17 april 2011

Recensie: De man met de vier o?s – Hans Dagelet

Recensie door: Rein Swart

Otto Oonk, een naam die blijft bestaan.

Dit romandebuut van acteur Hans Dagelet is zeer geschikt voor lezers, die houden van wild, subversief en gevaarlijk. Als men literatuur zoekt die verontrust, is men bij deze roman over de aftakelende 55-jarige advocaat Onno Oonk, leider van het gerenommeerde advocatenkantoor Oonk & Partners, aan het juiste adres. Anders dan die andere advocaat Quispel uit Advocaat van de hanen van A.F. Th. van der Heijden die zich periodiek te buiten gaat aan drank en vrouwen, kent Oonk buiten zijn werk, waarin hij een harde zakenman is die overloopt van de goede adviezen voor anderen, geen geregeld bestaan en is hij ondanks alle schijn een zondagskind te zijn, wanhopig over de liefde.

In het begin van het boek wordt de rolverdeling meteen duidelijk. Het verhaal handelt om familieleden als broer bruinwerker en Otto’s zogenaamde – want aangenomen – zus met de paardenvoeten, collega’s als Cor en de wellustige secretaresse Joke, zijn eerste grote liefde Karina en de latere Gusta met haar vleeskleurig ondergoed.
Het begin is beschouwelijk met terugblikken naar Otto’s jeugd, in het bijzonder zijn achtste levensjaar als hij in de voorkamer voor het raam staat en er plots een vrouw naar hem begint te zwaaien. Dat moment heeft veel voor hem betekend, getuige zijn uitspraak: ‘Otto Oonk geobserveerd. Hij wist dat hij bestond.’ Ouder is hij nooit geworden. ‘Otto weet dat anderen zien dat hij ouder wordt. Maar hij is dezelfde die hij altijd was. Hij is acht gebleven.’
Een deerniswekkend figuur die nog altijd treurt over de dood van zijn hond, die al hoogtevrees heeft als hij soep uit een diep bord moet eten, die steeds meer ontregeld raakt en troost zoekt bij een groep tinnen soldaatjes.

De levensfeiten van de jonge Otto worden vanaf een afstand naar voren gehaald. In het begin meende ik dat deze stijl zou veranderen als we verder in het verhaal kwamen, maar de distantie blijft bestaan. Het einde van de verhouding met Gusta wordt als volgt weergegeven:
‘Dat zullen we dan wel eens zien, denkt Otto, of de afloop met Gusta fataal zal zijn, dat maak ik zelf wel uit.
Dat zegt Otto graag, dat hij iets zelf wel uitmaakt.
Een veel voorkomende stopzin van hem. Hij hangt van clichés aan elkaar.’

Deze consequent volgehouden manier van vertellen blijkt grote voordelen te hebben. Door de afstand krijgt het verhaal snelheid en wordt het wendbaar. Dit proza is van een grote directheid, dat laag over de grond scheert, rake klappen uitdeelt en af en toe grof gebekt is, bijvoorbeeld als Otto het weer eens heeft over een strak nat kutje.

Daarbij komen verrassende formuleringen zoals wanneer zijn zesentwintigjarige, niet bestaanbare geachte, bloedmooie Franse dochter Treize bij hem op bezoek komt: ‘De stad en de sterren zijn het roerend eens geworden. Dag en nacht lopen over in elkaar. Tijd is geen factor meer van buitenaf.’ Een paar pagina’s later staat er: ‘Hij voelt zich vreemd, bijna gelukkig zou je kunnen zeggen, mocht u behoefte hebben dat eindelijk eens iets geduid wordt met een emotiewoord.’ Als zij opeens weer verdwijnt, voelt Otto zich hondsberoerd. ‘De dagen daarna sloopt de ene na de andere ziekte zijn toch al zo zere gestel, niets blijft hem bespaard en ook niet de steenpuist en ook niet de maagkwaal, om maar te zwijgen van de aambeien en de netvliesontsteking. Die ene hartklep, was die niet al vervangen een jaartje of wat terug? Of was dat bij iemand anders?’
Het zijn verrukkelijke zinnen waarmee Dagelet het verval schetst. En het gaat verder: ‘Op dit moment ziet hij de wereld als een zee, gezien door de patrijspoort van een schip uit de zeventiende eeuw. Al wekenlang staart Otto door die patrijspoort en ontwaart al klappertandend in heftige koorts haar fraaie lichaamsvormen.’

Fascinerend, bijna hallucinerend zijn de hazen die Otto bestoken. Als in een dagboek wordt hun story in weekdagen opgetekend. Otto ziet hen voor het eerst als hij de stad uitrijdt en moet stoppen voor een zebrapad. Hun leider lijkt op een voormalig jurist.
‘Die tegenwoordig te pas en te onpas zijn zegje doet op de radio, op de tv en in de krant. Over sport, politiek, over de jeugd, over van alles. Die betaald wordt om als sidekick ongehoorde dingen te roepen. Laat het hem nog zijn ook.’
Als Otto het hazenvolk uitscheldt, valt hem op dat hij de n niet uitspreekt. Misschien omdat hij verkouden is, denkt hij, maar later blijken de hazen, die de tegenstanders zijn van Spoel de Bleeker – met zijn gebleekte kuif een herkenbare persiflage van een huidig politicus – de n ook niet uit te spreken, hetgeen een vervreemdend effect geeft.
Dat laatste geldt eigenlijk voor dit hele boek, dat een aanwinst voor de hedendaagse literatuur mag heten.

De man met de vier o’s

Auteur: Hans Dagelet
Verschenen bij: Uitgeverij Querido
Prijs: € 18,95

ISBN: http://www.literairnederland.nl/wp-content/uploads/2011/04/De-man-met-de-vier-os.jpg

Meer van :

17 november 2017

Uitzichtloos leven in Unthank / Glasgow

Over 'Lanark' van Alasdair Gray
15 november 2017

Een portret in stukjes

Over 'Waarom ik mensen niet in mootjes hak' van Renske de Greef
14 november 2017

Diepe emoties in weloverwogen zinnen met originele beelden

Over 'Binnenplaats' van Joost Baars

Recent

13 november 2017

Een aaneenschakeling van mislukkingen?

Over 'We haten elkaar meer dan de Joden' van Els van Diggele
9 november 2017

Verlangen in vele variaties

Over 'Het raadsel van de liefde' van Andre Aciman
8 november 2017

Biografie Herman de Coninck gedicteerd door De Coninck zelf

Over 'Toen met een lijst van nu errond' van Thomas Eyskens
7 november 2017

De dreiging van het duister

Over 'Wol' van Aart Taminiau
6 november 2017

Het licht gaat uit

Over 'Laatste dagen op Ellis Island' van Gaëlle Josse

Verwant