Daniil Charms, Nina Genet – Hé, waar zijn mijn kindjes? Nee, niet jullie, vrindjes, maar mijn echte kindjes!...

Henkes herleidt en vermaakt

Recensie door Hettie Marzak

Bij de samenstelling van de bundel van Russische kindergedichten vanaf de 17de eeuw, Bij mij op de maan, stuitte vertaler Robbert-Jan Henkes op een gedichtje waarvan hij niet zeker wist wie de schrijver was. Wel vermoedde hij dat het van Daniil Charms kon zijn, omdat hij het al eerder was tegengekomen in diens kindergedichten. Na lang speuren naar de herkomst ontdekte hij dat het gedichtje afkomstig was uit een Russische bundel uit 1937 met veertig heel korte verhalen voor kinderen, in dichtvorm, geschreven bij plaatjes. De auteurs waren Nikolaj Radlov, Daniil Charms, Nina Gernet en Natalja Dilaktorskaja, maar nergens stond vermeld wie wat geschreven had.

Henkes besloot hierop twee projecten te starten: een ‘Charms Research Project’, om te kijken welke gedichtjes van Charms afkomstig waren, en een ‘Cursus Charmsiaans Vertalen’, om te kijken of hij alle gedichten kon overzetten op een manier die Charms waardig was. Om te bepalen welke gedichten van Charms waren, gebruikte hij de negatieve uitsluiting: ‘Soms zijn ze (de gedichten) flauw, soms al te beschrijvend, soms moralistisch, educatief of geschreven vanuit een stakkerig volwassen standpunt, soms zijn ze met opgelegde, onbijzondere rijmen of een saai ritme, stoplappen en ander vulsel, of spreken ze nodeloos de lezer aan en wemelen ze van de uitroeptekens – allemaal kenmerken die Charms vrijwel zeker uitsluiten als auteur.’

Charmante poëzie

Daniil Charms (1905-1942) was een Russische schrijver van absurdistische verhalen met een gebrek aan logica, vol met vreemde wendingen. Onder het regime van Stalin werd Charms als een bedreiging gezien en daarom werd hij verbannen naar Koersk. Hij schreef na zijn terugkeer alleen nog kinderliteratuur, maar kon daarmee niet voorkomen dat hij in 1941 gevangen werd genomen en krankzinnig werd verklaard. Hij stierf in 1942, vermoedelijk door uithongering, in een psychiatrische inrichting. Niemand weet waar hij begraven ligt, maar zijn faam ging de wereld over nadat een vriend in Charms’ woning manuscripten ontdekte en deze publiceerde.

De titels van Henkes’ projecten klinken behalve hoogdravend weliswaar grappig, zijn grondige werkwijze verraadt juist eerbied. Het resultaat is een prachtig vormgegeven boek, waarin zowel het Russische origineel van de veertig gedichten wordt gegeven, de fonetische weergave daarvan, als het bijbehorende plaatje. Ook staat vermeld welke versmaat en rijmschema’s gehanteerd zijn. Voordat Henkes zich aan de vertaling wijdt, geeft hij weer wat er letterlijk staat. Daarna vergelijkt hij de vertalingen die bestaan in het Engels, Frans, Duits en de Nederlandse versies uit 1938 en 1958. Voor de duidelijkheid zijn deze alle in het rood afgedrukt.

Kinderlijk hoeft nog niet tuttig te zijn

Slechts weinig vertalingen dragen Henkes’ goedkeuring weg. Ze zijn te braaf, te moralistisch, ze hebben een rammelend metrum of ze slaan de plank mis wat betekenis betreft. Ook vindt hij ze te onthullend, want voorgelezen kinderen moeten juist zelf concluderen wat er gebeurt aan de hand van de plaatjes. Dat mag niet in de tekst al verklapt worden. Zoals bij een plaatje waar een hond een stapel houtblokken beklimt om een gebraden kip uit de vensterbank te stelen en daardoor naar beneden tuimelt. Een ongepubliceerde vertaling van de Vlaamse auteur Liesbeth Elseviers is toch heel geslaagd:

Ik pik die kip, als ik niet val.
Als ik niet val, pik ik hem snel.
Ik pik die kip, ik pak hem al,
Als ik niet val. Ik wist het wel.

2

Henkes maakt er zelf van:
Ik krijg dat kippertje – op het nippertje.
Nu moet ik het niet verknallen…
Ik wist het wel, dat ik zou vallen!

Hij schrijft erbij: ‘Is niet heel goed Nederlands, maar het is een hond hè, moet je maar denken…Wie heeft ooit een hond goed Nederlands horen spreken?’ Een zwak verweer van Henkes, die alle vertalingen van andere auteurs genadeloos neersabelt. Alleen de versies van de eerder genoemde Elseviers en de Engelse Helen Black kan hij nog wel waarderen. De laatste maakte van hetzelfde gedichtje:

“Now I’m going to steal that pan
With the chicken, if I can.
Just my luck! Well, I can say
I don’t want it anyway.”

Werk wijzer met een werkwijzer

Henkes vertelt in het voorwoord dat hij bij het vertalen uitgaat van de 13 geboden van de kinderdichter Kornej Tsjoekovski (1882-1969). Hierin stelt hij dat kindergedichten vooral klankvolle eindrijmen moeten gebruiken, actie moeten benadrukken en kinderen niet moeten onderschatten: ‘Volwassenen kun je voor de gek houden, kinderen nooit.’ Er hoeven geen motieven, geen beweegredenen en geen gepsychologiseer in de gedichten voor te komen, volgens Henkes. Maar wel moet een vertaler proberen het leuker te maken door meerdere lagen aan te brengen. Dat daarbij af en toe van het origineel moet worden afgeweken, vindt Henkes geen bezwaar, het hoeft geen ‘platte navertelling’ te worden.

Henkes geeft een mooi inkijkje in hoe hij tewerk gaat bij het vertalen. Soms schrijft hij letterlijk zijn hele gedachtegang van het begin tot het einde op, een andere keer doet hij alsof hij met zichzelf praat. Als lezer volg je het proces dat met alle struikelblokken, probeersels, overwegingen en alternatieven uiteindelijk leidt tot een bevredigend resultaat. Zijn vondsten zijn origineel en verrassend en hoewel zijn gedichtjes soms lijden aan dezelfde kwalen die hij de vertalingen van anderen verwijt, is de bundel een genot om te lezen en door te bladeren. het is heel bijzonder om naast de gedichten ook de vertalingen ervan te lezen.

Soms iets te lollig

Maar hoe knap de vertalingen ook zijn, het taalgebruik dat Henkes bezigt om zijn gedachten weer te geven is net als zijn humor nogal flauw. Popiejopie, om in de stijl te blijven. Die kan het beste omschreven worden met typeringen uit vroegere ‘meisjesboeken’: tof en jofel. Alsof je Joop ter Heul hoort spreken. Zo schrijft hij zinnen als: ‘Blèr!’ en ‘Krijg nou tieten!’, terwijl hij eerder gesteld heeft dat uitroeptekens ‘onmachttekens’en ‘uitpoeptekens’ zijn. Als hij over een Engelsman spreekt, komen daar een ‘Amerikaansvrouw, een Duitsvrouw en een Fransvrouw’ bij. En hij heeft het over collega’s uit ‘bidden- en boughtenland’. En: ‘Mogen die kindertjens dat niet zelf uitvinden met hun eigen bolle ogen?’ Er zijn nog meer voorbeelden van uitdrukkingen die enorm storen bij het lezen, alsof je op een prachtig aangelegde sierbestrating elke keer je teen stoot aan een uitstekende stoeptegel. Alsof de schrijver zijn eigen werk niet serieus neemt. En dat is jammer, want deze bundel is een prachtige verzameling van gedichten die met groot vakmanschap vertaald zijn. Dat had Henkes ook kunnen laten zien zonder zich te gedragen als Swiebertje.

Omslag Hé, waar zijn mijn kindjes? Nee, niet jullie, vrindjes, maar mijn echte kindjes!... - Daniil Charms, Nina Genet
Hé, waar zijn mijn kindjes? Nee, niet jullie, vrindjes, maar mijn echte kindjes!...
Daniil Charms, Nina Genet
Vertaling door: Robbert-Jan Henkes
Verschenen bij: m10 boeken
ISBN: 9789493332027
176 pagina's
Prijs: € 25,00

Om Literair Nederland draaiende te houden, zijn wij afhankelijk van vrijwillige bijdragen. U kunt ons steunen via de rode knop. Waarvoor onze hartelijke dank!

Meer van Hettie Marzak:

Henkes herleidt en vermaakt

Henkes herleidt en vermaakt

Over 'Hé, waar zijn mijn kindjes? Nee, niet jullie, vrindjes, maar mijn echte kindjes!...' van Daniil Charms, Nina Genet

Recent

Een invuloefening
14 juni 2024

Een invuloefening

Over 'Dora - Een liefdesgeschiedenis' van Toon Tellegen
Ontroerende familiegeschiedenis
13 juni 2024

Ontroerende familiegeschiedenis

Over 'Autobiografie van een flat' van Otto de Kat
Het wegdenken van woorden
12 juni 2024

Het wegdenken van woorden

Over 'Bijna 90 Hopla’s' van Judith Herzberg
En weer daarheen gaan waar hij vandaan kwam
11 juni 2024

En weer daarheen gaan waar hij vandaan kwam

Over 'Ochtend en avond ' van Jon Fosse
Wijsbegeerte of reisbegeerte
10 juni 2024

Wijsbegeerte of reisbegeerte

Over 'Onder een andere hemel ' van Joke Hermsen

Verwant