Charles Ferdinand Ramuz – Schoonheid op aarde

Ondraaglijke schoonheid

Recensie door Andrea Kučerová

De Franstalige Zwitserse schrijver Charles Ferdinand Ramuz (1878-1947) schreef La Beauté sur la terre in 1927Schoonheid op aarde, in 2022 bewonderenswaardig mooi vertaald door Rokus Hofstede, is dus een inmiddels bijna honderdjarige roman. Ook de setting is minstens een eeuw oud: een rustieke dorpsgemeenschap aan het meer van Genève tegen de achtergrond van de prachtige, nog woeste natuur van de Zwitserse Alpen. In deze belegen context kan het niet anders dan dat ook de rollen binnen de gemeenschap vastliggen: vrouwen zijn of femme fatale of onderworpen grijze muis of feeks. Mannen zijn gewoon mannen; verder heb je vissers, boeren, dienstpersoneel, werklui, een kroegbaas, een burgermeester, een gebochelde muzikant, allemaal met eeuwenlang vastliggende taken en plichten. Dan komt helemaal uit Cuba een negentienjarige jonge vrouw in het dorp wonen. Zij is de nicht van cafébaas Milliquet, die met tegenzin heeft  ingestemd de dochter van zijn gestorven broer op te vangen.

‘Objet désirable’

De mannen in het dorp vallen als een blok voor de exotische schoonheid Juliette. Ze willen haar allemaal op de één of andere manier bezitten – veroveren, beheersen, of op z’n minst bevoogden. De lezer ziet Juliette dan ook vrijwel enkel door hun ogen. Ze is immers maar een ‘objet désirable’, een ding dat hebzucht, lust opwekt. ‘Want weten wij wat we met schoonheid aan moeten onder de mensen?’ is een terugkerende vraag in het boek. ‘Hébben wil je, en anders maak je kapot.’, zegt bij wijze van antwoord het meest agressieve personage. Inderdaad lijkt het erop alsof de drang om te hebben, te domineren en te onderwerpen van schoonheid (en wellicht in ruime zin van alles dat waardevol lijkt) zich tegen de mens keert en hem tot eenzaamheid veroordeelt. Ook voor deze Esmeralda is er geen plaats tussen het gepeupel en het is wrang dat het juist een gebochelde is die het als enige, en in zekere zin onbaatzuchtig, voor haar opneemt. Daarom verdwijnt ze tenslotte met haar gebochelde Quasimodo. Schoonheid op aarde is vluchtig en als ze verdwijnt, blijft chaos over. 

Poëtische bezieling

Vermoedelijk zal het niet de intrige op zich zijn die de huidige lezer verleidt en boeit. Daarin schuilt niet de kracht van Ramuz’ roman. Heel erg bijzonder daarentegen zijn de beschrijvingen van de natuur, die een echo lijken te zijn voor de stemmingen en gevoelens van de personages. Je zou het een soort animisme kunnen noemen, een convergentie tussen de ziel van de mens en die van de blijkbaar eveneens bezielde dingen, zielen, die allemaal met elkaar communiceren, in elkaar overlopen en elkaar versterken. De storm die aan het einde van de roman losbarst en in zijn groeiende heftigheid van over elkaar buitelende golven de dramatische gebeurtenissen in het dorp weerspiegelt is hier een prachtig voorbeeld van. Daarnaast levert deze vervlechting ook mooie, poëtische beelden op:

…het zonlicht…op de gloeiende weiden, was…net goudpoeder; boven de bossen warme as. Alles maakte zich mooi, alles maakte zich nog mooier, alsof er een wedijver heerste. Alle dingen die zich mooi, steeds mooier maken, het water, de bergen, de hemel, wat vloeibaar is, wat vast is, wat noch vast noch vloeibaar is, maar alles hangt met elkaar samen; er was zoiets als een verstandhouding, een aanhoudende uitwisseling tussen het ene ding en het andere, en tussen alles wat er is.’

In zo’n wereld vol dwarsverbanden kunnen medailles hangen ‘zich op het behangpapier te vervelen in hun lijst’, bomen samenwerken ‘om met hun bladeren de hemel boven de wegen aan het oog te onttrekken’, bergen blinken ‘als omgedraaide kopjes van wit aardewerk’ of ‘kleine golfjes voortdurend speels afdalen en opklimmen, als kleine meisjes op een zandberg’ en ook kan geluid vallen ‘op de grond alsof iemand het met een schaar heeft doorgeknipt’.

Het zijn kleine en prachtige juweeltjes van beeldend taalgebruik vol poëzie. Maar daarnaast kan deze verstrengeling van mens en natuur, deze wederzijdse afhankelijkheid van levende wezens en ogenschijnlijk levenloze dingen ook de moderne, van de natuur los geraakte mens aanspreken. In deze twee aspecten schuilt beslist de waarde van Ramuz’ roman.

Modern 

Bij deze bijzondere zienswijze van de wereld waarin alles met elkaar communiceert moet de schrijver ongetwijfeld een passende, vernieuwende manier van schrijven hebben gezocht. Ook zijn schrijfstijl moest grensoverschrijdend zijn en onverwachte verbindingen aangaan. In zijn tijd kreeg hij vanuit literair Frankrijk het verwijt de Franse taal in zekere zin te mishandelen door haar spreektalig, boers te laten klinken. Ook tegenwoordig is Ramuz’ stijl niet voor iedereen weggelegd. De lezer moet in ieder geval welwillend zijn en openstaan voor experimenten. 

De auteur speelt met werkwoordstijden (tegenwoordige en verleden tijd volgen elkaar onverklaarbaar op), laat flarden zin letterlijk naast elkaar herhaald staan en gebruikt persoonlijke voornaamwoorden waarbij het duister blijft naar wie ze verwijzen: een ‘ik’ of ‘je’ en vooral de ‘we’ kan op heel verschillende personen slaan; soms zit de verteller er duidelijk bij, dan weer waarschijnlijk helemaal niet. Verwarrend is dit in elk geval. Maar wat voor de lezer de oriëntatie en het inschatten van afstanden en tijdsduur echt bemoeilijkt is het steeds en onverwacht verschuivende perspectief. Het personage door wiens ogen we als lezer naar een scène kijken kan vlakbij zitten, maar vaker nog op grote afstand en hoger gelegen plekken. Het overzicht is zo groter, maar ook fragmentarisch. 

Montagetechniek

Het is alsof de gebeurtenissen door een camera geregistreerd werden en vervolgens met behulp van een snelle montagetechniek achter elkaar zijn gezet. Ramuz hield van muziek en schilderkunst, misschien ook van film en fotografie. In ieder geval doet zijn stijl schilderachtig en filmisch aan, alsof hij kleurtoetsen op een doek plaatst of de kadrering van een foto bepaalt: ‘Opnieuw had een stoomboot, met zijn naam die je kon lezen (het was de Rhône), een ogenblik lang geen voor- en geen achtersteven tussen de deurposten, terwijl het uiteinde van de schoorsteen net tot de bovendorpel reikte.

Vanaf de eerste bladzijden hangt er constant een subtiele dreiging boven het verhaal. Het zet aan tot doorlezen, maar heeft ook iets onbevredigends, omdat de lezer er geen vat op krijgt, gedesoriënteerd raakt. Maar is dat niet wat een boek tot literatuur maakt?

 

 

Omslag Schoonheid op aarde - Charles Ferdinand Ramuz
Schoonheid op aarde
Charles Ferdinand Ramuz
Vertaling door: Rokus Hofstede
Verschenen bij: Van Oorschot (2023)
ISBN: 9789028223257
238 pagina's
Prijs: € 22,50

Om Literair Nederland draaiende te houden, zijn wij afhankelijk van vrijwillige bijdragen. U kunt ons steunen via de rode knop. Waarvoor onze hartelijke dank!

Meer van Andrea Kučerová:

Doelloos

Doelloos

Over 'Rusteloos' van Casper Luckerhof

Recent

Over de gele soepterrine
16 april 2024

Over de gele soepterrine

Over 'Wie houdt je warm in de winter?' van Berend Boudewijn
Verslag van een kleurrijk leven
15 april 2024

Verslag van een kleurrijk leven

Over 'Waar kleur is, is leven' van Tineke Hendriks
Woutertje Pieterse Prijs voor De jongen die van de wereld hield
13 april 2024

Woutertje Pieterse Prijs voor De jongen die van de wereld hield

Over 'De jongen die van de wereld hield' van Tjibbe Veldkamp
Schrijvend aan haar zuster Virginia
10 april 2024

Schrijvend aan haar zuster Virginia

Over 'Vanessa & Virginia' van Susan Sellers
Literatuur in dienst van de strijd
8 april 2024

Literatuur in dienst van de strijd

Over 'Mannen in de zon' van Ghassan Kanafani

Verwant

De natuur in verweer

De natuur in verweer

Over 'De grote angst in de bergen' van Charles-Ferdinand Ramuz