12 augustus 2009

Couscous op zondag – Khadija Arib

Oma was de sterkste van allemaal

Door Dominique Rothengatter

In Couscous op zondag vertelt Khadija Arib bevlogen en betrokken over haar jeugd in Marokko, haar komst naar Nederland, de confrontatie met de Nederlandse cultuur en wat dit voor haar persoonlijk en beroepsmatig betekent.

Deze familiegeschiedenis begint met Khadija’s jeugd bij haar moeder en oma in een volkswijk in Casablanca, Marokko waar de gemeenschap erg betrokken is met elkaars wel en wee.
Khadija’s vriendelijke vader komt oorspronkelijk uit een rijke familie maar verbrast zijn geld. Hij ziet zich, mede vanuit zijn eergevoel, genoodzaakt te gaan werken in Nederland. Na een aantal jaren voegen Khadija en haar moeder zich bij hem, in een veelal door Marokkanen van Berberse afkomst bevolkte Rotterdamse wijk.

In het koudere Nederland is het leven héél anders dan in Marokko. In het warme Marokko speelt het maatschappelijke leven zich veelal buiten, temidden van familie en buren af, waar in Nederland het privéleven achter gesloten deuren plaatsvindt.

Khadija’s vader verandert door de tijd heen van een vriendelijke en losse man, die weinig op heeft met de behoudende waarden uit de Marokkaanse cultuur en de Islam, in een achterdochtige, strenge man die zijn vrouw en dochter wil controleren. Op latere leeftijd tobt hij steeds meer met allerlei vage gezondheidsklachten.
Khadija’s moeder wil echter graag haar vrijheid behouden en gaat buitenshuis werken. Daarmee is ze een van de weinige vrouwen in de buurt die haar eigen kost verdient.

Dit verhaal gaat voor mij echt leven wanneer Khadija eerst vanuit haar werkzaamheden als maatschappelijk werkster en als partijlid van de PVDA, over haar ervaringen met Marokkaanse gezinnen in Rotterdam gaat schrijven.

Arib laat twee kanten van de Marokkaanse gemeenschap in Nederland zien. Het is boeiend om te lezen over de maatschappelijke situatie van de Marokkaanse gezinnen in Nederland: over vrouwen die vrijwel binnenshuis opgesloten zitten en niet buiten mogen komen van hun mannen, jonge Marokkaanse meisjes die stiekem een verhouding aangaan met een man, kinderen die moeten tolken voor hun ouders bij de arts. Maar aan de andere kant ook over het minder belichte onbegrip van de Nederlandse overheid ten aanzien van deze groep mensen en het naïeve idee dat het wel vanzelf goed komt met de Marokkanen in Nederland.
Dit boek is een aaneenrijging van verhalen. Verhalen die herkenning oproepen maar ook verwondering en op bepaalde momenten onbegrip dat het er in Nederland zo aan toe kon gaan en soms nog gaat.

Ook belicht ze de situatie in het thuisland waar de dictatoriale koning Hassan II aan de macht is. Op een gegeven moment gaat Khadija weer naar Marokko om haar familie te bezoeken. Doordat ze zich in Nederland kritisch uitlaat over het Marokkaanse regime wordt ze in 1989 samen met haar kinderen door de geheime dienst opgepakt en bij het politiebureau ondervraagd.
“Zij gingen steeds gerichtere vragen stellen. Ze wilden weten wie actief waren binnen het KMAN, waar ik tenslotte regelmatig kwam waarvoor ik werkte. Opnieuw zei ik dat ik alleen maar voornamen kende […]. De mannen werden steeds intimiderender. Ik moest meewerken, zeiden ze, anders werd ik naar beneden gebracht. Daar was ook een martelcentrum, begreep ik nu.”

Indrukwekkend zijn de passages waarin ze schrijft over haar ondervragingen door deze mannen maar ook de onvoorwaardelijke steun van de vrouwen uit haar buurt en haar oma.
“De vrouwen uit de buurt waren in deze periode een grote steun voor mij. Ze waren allemaal analfabeet, maar zeer sterk. Mijn oma was de sterkste van allemaal. Ze heeft geen moment aan me getwijfeld. Ze heeft me ook nooit gevraagd waarom ik bepaalde dingen deed. Voor haar was dat vanzelfsprekend: ik moest doen wat ik geloofde dat goed was. Alleen zo kan een mens gelukkig zijn. Zij leefde mee en stond pal achter mij.”

Khadija Arib beschrijft de voor- en nadelen van de Marokkaanse en Nederlandse cultuur en is kritisch naar beiden. Naarmate het verhaal vordert gaat het steeds meer van het persoonlijke naar het politiek maatschappelijke. Zijdelings vertelt de schrijfster nog iets over haar privéleven. Ik vind het jammer dat het persoonlijke steeds meer naar de achtergrond verdwijnt.

Couscous op zondag is een onderhoudend, kritisch en nuancerend portret over de interactie tussen de Marokkaanse en Nederlandse cultuur. Het heeft mij meer inzicht hierin gegeven. Maar ook in geschiedenis van Marokko en haar dictatuur onder koning Hassan II. Dit is een verhaal van herkenning, soms onbegrip oproepend maar bovenal roept het bewondering op voor de rol die Khadija Arib inneemt ten aanzien van de integratie van de Marokkaanse gemeenschap in de Nederlandse maatschappij.

 

 

 

Couscous op zondag
Khadija Arib
een familiegeschiedenis
Verschenen bij: Balans, Uitgeverij
ISBN: 9789050189514
246 pagina's
Prijs: € 17,95

Meer van :

18 oktober 2017

‘Een luchtig sprookje’

Over 'Waterscheerling' van Rascha Peper
17 oktober 2017

Van poldercrimineel tot godfather in Frankrijk

Over 'Ondijk/Punt' van Barry Smit
16 oktober 2017

Nooit meer los van Indië

Over 'De Tanimbar-legende' van Aya Zikken

Recent

13 oktober 2017

Leven zonder moeder

Over 'Het intieme vreemde' van Jente Jong
12 oktober 2017

Een antikrimi

Over 'De rechter en zijn beul' van Friedrich Dürrenmatt
11 oktober 2017

De stijl tekent de man

Over 'Mijn grote appartement' van Christian Oster
10 oktober 2017

Eindeloos gepieker

Over 'Parttime astronaut' van Renée van Marissing

Verwant