Catherine Raven – Vos & ik

Empathie is de poort naar vriendschap

Recensie door Els van Swol

De Amerikaanse biologe Catherine Raven debuteert met het boek Vos & ik, waarin haar relatie met een vos centraal staat. De vos is een voorbijganger bij haar huis in een afgelegen bergvallei, ver van de bewoonde wereld.
In tegenstelling tot de Franse schrijfster en pianiste Hélène Grimaud die met een wolf als huisdier begon, wat uitgroeide tot een Wolf Conservation Center met zo’n dertig wolven, gaat het bij Raven niet om een gedomesticeerd, maar om een wild roofdier dat ze niet van plan is temmen. Het enige dat ze zou willen temmen, is haar slaapmat die alle kanten op gaat behalve de kant die zij prettig vindt.

 Dit neemt niet weg dat de schrijfster razend nieuwsgierig is naar de vos, zonder dat ze meteen beschuldigd wil worden van antropomorfisme (vermenselijken van dieren). Ze is nieuwsgierig naar het dier, en vraagt zich af of Vos een persoonlijkheid heeft. Inmiddels schrijft ze vos met een hoofdletter; maar een eigen naam zal ze hem niet geven. Wel leest ze Vos voor uit De kleine prins van De Saint-Exupéry. Over die ene roos, terwijl Vos elke dag bij dat ene vergeet-mij-nietje gaat zitten en luistert naar haar bla-bla-bla, want meer  (zo stelt zij zich voor) zal het in zijn oren niet zijn.

De visie van haar studenten

Behalve dat Raven Vos’ ontwikkelingsgang beschrijft, is het boek ook een beschrijving van haar eigen ontwikkeling als mens. Soms met schrijnende constateringen die haast terloops worden genoemd. Haar solitaire bestaan is, schrijft ze bijvoorbeeld, het gevolg van het feit dat haar ouders haar niet accepteerden. Daaruit vloeit het idee voort dat dit dan wel voor iedereen zal gelden. Ze denkt dat ze in de maatschappij, alleen in de universitaire wereld zal worden geaccepteerd als ze Vos en de berg achter zich laat. Dat is nogal wat, nu Vos op haar pad is gekomen, hoewel hij haar soms laat wachten wanneer hij meer te doen heeft dan zij. De leegte die zulke momenten opleveren, zetten aan tot piekeren. En tot goed kijken naar alles in haar omgeving dat groeit en bloeit, en dat wordt gedétailleerd opgeschreven.

Ze schrijft over haar tuin of wat ze op pad met een gids en haar studenten langs een droge beekbedding tussen de akkers, een berg oplopend, tegenkomt. Het onderwerp ‘Vos & ik’ is onder haar studenten een hot item. Telkens komen ze erop terug. Ondertussen blijkt dat ze, net als De kleine prins, alles vanuit haar hart beschouwt, meer dan met haar verstand. En toch ook steeds meer antropomorf. Bliksemschichten worden ‘nors’ genoemd, grassen ‘rebels’ en de ogen van een gewond hertenkalfje ‘smekend’. Ze weet wat dit betekent: onwetenschappelijk en emotioneel onvolwassen tegenover wat haar studenten eigenlijk willen: de vos objectiveren, tot data terugbrengen, zijn poep verzamelen of DNA afnemen. Het betekent ook: zoeken naar een baan met een vast inkomen en een zorgverzekering. Dan zou ze – ook dit wordt terloops vermeld – eindelijk een operatie aan een goedaardige tumor kunnen betalen. 

Natuur en cultuur

Naast De kleine prins leest Raven onder meer ook Mary Shelley’s Frankenstein. Ze hoopt dat het lezen van dit boek haar kan helpen bij de keuze tussen wetenschap of intuïtie. De natuur kan haar in dit opzicht niet de weg wijzen; het is de literatuur waarbij ze telkens weer te rade gaat. De natuur roept haar verbeelding wakker, de cultuur doet ook een beroep op de rede. Vos neemt een tussenpositie in: ze gebruikt het dier niet als studieobject, zoals haar studenten dat zouden willen, maar een vriend zou ze hem ook niet willen noemen. Hij heeft een goede invloed op haar gewoontes, zoals tot bloedens toe haar hoofd openkrabben, want daar houdt ze mee op. Het is natuurlijk niet voor niets dat ze haar hoofd openkrabt, want daar zetelt de rede. De mens en het wilde dier staan bij Raven niet aan twee uiteinden van het spectrum, zoals bijvoorbeeld bij de Canadese filosoof Will Kymlicka, die wilde dieren niet ziet als voorbijgangers, maar als ‘inwoners van een ander land’, terwijl hij huisdieren en boerderijdieren beschouwt als medeburgers, met alle rechten van dien.

Dan beschrijft Raven een tocht met een groep studenten door een dennenbos dat dreigde af te sterven en plaats moet maken voor sparren. Zo’n verschuiving wordt ‘het climaxstadium’ genoemd, de meest stabiele fase en culminatie van alles. Raven stelt, dat ze zelf ook het climaxstadium nadert. Vos komt om bij een brand, ze moet het verhaal van Vos vertellen, het verhaal van een wilde vos. Als hij niet wild was geweest, had ze hem misschien een halsband omgedaan, laten chippen en aangelijnd. Sinds zijn dood maakt ze zich druk om vossen, heeft ze een fulltime baan als universitair docent en woont nog steeds in de afgelegen bergvallei. Het evenwicht en de rust is gevonden. 

Het feit dat het rijke en beeldend getoonzette persoonlijke verhaal in dit boek subtiel wordt verweven met het verhaal over de natuur in het algemeen en Vos in het bijzonder, tilt dit door Henny Corver mooi vertaalde boek, ‘een ongewone vriendschap’ uit boven het genre van ofwel een autobiografie sec ofwel een biologieboek zonder meer. Op deze manier voelt de lezer zich ook geen indringer, noch in het leven van Raven, noch in de natuur, maar iemand die met zowel de schrijver als met Vos mee kan leven, empathie kan hebben. En empathie is volgens de auteur de poort naar vriendschap.

 

Omslag Vos & ik - Catherine Raven
Vos & ik
Catherine Raven
Vertaling door: Henny Corver
Een ongewone vriendschap
Verschenen bij: Atlas Contact (2021)
ISBN: 9789045043913
320 pagina's
Prijs: € 24,99

Meer van Els van Swol:

Verwant