Daniël Rovers – De figuur in het tapijt

Het geheim van een auteur

Recensie door Jaap M. Jansen

Er schuilt een wrange paradox in het interpreteren van teksten: hoe meer je het doet, hoe lastiger het lijkt te worden. Kinderen hebben het absoluut het gemakkelijkst. Als er staat geschreven: ‘Jan is boos’, dan ís Jan boos. Een mooie, eerlijke situatie – die echter beperkt is in zijn mogelijkheden. In de bovenbouw van de basisschool en op de middelbare school leren we daarom dat we een eigen interpretatie moeten geven aan een zin als: ‘Jan hoorde die belediging en er verschenen rimpels op zijn voorhoofd’: wat betekent het als er rimpels verschijnen? Gebeurt dat uit woede? Maakt Jan zich zorgen? Of is het verbazing? Goede romans, zo leren we, leggen zoiets niet uit, maar laten de lezer zelf die denkstap maken.

Maar het allerergst is het in de grotemensenwereld. Het interpreteren is hier zelfs zo moeilijk, dat er een heuse studierichting voor bestaat: de hermeneutiek. Literatuurwetenschappers denken soms heel verschillend over het interpreteren van teksten; niet alleen ten opzichte van vroeger, maar zeker ook ten opzichte van elkaar. Tal van vragen doen de ronde, maar ze hangen allemaal samen. Willen we weten wat de achterliggende gedachte van een tekst is? Zo nee, waar letten we dan op? En zo ja, hoe komen we dat dan te weten?

Vernieuwend aan Daniël Rovers’ essaybundel De figuur in het tapijt is dat hij een nieuwe manier van interpreteren voorstelt: niet door als een pietje-precies de zinnen te ontleden of door een groot contextgericht onderzoek op te starten, maar door een werk te beschouwen binnen het oeuvre van de auteur. Wat is een constante, een rode lijn, een ‘figuur in het tapijt’? Oeuvreonderzoek dus. Hij bespreekt op deze manier zes auteurs: Frans Kellendonk, Willem Jan Otten, Tonnus Oosterhoff, Marie Kessels, Marjolein (thans Maxim) Februari en Marc Kregting.

Rovers zelf vat de moeilijkheid van de literatuurbeschouwing als volgt samen: ‘hoe te schrijven over de eigenheid van literatuur zonder meteen dat eigene in een uitspraak erover op te geven?’ (p.17). Hij wil zich in zijn essays juist wel richten op dat eigene. De titel van deze bundel is ontleend aan een verhaal van Henry James, The Figure in the Carpet, dat handelt over de zoektocht naar het ‘geheim’ van een auteur. Rovers maakt het minder sensationeel en stelt dat er steeds sprake is van een auteursfiguur en een figuurauteur. De auteursfiguur komt alleen naar voren in het oeuvre van de auteur, en is dus de auteur zoals we die enkel vanuit zijn teksten leren kennen. De figuurauteur daarentegen is het beeld dat we van een auteur hebben – door (auto)biografieën, interviews, recensies enzovoort. Dit laatste heeft, zo zegt hij zelf, consequenties voor zijn eigen essays, want ‘een beschouwer die pretendeert het laatste woord over een oeuvre uit te spreken door de auteursfiguur te benoemen, draagt daarmee in de eerste instantie bij aan de vorming van een nieuwe figuurauteur’ (p.37).

Op deze verhandeling (en een vlot geschreven geschiedenis van de literatuurbeschouwing) volgen de eigenlijke essays. Opvallend is dat Rovers in deze essays maar weinig spreekt van het onderscheid tussen auteursfiguur en figuurauteur, hetgeen onwillekeurig de indruk wekt dat zijn oeuvreonderzoek minder systematisch was dan hij in de inleiding doet geloven. Maar tijdens het lezen vormt dit geen gemis. Vanuit tal van invalshoeken introduceert of belicht Rovers de afzonderlijke auteurs en hun werken, van stijl en poëtica tot media, pornografie en politiek. Sterk naar voren komt zijn immense kennis van de oeuvres; het kan haast niet anders dan dat hij (welhaast) alles gelezen heeft. Tezelfdertijd heeft hij zijn boek zó geschreven dat de gemiddelde leek zich er prima mee kan redden. Nimmer is het nodig om de besproken teksten vooraf te hebben gelezen; citaten en korte samenvattingen bieden voldoende houvast.

Het essay, letterlijk een ‘probeersel’, is in meerdere opzichten een veilig genre. Een auteur hoeft er niet louter objectief te zijn, maar geeft ook zijn eigen opvattingen. Niet alles vereist wetenschappelijke verantwoording, de stilistische kant is minstens zo belangrijk als de informatieve. Maar het is bovenal een literair genre, en de schrijver Daniël Rovers, die ook de romans Elf (2010) en Walter (2011) publiceerde, kan er als geen ander mee uit de voeten. Zijn stof is uitermate diepgaand, maar hij brengt het boeiend en begrijpelijk.

Bovendien zet hij met zijn oeuvreonderzoek een belangrijke stap binnen de letterkunde, zowel toegepast (dus met betrekking tot de specifieke auteurs) als theoretisch, met zijn focus op het oeuvre en op het onderscheid tussen de auteursfiguur en de figuurauteur. Al met al vormt De figuur in het tapijt daarom een voorname bijdrage aan, en een uitstekende inleiding in de literatuurbeschouwing.

 

De figuur in het tapijt
Op zoek naar zes auteurs

Auteur: Daniël Rovers
Verschenen bij: Uitgeverij Wereldbibliotheek
Aantal pagina’s: 318
Prijs: € 29,90

Omslag De figuur in het tapijt  -  Daniël Rovers
De figuur in het tapijt
Daniël Rovers
ISBN: 9789028424449

1 reactie

  • Ingrid Van der Graaf schreef:

    Mooie bespreking. Maakt zeer nieuwsgierig naar het boek.

    Gr. Ingrid





 

Meer van Jaap M. Jansen:

Recent

19 juni 2018

De verdediging van een wingewest

Over 'Koloniale oorlogen in Indonesië' van Piet Hagen
18 juni 2018

Gezin gezien door de ogen van de jongste zoon

Over 'Daal neder, engel' van Thomas Wolfe
14 juni 2018

Scharrelen in de krabbenmand van de literatuur

Over 'Het wikkelhart' van Bertram Koeleman
13 juni 2018

Meer dan een terugblik op een schrijversleven

Over 'Dagelijks werk' van Renate Dorrestein
12 juni 2018

Soepele gedichten met goed gevonden zinswendingen

Over 'Dwaallichten' van Gerda Blees

Verwant