3 november 2010

Recensie: De vernietiging van Prosper Morèl – Jamal Ouariachi

Recensie door: Machiel Jansen

Recensie door Machiel Jansen

Jongens waren het de Titaantjes van Nescio. Aardige jongens ook nog eens. Aan het begin van de twintigste eeuw stonden ze aan de rand van het Amsterdamse Oosterpark te dromen van een leven dat ze ver verheven achtten boven het saaie burgerleven dat anderen leiden. Een eeuw later zijn ze er nog steeds, de mensen die hun leven liever wijden aan schoonheid, de literatuur of de kunst, in plaats van te kiezen voor een leven dat bepaald wordt door gezin, geld verdienen en de verplichtingen van de werkweek. Jongens zijn het niet meer uitsluitend, en aardig zijn ze vaak ook al niet.

Neem Prosper Morèl, de hoofdpersoon uit de debuutroman De vernietiging van Prosper Morèl van Jamal Ouariachi. Hij is 38, psycholoog met een goed lopende praktijk in het rijke Amsterdam-Zuid, getrouwd en kinderloos. Vroeger, in de jaren negentig heeft hij een poging gedaan om kunstschilder te worden. Een jeugdzonde waar hij niet graag aan herinnerd wil worden, zo blijkt.  Toch is die periode allesbepalend voor de rest van zijn leven.

Als beginnend kunstschilder woonde Morèl in een kraakpand in het centrum van Amsterdam, dat hij deelde met zijn vriend Remco Haak, die beeldhouwer zou worden, en het meisje Chris Altena. Haak is jaren later nog steeds bevriend met Morèl en is inmiddels een internationaal beroemd architect geworden. Zijn naam doet natuurlijk denken aan die van Rem Koolhaas. Het is overigens niet te hopen dat Koolhaas ook het karakter heeft van Haak want het romanpersonage is een groteske karikatuur die desondanks geloofwaardig is. Hij is grof, egoïstisch, belust op geld en seks en onmogelijk brutaal. Het meisje Chris Altena steekt bij de twee heren wat vreemd af. Zij doet een poging schrijfster te worden en is wars van compromissen waar het haar schrijversleven betreft.

Als dit drietal een generatie representeert die niet zo lang geleden nog iets van idealisme in zich had en niet wenste te kiezen voor plat gewalste maatschappelijke paden dan zakt je de moed toch in de schoenen. Alle drie zitten deze net-niet kunstenaars vol cynisme (Morèl), woede op de buitenwereld (Chris) en grenzeloze zelfoverschatting (Remco Haak).

Maar Ouariachi heeft geen realistisch portret geschreven van een generatie. Het is fantasierijke fictie wat hij schrijft en bijna voortdurend is er sprake van een avontuurlijke spanning. Het beeld van mislukte talenten en gefnuikte idealen ontstaat langzaam. Het verhaal begint, na een korte proloog, met Morèl als succesvol psycholoog die ongevraagd een erfenis krijgt van zijn vroegere huisgenote Chris Altena. Met tegenzin accepteert hij een doos waarin haar dagboeken zitten en met tegenzin begint hij te lezen. Chris is een schrijfster in wie uitgeverijen nooit iets gezien hebben en de fragmenten van haar hand die we onder ogen krijgen bevestigen dat oordeel. Het lezen van Chris haar dagboek deed mij even afvragen of de roman wel zo sterk zou blijven als hij begon.

Morèl leest in die dagboekbladen over zijn eigen vroegere leven. Een leven vol hoop, weinig talent, veel hangen en dat alles vanuit een arrogante weigering om iets van een ander te willen leren. Zelf weten ze het beter en komen ze tot weinig. Behalve Chris die voortploetert op een wel heel eenzame weg. Uiteindelijk kiezen Morèl en Remco voor de makkelijke uitweg: studeren, een carrière en een burgerleven waarin de ironie de boventoon moet vieren.  Dit tot woede van Chris die postuum wraak neemt door Morèl haar dagboeken na te laten.

Chris schrijft ook over haar oom Adri die na een totaal mislukte carrière als kunstschilder zelfmoord heeft gepleegd. Die mislukking, het totaal gebrek aan talent in een kunstenaarswereld die bestaat uit het bedenken van pogingen tot shockeren en tot het herhalen van wat al veel te vaak gedaan is, begint na een aantal bladzijden toch te schuren in positieve zin. De aanvankelijke, literaire onbenulligheid van Chris haar teksten neem je voor lief omdat zij is voorgesteld als ongetalenteerd en mislukt. Het is een merkwaardige kunstgreep die goed uitpakt.

Morèl leest, leest en spit daarmee zijn eigen leven om. Hij trekt zich terug op zijn zolderkamer om in eenzaamheid verder te lezen, verwaarloost zijn huwelijk,  en begint zich te steeds meer te ergeren aan de luxe relatieproblemen van zijn Amsterdam-Zuid cliënten. Het dagboek drukt hem met de neus op de feiten: zijn huidige leven is bepaald geen kunstwerk en ook van de voorgenomen ironie is bitter weinig terecht gekomen. Hoe verder Morèl doordringt in de geschriften van de overleden Chris hoe slechter het met hem gaat.

Chris haar geschriften worden gaandeweg verwarder. Zij lijkt de greep op haar eigen eenzame en armoedige leven langzaam kwijt te raken. Na een mislukte roman bijt ze zich vast in een werk over zelfmoord waarvan de conclusie zich langzaam openbaart. Zelfmoord is te beschouwen als een kunstwerk, de ultieme uitdrukking van de eigen wanhoop die een voortleven in de herinnering van anderen het best waarborgt. Het is een absurde stelling die uitgebreid wordt beargumenteerd met voorbeelden als de dood van Kurt Corbain en de aanslagen op de Twin Towers.

Morèl leest het hoofdschuddend en is inmiddels stevig aan de drank geraakt. Zijn praktijk verliest cliënten, zijn vrouw verlaat hem en even denk je dat het boek zal aansturen op de zelfmoord van Morèl. Maar zo voorspelbaar is deze roman bij lange na niet.

Steeds duidelijker wordt wel dat vernietiging de enige weg lijkt die Morèl uit zijn existentiële impasse kan halen. Hij is niet meer in staat in idealen op te gaan, creatief te zijn tot in het diepst van zijn ziel. Eerst moet er iets kapot gemaakt worden voordat met iets nieuws kan worden begonnen. Het is een even cynische als overtuigend gebrachte gedachte.

De teksten van Chris hebben een ver strekkende invloed. Ze komen terecht bij een patiënt van Morèl, ook al een gefnuikt kunstenaar, die vervolgens een zelfmoordaanslag pleegt. Dit overigens tot ontzetting van Morèl. Vanaf dat moment verandert de roman van toon, wordt de spanning met meer fantasie opgevoerd en neemt de actie toe. De verwikkelingen die plaats vinden hebben alles te maken met een megalomaan project van Morèl’s vriend Remco Haak die naast het Amsterdamse Centraal Station een enorme toren, IJ-Morgana, heeft gebouwd.

Interessant is dat op het moment dat Morèl zichzelf verliest en verandert, de roman fantasierijker wordt. De nummers van de hoofdstukken maken plaats voor titels die verwijzen naar bekende werken in de schilderkunst. Wie iets van kunstgeschiedenis weet, merkt ook dat elk hoofdstuk duidelijke verwijzingen bevat naar de schilders van deze werken. Zo ontmoet Morèl op de Zeedijk een figuur die in alles op Piet Mondriaan lijkt. Vriend Remco wordt vergeleken met beschrijvingen die op het werk van Caravaggio zijn geënt en de lezer die onlangs in het Gemeentemuseum in Den Haag de tentoonstelling Kandinsky en Der Blaue Reiter heeft gezien, kan ook een zin als de volgende plaatsen.

Remco was hem ontschoten, van hem weggeschoten als een blauwe ruiter op een galopperend paard, naar een wereld waarin alles op z’n kop leek te staan, grenzen vervaagden, lijnen vervormden.’

Het is speelse symboliek in een boek dat dan al niet meer kapot kan. De achterliggende gedachte is duidelijk. Morèl verliest zijn oude gepantserde huid en naar boven komt de schilder in hem die al die tijd heeft liggen wachten. De wereld wordt weer kunst en Morèl bekijkt alles met andere ogen. Zijn wedergeboorte komt langzaam voort uit de vernietiging van zijn oude bestaan. Die vernietiging is geen zelfmoordaanslag maar iets wat er gevoelsmatig dicht bij in de buurt ligt. Ook een zelfmoordaanslag kan levens redden, zou je cynisch kunnen concluderen.

Die eindconclusie, hoe bizar die nu ook mag klinken, zet wel aan tot denken. In een kunstwereld waar kunstenaars zich nog steeds proberen te overtreffen in de mate waarin hun werk kan shockeren, is zelfmoord als kunstwerk geen idiote gedachte meer. Voor een generatie die nauwelijks idealen heeft of blijft hangen in een fuik van een gebrek aan ontwikkeling, er niet in slaagt talenten te ontplooien in plaats van ze aan coke of de werkweek te grabbel te gooien, is de eigen vernietiging misschien nog de enige oplossing. Je vraagt je af of net zoals Morèl uiteindelijk zichzelf hervindt in de schoonheid van de schilderkunst ook de huidige tijd zichzelf zou moeten hervinden. Daar is veel, misschien wel te veel, voor nodig lijkt de boodschap van de roman te zijn. Ouariachi is overigens slim genoeg om dergelijke beschouwingen impliciet te laten. Hoogdravend is de roman nergens al is het slot bijna onafwendbaar moralistisch, wat overigens geen literaire doodzonde is.

Kritiek kun je hebben op de geloofwaardigheid van het fantasievolle tweede deel van de roman. Daar tegenover staat dat er geen saaie pagina in het boek is aan te wijzen. Je kunt je storen aan het cynisme van Morèl en de afkeer van alles wat aan iets zweverigs doet denken. De no-nonsens houding van zowel Morèl als Ouariachi is op zijn slechtst vermakelijk, op zijn best bewonderenswaardig. Morèl heeft duidelijk een broertje dood aan dieptepsychologie, alternatieve geneeswijzen en hoogdravend gezwets. Ouariachi doorspekt zijn roman niet met filosofische bespiegelingen. Het verhaal moet zichzelf vertellen en dat lukt wervelend. De vernietiging van Prosper Morèl is wat mij betreft een uitstekend gelukt, rijk debuut dat prikkelt, schuurt en aan het denken zet.

Een interview met de auteur is te vinden op http://avonden.radio6.nl/tag/jamal-ouariachi/

De vernietiging van Prosper Morèl

Auteur: Jamal Ouariachi
Verschenen bij : Uitgeverij Querido
Prijs: € 19,95

Recensie: De vernietiging van Prosper Morèl
Jamal Ouariachi
ISBN: 9789021438443

Meer van Machiel Jansen:

26 februari 2014

Zoutloze wansmaak

Over 'En dan komen de foto's' van A.H.J. Dautzenberg
29 januari 2014

Parallellen met een hoofdpersoon 

Over 'Te veel geluk' van Alice Munro

Recent

17 augustus 2017

Gedichten die op afstand blijven maar ook weten te ontroeren

Over 'De wereld onleesbaar' van Jeroen van Kan
11 augustus 2017

Zorgenkind of zondagskind

Over 'Herinneringen in aluminiumfolie' van Jamal Ouariachi
9 augustus 2017

Wachten op Godot aan de Moldau

Over 'Een afgedane zaak' van Patrik Ouredník
7 augustus 2017

Een kanjer

Over 'De tandeloze tijd 6 : Kwaadschiks' van A.F.Th. van der Heijden
4 augustus 2017

Wondranden

Over 'Een tuin in de winter' van Anna Enquist

Verwant

3 november 2010

Filmische speurtocht naar bron van agressie

Over 'Vertedering ' van Jamal Ouariachi
3 november 2010

Rijke, ambitieuze roman

Over 'Een honger ' van Jamal Ouariachi
3 november 2010

Door Machiel Jansen

Over 'Recensie: De bruid van Marcel Duchamp ' van Jamal Ouariachi