Cécile Wajsbrot – Caspar David Friedrichstraße

Een straat zonder geschiedenis

Recensie door Eric de Rooij

Het is verleidelijk om Caspar David Friedrichstraße te lezen en tegelijkertijd Google te raadplegen. Het boekje, dit jaar verschenen in de Franse reeks van uitgeverij Vleugels, is namelijk opgebouwd aan de hand van schilderijen van Caspar David Friedrich (1774-1840): negen hoofdstukken vernoemd naar negen schilderijen. Weliswaar gaat de verteller in ieder hoofdstuk in op het schilderij, maar je wilt toch het beeld zien dat hoort bij titels als ‘Morgen im Riesengebirge’ of ‘Abtei im Eichwald’. Googelen dus bij gebrek aan een overzichtscatalogus in de boekenkast.

Eerste vertaling

Caspar David Friedrichstraße is, in een soepele vertaling van Eva Wissenburg, de eerste roman uit het rijke oeuvre van Cécile Wajsbrot (1940) die in het Nederlands verschijnt. Naast romancier is Wajsbrot essayist en vertaler. De Europese geschiedenis van de twintigste eeuw die in Caspar David Friedrichstraße een cruciale rol speelt, zit bij wijze van spreken in haar genen. Haar Joodse familie vluchtte in de jaren dertig van Polen naar Frankrijk, haar grootvader werd door de nazi’s vermoord, haar grootmoeder en moeder wisten de oorlog ternauwernood te overleven. De twee wereldoorlogen, de daaropvolgende opdeling van Duitsland en Berlijn en ten slotte de Duitse hereniging in 1990 zijn niet alleen decor in Caspar David Friedrichstraße  – de geschiedenis zit ook in de genen van de verteller. Een dichter die een half leven in Oost-Duitsland heeft geleefd en nu in een herenigd Berlijn uitgenodigd is om te spreken bij de feestelijke opening van een nieuwe straat, de Caspar David Friedrichstraße, een straat zonder geschiedenis in een stad die vooral uit geschiedenis bestaat. De lezer luistert, samen met het publiek, mee.

De speech opent met een overpeinzing over ruïnes: ‘Ruïnes zijn overal om ons heen, zolang je ze wilt zien, natuurlijk, het is hun lot om onder nieuwbouw en heropbouw te verdwijnen, want we hebben geleerd om te camoufleren en te maskeren, om de toekomst vorm te geven (…).’ Zo gelaagd is geschiedenis, zo gelaagd is ook het leven dat mensen leiden. Je begrijpt al snel dat de dichter zijn luisterend publiek meer dan een obligaat welkomstwoord wil schenken en dat hij meer wil vertellen dan alleen enkele kunsthistorische weetjes bij schilderijen van Friedrich. Hij neemt zijn publiek mee in de geschiedenis van Europa, in die van Berlijn, en verbindt de algemene geschiedenis aan zijn particuliere levensverhaal: een verloren liefde, levenskeuzes, een talmend bestaan, ‘dat we ons hele leven niet anders doen dan bang zijn, terwijl we om te leven alleen maar met bang zijn hoeven te stoppen.’

Overvliegende trekvogels

Het eerste deel van het boek biedt een aantal bijzondere passages over geschiedenis, bijvoorbeeld over de man die op verzoek van de Duitse keizer de bronzen letters  ‘Dem Deutsche Volke’ op het fronton van de Reichstag heeft gemaakt en wiens familie, twintig jaar later, door de nazi’s werd omgebracht. In zijn opmerkingen over onvrijheid in de DDR is voor de Nederlandse lezer zelfs een onbedoelde verwijzing naar ‘Over de Muur’ van Klein Orkest te lezen: de dichter spreekt over het verbod op reizen, maar ziet wel trekvogels overvliegen. Als hij vertelt over zijn bezoek aan Rügen – in het hoofdstuk ‘Der Mönch am Meer’ – komt de gelaagdheid van het heden nog duidelijker aan de oppervlakte. De villa’s aan de promenade werden onder het nazisme geäriseerd, daarna gebombardeerd en ingenomen door het rode leger. Na de val van de muur kregen ze weer hun oorspronkelijke bestemming van hotel, café of vakantiewoning, ‘ze keerden langzaam maar zeker terug naar hun oude bestaan.’

Liefdesgedichten

Uiteindelijk is het de persoonlijke geschiedenis in het boek die raakt. De dichter trouwt, krijgt twee kinderen, maar is intussen verliefd op een vrouw aan de Westerse kant van Berlijn. Onbereikbaar. Wel schrijft hij haar brieven en schrijft hij gedichten over haar, terwijl hij bij zijn echtgenote blijft: ‘(…) uit gemakzucht, gewoonte of vermoeidheid (…) alles wat ik deed bond me aan een leven dat ik niet wilde en hoe minder ik dat leven wilde, hoe meer ik me eraan ging hechten en hoe onomkeerbaarder ik alles maakte.’ Slechts één vriend biecht hij zijn geheim op: ‘die me zwijgend en verbaasd aanhoorde en me toen in zijn armen sloot.’
Door de val van de muur kantelt alles.

Cruciaal woord in het hele boek is stilte. Stilte keert in verschillende gedaantes terug. Het stilzwijgen van het verleden. De stilte tussen geliefden. De stilte van een onbeantwoorde brief. Stilte die verbindt of juist scheidt. De stilte van schilderkunst. De dichter citeert Friedrich op het eiland Rügen: ‘En steeds weer die geruisloze stilte, die nauwelijks door de zacht kabbelende golfjes wordt verstoord (…).’ Ook zelf worstelt hij met stilte: ‘Mijn stilte was een teken van onvermogen.’ Onvermogen om te leven, dat is de existentiële crisis waarin de spreker verkeert en het lijkt erop dat Friedrichs schilderijen, met hun natuurmystiek en intuïtieve verbondenheid met de elementen, hem op weg helpen om daar uit te komen. Minder denken, meer voelen. Zelfs een gebed wordt niet geschuwd om de geliefde van zijn oprechtheid te overtuigen.

Woorden die resoneren

Als lezer heb je al die tijd het idee dat de dichter in het boek een groot publiek toespreekt. Een redevoering van meer dan honderd pagina’s, dat is voor de luisteraars een hele zit, maar voor de lezer wordt het pas lastig als in de tweede helft het liefdesverhaal de boventoon gaat voeren. Dat Wajsbrot het zich met deze stijlvorm niet gemakkelijk heeft gemaakt, is te merken. Tussen de dichter en de geliefde in het verhaal ontspinnen zich gesprekken die je alleen als volleerd mimespeler aan een luisterend publiek kunt overbrengen. Vergeet daarom de setting die Wajsbrot heeft neergezet, laat de dichter – bij wijze van spreken – alleen tegen jou als vriend spreken op zijn zoekende en wat verlegen toon, dan klinkt een stem die iets te zeggen heeft, wiens woorden lang blijven resoneren.
Tot slot, in Berlijn is een Friedrichstrasse (vernoemd naar de Pruisische vorst en bekend van checkpoint Charlie), er is een Caspar Friedrich Schule, maar naar de schilder is nog geen straat vernoemd. Misschien brengt Wajsbrot Berlijn op een idee.

 

Omslag Caspar David Friedrichstraße - Cécile Wajsbrot
Caspar David Friedrichstraße
Cécile Wajsbrot
Vertaling door: Eva Wissenburg
Verschenen bij: Uitgeverij Vleugels
ISBN: 9789078627777
120 pagina's
Prijs: € 22,90

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *





 

Meer van Eric de Rooij:

Recent

19 september 2019

'Weg met de boeven en dieven aan de macht'

Over 'De toekomst die nooit kwam' van Marc Jansen
18 september 2019

Een spannende avonturenroman

Over 'De Dolfijn' van Mark Haddon
17 september 2019

De natuur in verweer

Over 'De grote angst in de bergen' van Charles-Ferdinand Ramuz
16 september 2019

Tussen overtuiging en onverschilligheid

Over 'Ontweten' van Menno van der Veen
11 september 2019

In wankel evenwicht tussen twee talen en twee ideologieën

Over 'De engel van het vergeten' van Maja Haderlap

Verwant