Christine Dwyer Hickey – Het kille oog van de hemel

Eerst Dublin zien en dan sterven

Recensie door Huub Bartman

Christine Dwyer Hickey is een Ierse schrijver, die al heel wat boeken op haar naam heeft staan. In Nederland is tot nu toe alleen haar boek De laatste trein uit Ligurië in vertaling verschenen, dat zich afspeelt in het fascistische Italië van de jaren dertig. Zij wordt geprezen om haar diepgravende psychologische, wat sombere portrettering van haar personages, veelal worstelend met zichzelf en hun omgeving. In deze roman, Het kille oog van de hemel, is dat niet anders. Daarin beschrijft zij het levensverhaal van Farley, een bejaarde Dubliner, met wie wij voor het eerst op 15 januari 2010 kennis maken na een afschuwelijke nachtelijke valpartij in de badkamer van zijn huis. Bekneld tussen de radiator en de closetpot ligt hij bewegingloos in een onnatuurlijke stand. Geen pijn, geen enkel gevoel. ‘Alsof hij hier geboren is, met zijn snufferd tegen de wc-pot’. Misschien had hij het licht aan moeten doen, toen hij naar de wc ging. ‘Nu vooral rustig blijven’, is zijn devies, ‘net als toen hij bijna in de Shannon verdronken was’. In afwachting van mogelijke hulp in de vroege morgen overziet Farley in retrospectief zijn leven ‘bij het schijnsel van de lantaarnpaal buiten, die bij hem naar binnen kijkt als het kille oog van de hemel’.

Spanning in Dublin

In zijn laatste uurtjes overziet Farley zijn leven in omgekeerde tijdsvolgorde, van 2010 tot 1940. Elk hoofdstuk springt tien jaar terug in de tijd. Je wordt eerst geconfronteerd met de gevolgen, pas later met de oorzaken. Hoewel dit bij eerste lezing enigszins verwarrend is, verhoogt het de spanning aanzienlijk. Het levert een soort echo-effect op. Een raadselachtige opmerking krijgt pas later betekenis. Het dwingt je tot terugbladeren en herlezen. De structuur van het steeds verder terugkijken in de tijd en het leven van Farley zorgt voor een niet aflatende aanwezigheid van het sterven en de dood in het boek, zeker omdat alles gefilterd wordt door de ogen van een rond de closetpot gekruld liggende Farley. Toch is het boek geen morbide verhaal. Het stemt mooi droevig, melancholisch bijna, en doet ouderwets en herfstachtig aan. Het speelt zich af in het mistige Dublin met de natte sneeuw op de trottoirs. Het heeft absoluut een meerwaarde een plattegrond van Dublin te bekijken en daarop de plekken op te zoeken die Farley bezocht heeft. Nog beter zou het zijn zelf naar Dublin te gaan, een pub te bezoeken, een pint te bestellen en je onder te dompelen in de Ierse muziek.

Ontheemd

Eigenlijk is Farley een heel aardige man, misschien wat ontheemd, maar toch een gewone man met al zijn zwakheden waarover hij voortdurend loopt te tobben. Zo heeft hij er spijt van dat hij de avond voor het overlijden van zijn vrouw is doorgezakt met zijn vrienden in de pub, waardoor hij zich versliep en verzaakte zijn vrouw bij te staan in haar stervensuur. Hij schaamt zich voor zijn opkomende lustgevoelens bij het zien van het meisje van de stomerij. Als deurwaarder komt hij beroepsmatig in contact met mensen aan de randen van de samenleving; met de oplichter, maar ook met de armoedzaaier, die het hoofd nauwelijks boven water kan houden.

De teruggang in de tijd geeft ook zicht op de veranderingen in de samenleving; het afsterven van oude normen en waarden. Kenmerkend voor Dwyer Hickey is de destructiviteit van menselijke relaties. Zo heeft Farley zich ooit middels een herenakkoord ingekocht als partner in het noodlijdende bedrijf van zijn baas. Daarover is niets vastgelegd bij de notaris. Als later de zoon van zijn baas een rol gaat spelen in het bedrijf, weet deze daar natuurlijk niets meer van. De gedetailleerde beschrijving van zijn laatste werkdag op het kantoor waar hij zijn leven lang gewerkt heeft, dat hem zo vertrouwd is en waarvan hij alle geheimen kent, geeft inzicht in Farley’s gemoedstoestand, omdat het nu is verworden tot een plaats van verraad. Hij voelt zich ontheemd. De beschrijving van de uren die de morsig geklede en verwarde Farley door het druilerige Dublin zwerft, langs de vertrouwde plekken, waarvan er steeds minder resteren, op zoek naar de stomerij waar hij zijn begrafenispak heeft weggebracht, versterkt dat gevoel van ontheemding. Hij torst het leven met zich mee, voortdurend twijfelend aan zichzelf, boos op zijn omgeving vanwege een gebrek aan erkenning, smachtend naar intimiteit, zichzelf ziend door de ogen van de ander. Hij gaat gebukt onder de zorg voor zijn weinig liefdevolle, maar nu dementerende moeder. En altijd is daar het sluimerende gemis aan genegenheid van zijn chagrijnige vader, die hem nooit heeft meegenomen, zelfs niet met vliegvissen, ‘zijn enige echte liefde’, zoals zijn moeder meesmuilend placht te zeggen.

De maakbaarheid van het leven

De wijze waarop Dwyer Hickey zich weet in te leven in de geestesgesteldheid van haar hoofdpersoon, Farley, dwingt bewondering af. De retrospectieve structuur van het boek versterkt het beeld dat zijn leven, gezien zijn karakter, zich niet veel anders had kunnen ontwikkelen. De gedachte aan de maakbaarheid van het leven is hier ver te zoeken. In die zin lijkt het misschien een somber boek, maar door de psychologische diepgang krijgt het verhaal van het leven van Farley, tegen de achtergrond van de herfstachtige schoonheid van Dublin, ook een meer universele schoonheid.

Een weergaloze compositie

De compositie van dit boek is werkelijk prachtig. Alles is eigenlijk al, zonder dat je het meteen in de gaten hebt, in aanleg in het eerste hoofdstuk aanwezig. Zelfs zijn onvermogen om, als het daglicht eindelijk om de hoek komt kijken om het valse licht van het ‘kille oog van de hemel’ te verdrijven, de hulp in te roepen van het Poolse meisje op de binnenplaats om hem te bevrijden uit zijn benarde positie in de badkamer, duidt op twee fatale karaktereigenschappen: schaamte en wijfelmoedigheid.  Dan rest hem slechts te sterven. Deze loodzware conclusie dringt zich gaandeweg het lezen als onvermijdelijk aan de lezer op.
Met Het kille oog van de hemel sluit Dwyer Hickey aan bij de literaire traditie van grote schrijvers over Dublin als James Joyce en Oscar Wilde. Zij voegt er een prachtig kleinood aan toe.

Omslag Het kille oog van de hemel - Christine Dwyer Hickey
Het kille oog van de hemel
Christine Dwyer Hickey
Vertaling door: Jetty Huisman
Verschenen bij: Uitgeverij Marmer (2020)
ISBN: 9789460684548
224 pagina's
Prijs: € 19,99

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *





 

Meer van Huub Bartman:

Recent

26 november 2020

Met woorden alles mogelijk maken

Over 'Honderd hoge dagen' van Tomas Lieske
25 november 2020

De wereld op zijn kop

Over 'Piranesi' van Susanna Clarke
24 november 2020

Ambitieuze roman tegen de achtergrond van de nieuwe staat Zambia

Over 'De rook die dondert' van Namwali Serpell
23 november 2020

De binnenstaander

Over 'Vluchthaven' van Anne van den Dool
20 november 2020

De draagwijdte van een keuze

Over 'Het leven speelt met mij ' van David Grossman

Verwant