schrijver

Over 'De groene gravin' van Rob Schouten
27 juni 2019

Verdriet als stijlvorm

Over 'Mannen in mijn situatie' van Per Petterson

Verwant