David de Boer en Geert Janssen (red.) – De vluchtelingenrepubliek. Een migratiegeschiedenis van Nederland 

Basis van ons collectieve denken stamt al uit de 16e eeuw

Recensie door Adri Altink

Met het begin van de oorlog in Oekraïne in februari 2022 kreeg Nederland plotseling weer te maken met een vluchtelingenstroom op een moment dat de acceptatie van asielzoekers in het algemeen een dieptepunt leek te bereiken. Populisten roepen al lang dat Nederland te vol is en het gevaar loopt zijn cultuur te verliezen; de politiek gaat al jaren over manieren om muren op te trekken voor vluchtelingen van buiten de EU omdat we zelf al te veel problemen zouden hebben. En toch stond Nederland vanaf dag één klaar om Oekraïners op te vangen en ze zelfs in huis te nemen. Het zojuist verschenen De vluchtelingenrepubliek zegt het in de inleiding zo: ‘Vastbesloten om aan de goede kant van de geschiedenis te staan, ontstaken grote delen van Nederland in een liefdadigheidseuforie’. Het maakte dat ‘sommige opiniemakers voorzichtig durfden te hopen op een cultuuromslag in onze omgang met vluchtelingen’. Zou Nederland dan misschien toch dat tolerante land zijn dat het in de geschiedenis heette te zijn geweest? Als De vluchtelingenrepubliek iets laat zien is het wel dat de werkelijkheid heel wat complexer is en dat op die historische tolerantie het een en ander valt af te dingen.

Het is inderdaad zeer leerzaam om de loep die we op onze eigen dagen richten eens in te ruilen voor de verrekijker naar het verleden. Redacteuren David de Boer en Geert Janssen, respectievelijk docent en hoogleraar aan de UvA, bundelden voor dat doel bijdragen van dertien onderzoekers en historici over verschillende perioden uit de Nederlandse geschiedenis waarin ons land te maken had met vluchtelingen en voegden daar een terugblik van Leo Lucassen, hoogleraar arbeids- en migratiegeschiedenis in Leiden, aan toe. Hoe complex die geschiedenis is blijkt al als we het woord vluchteling bezigen. In het spraakgebruik figureerde het toen de Hugenoten eind 17de eeuw Frankrijk ontvluchtten, maar in formele zin kreeg het begrip zijn status pas na de Tweede Wereldoorlog in het Vluchtelingenverdrag van Genève uit 1951.

Diepe wortels

In De vluchtelingenrepubliek worden dan ook verschillende begrippen door elkaar gebruikt, van immigrant (al vroeg) tot repatriant (uit Indië) en asielzoeker (in onze tijd). Het zijn benamingen die soms verhullend zijn. Veel mensen die na 1945 Indië verlieten waren wel degelijk op de vlucht, maar de regering noemde ze liever ‘repatrianten’ omdat dat hun komst acceptabeler zou maken in een land dat het al druk genoeg had met zijn eigen wederopbouw. En in de jaren negentig van de vorige eeuw werd de term ‘asielzoeker’ een stempel dat duidelijk moest maken dat niet iedereen zich zomaar vluchteling diende te noemen; hij moest eerst maar eens bewijzen dat hij dat was. Het is een ‘twijfelwoord dat niet toevallig lijkt op “gelukszoeker”’, schrijft Marlou Schrover (hoogleraar migratiegeschiedenis in Leiden) in haar bijdrage.

In hun introductie schrijven de Boer en Janssen dat vluchtelingen in de huidige media als een typisch eigentijds ‘probleem’ worden gepresenteerd. ‘Dit boek gaat op zoek naar de sporen die deze vluchtelingen hebben achtergelaten in het Nederlandse landschap. Daarbij zullen we zien dat ook de angst voor vluchtelingen als een bedreiging voor onze veiligheid, welvaart en cultuur diepe wortels heeft’. Het overgrote deel van de huidige Nederlanders heeft volgens genetici, archeologen en historici zelfs een onvermoede migratieachtergrond.

Fotogeniek

In zijn slotbeschouwing geeft Lucassen een interessante verklaring voor het ontstaan van die hedendaagse kijk op vluchtelingen als een bedreiging. Hij legt uit dat met het Schengenverdrag dat in 1995 in werking trad de binnengrenzen in Europa vervielen; mensen van buiten de EU konden Europa alleen nog in met een visum. De gevolgen van dat verdrag voor honderdduizenden vluchtelingen uit Syrië, Irak, Afghanistan en Eritrea werden ineens schrijnend duidelijk toen zij massaal naar Europa wilden, maar door de situatie in hun respectievelijke landen eenvoudigweg geen visum konden aanvragen. Zomaar op een vliegtuig stappen kon ook niet omdat de luchtvaartmaatschappijen hen weigerden (ze zouden voor de kosten opdraaien als later bleek dat ze iemand met valse papieren hadden vervoerd). Daarom restte die vluchtelingen niets anders dan met mensensmokkelaars in zee te gaan en dagenlange trektochten over land te ondernemen. Zo werd de migratie ineens, zoals Lucassen het noemt, ‘fotogeniek’.  De vluchtelingen kwamen als een aanstormende horde alle huiskamers binnen en versterkten het beeld van een dreiging.

Uit alle bijdragen blijkt dat Nederland vluchtelingen slechts in een paar uitzonderingsgevallen verwelkomde. Dat was bijvoorbeeld zo in 1956 toen Hongaren na de mislukte opstand tegen het stalinistische bewind hun land massaal verlieten. Nederland ontving ze met open armen. Aanvankelijk gebeurde dat ook met Belgen die in 1914 met één miljoen Nederland binnenkwamen, maar toen gingen al snel eigen belangen opspelen.
De overheid legde vaak al snel restricties op uit angst voor economische nadelen, vrees voor ziektes en criminele elementen en uit beduchtheid voor aantasting van de eigen waarden en normen. In die gevallen was de inzet van maatschappelijke organisaties nodig om uitzetting van vluchtelingen te voorkomen of te bereiken dat ze Nederland überhaupt binnen mochten. Zo sloot Nederland, net als andere landen, in de late jaren dertig van de vorige eeuw de grenzen voor Duitse joden die aan het nazibewind wilden ontkomen. Ze gingen pas open onder grote druk van joodse organisaties in ons eigen land.

Nieuw verhaal

Een interessant aspect dat naar voren komt uit De vluchtelingenrepubliek is de herkomst van het beroep op het gevaar van aantasting van de Nederlandse identiteit. In zijn bijdrage toont Geert Janssen overtuigend aan dat de Nederlanden in de 16e eeuw zowel demografisch als economisch, politiek en religieus in belangrijke mate zijn gevormd door vluchtelingenstromen uit het zuiden uit onder meer Antwerpen (Marten Schoolmans, bekend van Rembrandts dubbelportret met zijn vrouw Oopjen Coppit, was de zoon van één van hen). In die tijd ontstond het collectieve denken over wat ‘Nederland’ eigenlijk is. De vluchtelingen waren ‘buitengewoon creatief in het bedenken van een nieuw “verhaal van Nederland” om op die manier ook hun eigen plaats in deze samenleving veilig te stellen. Onderdelen van deze ontstaansmythe – Nederland als protestantse natie, met een sterk ontwikkeld vrijheidsdenken en een bijzondere band met Oranje – zijn als propagandanarratief zo succesvol geweest, dat latere generaties er steeds opnieuw op terug zouden grijpen, tot op de dag van vandaag’.

Deze en meer van dergelijke lessen zijn de grote verdiensten van De vluchtelingenrepubliek. Het is een boek dat iedereen die een mening over (opvang van) vluchtelingen wil roepen zou moeten lezen.

 

Omslag De vluchtelingenrepubliek. Een migratiegeschiedenis van Nederland  - David de Boer en Geert Janssen (red.)
De vluchtelingenrepubliek. Een migratiegeschiedenis van Nederland 
David de Boer en Geert Janssen (red.)
Verschenen bij: Uitgeverij Prometheus (2023)
ISBN: 9789044650877
288 pagina's
Prijs: € 25,00

Om Literair Nederland draaiende te houden, zijn wij afhankelijk van vrijwillige bijdragen. U kunt ons steunen via de rode knop. Waarvoor onze hartelijke dank!

Meer van Adri Altink:

Recent

Den Ouden lees je kwispelstaartend
27 december 2023

Den Ouden lees je kwispelstaartend

Over 'Visioenen' van Martijn den Ouden
Beste boeken van 2023
26 december 2023

Beste boeken van 2023

Een oeverloos bestaan
26 december 2023

Een oeverloos bestaan

Over 'oeverloos' van Nisrine Mbarki
Over leugens en verwerking
25 december 2023

Over leugens en verwerking

Over 'Terug naar de Stichtstraat' van Paul Gellings

Verwant