Carel Peeters – Het eigenwijze potlood (2018)

Carel Peeters ‘leest’ twintig literaire tekenaars

Recensie door Teunis Bunt

In de ‘Coda’, het nawoord van Het eigenwijze potlood, legt Carel Peeters uit wat hij bedoelt met de ondertitel van zijn nieuwe boek, ‘20 literaire tekenaars’. Het gaat om tekenaars die ‘verder willen kijken’: ‘Ze tekenen met resonantie. Er klinkt humoristisch, filosofisch, psychologisch of literair iets mee dat niet vervliegt bij de eerste blik, zoals vaak met cartoons.’ En verder hebben deze tekenaars ‘ook allemaal iets met literatuur en boeken.’

Peeters heeft ervaring met tekenaars die ‘iets’ hebben met literatuur. Hij zwaaide indertijd de scepter over de boekenbijlage van Vrij Nederland, waar ook werk van sommige van deze tekenaars werd geplaatst. Verder zijn het allemaal erkende grootheden, van wie de namen bij menigeen bekend zullen klinken: Peter Vos, Joost Swarte, Peter van Straaten, Jeroen Henneman, Siegfried Woldhek en Dick Bruna bijvoorbeeld, of van over de landsgrenzen: Glen Baxter, David Levine, Wilhelm Busch, Walter Trier en Saul Steinberg.

Biografische elementen blijven veelal ongenoemd in de portretten die Peeters van deze tekenaars schetst: geen geboorte- en sterfdata, geen opsomming van boeken of exposities. Peeters probeert de kern van de tekenaar te raken en zegt daarbij ook wel iets over de techniek, al blijft dat meestal beperkt. De thematiek van het werk krijgt vaak meer aandacht.

Peeters probeert dat werk te vangen in een omschrijving: ‘Bij Jeroen Henneman komt alles samen in de begrippen afstand en vernuft.’ Of: ‘ze [de tekeningen van Glen Baxter] zijn ironisch-nostalgisch-surrealistisch-anarchistisch en dadaïstisch’. Bij zo’n laatste omschrijving kun je je ook afvragen of er nog iets is wat die tekeningen niet zijn.

Bij wat Peeters beweert, noemt hij vaak tekeningen die wat hij zegt illustreren. Maar het navertellen van tekeningen is eigenlijk nooit een goed idee en zeker niet als het gebeurt in een lange opsomming. Misschien was het dan beter geweest om meer tekeningen op te nemen. Bij Peter van Straaten, volstaat Peeters zelfs met opnoemen van de onderschriften, alsof de tekeningen er minder toe doen. Daarbij geeft hij bovendien de onderschriften niet altijd correct weer.

Bij het beschrijven van tekeningen ontkom je niet altijd aan interpretatie. Maar als het beeld ontbreekt, kan de lezer niet controleren of de beschrijving wel klopt. Over een portret van de zangeres/actrice Björk, gemaakt door Philippe Petit-Roulet schrijft Peeters: ‘En Petit-Roulet heeft vlug door dat Björk een originele verkleedpop is en een verwende prinses. Dat laat hij in alle eenvoud zien door haar een rood jurkje aan te geven, arrogant uit twee spleetoogjes te laten kijken en een kroontje op te zetten.’

Dat portret staat toevallig wel afgedrukt en, zonder verdere context, kan een kijker ook tot een volstrekt andere interpretatie komen: dat kroontje kan erop duiden dat Björk een vorstin is, vergeleken met anderen. De wezens om haar heen zijn dan ook stuk voor stuk veel kleiner getekend. De tekening zou daarom ook bewonderend kunnen zijn. Wellicht heeft Peeters andere informatie van buiten de tekening, maar die deelt hij dan weer niet met de lezer.

Alle stukjes over de tekenaars zijn geïllustreerd, maar wellicht had de uitgever nog scheutiger moeten zijn met de illustraties, niet alleen om een nog betere indruk te geven van het werk van de tekenaar, maar ook opdat er meegekeken kan worden met wat Peeters beweert.
Stuk voor stuk zijn de geschreven portretten aardig om te lezen, al zijn ze niet verrassend voor mensen die het werk van de tekenaars een beetje kennen. Het best is Peeters op dreef als hij ook over literatuur kan schrijven, zoals bij de tragische Henry Darger, die niet alleen veel tekeningen, maar ook een gigantisch manuscript naliet.

Aangenaam in Het eigenwijze potlood is de waarderende en vaak ook bewonderende manier waarop de tekenaars gepresenteerd worden. Het is te merken dat het werk van dit twintigtal na aan Peeters’ hart ligt. Natuurlijk zijn er tekenaars die gemist worden, maar dat zal altijd geval zijn bij een zo persoonlijke keuze. Peeters spreekt bepaald niet het laatste woord over het oeuvre van de literaire tekenaars, maar zijn twintig stukken zijn aardige inleidingen. Na het lezen ervan kan de lezer zelf besluiten of hij zich nog verder in het werk wil verdiepen.

Uitgeverij De Harmonie heeft van Het eigenwijze potlood een mooi gebonden uitgave gemaakt waarin de tekeningen in kleur zijn afgedrukt. Een boek dat het goed zal doen op de salontafel en in de boekenkast.

 

 

Omslag Het eigenwijze potlood (2018) - Carel Peeters
Het eigenwijze potlood (2018)
Carel Peeters
Verschenen bij: Uitgeverij De Harmonie
ISBN: 9789463360326
272 pagina's
Prijs: € 27,50

Meer van Teunis Bunt:

Recent

11 december 2018

‘Doorkijkblouse’ is te alledaags voor een literaire schepping

Over 'Schipbreuk' van Marco Kamphuis
10 december 2018

René Appel stelt de lezer niet teleur

Over 'Dansen in het donker' van René Appel
9 december 2018

Mussen met longen als vliespinda’s

Over 'Wat huid is' van Peter du Gardijn
5 december 2018

Gevoelloos ronddwalen aan de zelfkant van Kopenhagen

Over 'Sus' van Jonas T. Bengtsson
4 december 2018

Verglijden van de tijd

Over 'Vogels, vlinders en andere vliegers' van Hans van Pinxteren

Verwant

Paradoxaal

Over 'De cultuur van de paradox' van Carel Peeters