Bette Howland – Paviljoen 3

Ingehouden persoonlijke tragiek

Recensie door Anna Krysova

Lange tijd was de Amerikaanse auteur Bette Howland (1937-2017) vergeten, totdat haar debuut W-3 in 2013 werd herontdekt. Deze is nu voor het eerst in het Nederlands vertaald als Paviljoen 3. In deze autobiografische roman beschrijft Howland de tragische lotgevallen van de bewoonsters van de psychiatrische afdeling van een universiteitsziekenhuis. De ik-verteller is een jonge vrouw met twee kleine kinderen die het in haar eentje moet zien te rooien: ‘Een smerig flatje, rottig baantje, eeuwige geldzorgen.’ De existentiële en economische onzekerheid waar ze alleen voor staat, leidt tot lichamelijke uitputting, langdurige depressie en een zelfmoordpoging waarna ze in het ziekenhuis en uiteindelijk op de psychiatrische afdeling terecht komt. Niet een erg opbeurende leeservaring, zoveel is zeker. Maar weet het boek de lezer ook te raken?

Het verhaal speelt zich overwegend af in Paviljoen 3 en beschrijft een wereld met verschillende typen medepatiënten, verplegers, de verleende medische zorg en de heersende cultuur. Deze cultuur is sterk bepalend voor de patiënten. De bedoeling is dat de patiënten samen een maatschappij in het klein vormen, dat hun gemeenschap zelfsturend is en over bepaalde zaken beslist. Een voorbeeld van autonome patiëntbeslissingen is het uitdelen van pasjes voor privileges, zoals wandelingen. Er moet eindeloos vergaderd worden met mensen waarvan de ene helft zulke beslissingen niet wil of kan nemen en waarvan de andere helft geestelijk niet aanwezig is. De meeste patiënten krijgen namelijk kalmerende medicijnen voorgeschreven en zijn meestal afwezig en onverschillig.

Momenten van medemenselijkheid

Er zit weinig lijn in de therapieën op de afdeling, hetgeen soms leidt tot extreme situaties en reacties. Een voorbeeld vormt Cootie: zij weigert te spreken met of anderszins te reageren op haar omgeving. Mede-patiënte Simone wordt aan haar gekoppeld als maatje. Cootie geeft lange tijd het zwijgen niet op maar Simone houdt niet op met communiceren en aandacht aan haar besteden. Hun verhouding dreigt uit te lopen op een patstelling, maar uiteindelijk begint Cootie toch te praten. Snel daarna verlaat zij na twaalf dagen, ‘gezond en lachend’ het ziekenhuis. De verteller merkt over Simone het volgende op: ‘De trouwe aandacht waarmee ze Cootie omringde had […] iets oprechts en zorgzaams’. Dit heeft haar waarschijnlijk geholpen om beter te worden. Zo schemeren er door de wereldvreemdheid van de omgangsvormen, veroorzaakt door de mentale problemen van patiënten en hun medicatie in Paviljoen 3, toch momenten van (mede)menselijkheid. 

De verteller beschrijft gebeurtenissen op een nauwkeurige, bijna wetenschappelijke, maar daardoor ook afstandelijke manier. De cultuur in Paviljoen 3 is gericht op uiterlijkheden en de vertellersstem beschrijft vooral het oppervlak: ‘We besteedden in Paviljoen 3 veel tijd aan ons uiterlijk […]. Dit alles omdat zorg voor je uiterlijk algemeen wordt opgevat als een blijk van geestelijke gezondheid, een van de levenstekenen.’ Feministisch redenerend kun je constateren dat het perspectief van de verteller  dat van de mannelijke blik is: ze bekijkt en beoordeelt vrouwen op basis van hun uiterlijk. Dit lijkt overeen te komen met de opvatting van de moeder van de verteller over wat het betekent om vrouw te zijn: ‘Je bent je ervan bewust dat er iets ontbreekt, iets nodig is; (…) je moet een medicijn zoeken voor het leven en je noemt die bedwelmde toestand “liefde”. Dat is het antwoord […] je hebt alleen een man nodig. […] Maar waar vind je die man? Wie is hij? En trouwens, wat heeft hij eraan?’ Het einde van dit citaat zou kunnen getuigen van een subtiel ironiserend feministisch bewustzijn bij de verteller dat de heersende genderrollen relativeert. Evengoed kan het echter een bevestiging zijn van de stelling dat de vrouwelijke ik-verteller het mannelijke perspectief op haar eigen sekse volledig heeft geïnternaliseerd.

Nadruk op uiterlijkheden

Tegelijkertijd is de nadruk op uiterlijkheden een onderscheidend aspect van de roman omdat de rake observaties van de kleinste details in het gedrag, uiterlijk en gewoontes van de medepatiënten af en toe amusant en doeltreffend zijn. Toch is het juist deze overwegende nadruk op het uiterlijke waar het boek een kans heeft laten liggen. Het verhaal was veel aangrijpender en ontroerender geweest als de verteller meer focuste op haar eigen positie en emoties. In dit opzicht is de roman niet zo gedurfd als de omslag beweert, omdat Howland van deze diepere tragische laag weinig gebruik maakt en het persoonlijke grotendeels uit het boek heeft gehouden. De meest aangrijpende scènes zijn degene waarin Howland haar rol van moeder en haar verhouding tot haar zoontjes beschrijft. Dat gebeurt echter maar twee keer door de roman heen.

Uiteindelijk stelt de ik-verteller na afloop van haar verblijf in Paviljoen 3 zelf haar diagnose, namelijk dat ze een zenuwinzinking heeft gehad. Dat dit gedeeltelijk te wijten is aan het falen van het systeem (armoede, gebrek aan sociale contacten of netwerk, geen gezondheidsverzekering), blijft door de verteller onderbelicht. In dit verband dient zich de vraag aan of de roman als geheel opgevat kan worden als een aanklacht op de staat van de Amerikaanse psychiatrie. Het beschrijven van de steeds uitgestelde gesprekken met psychiaters, studenten-behandelaars die maar passanten zijn en de cultuur op de afdeling zouden op die manier gelezen kunnen worden. De roman heeft als geheel echter niet een geëngageerde, aanklagende toon.

Aan het eind van het boek wordt de ik-verteller door een kennis opgepept om uit het pathologische wereldje van Paviljoen 3 te stappen, hetgeen zij snel doet. Haar leven lijkt verder te gaan, zij is genezen. Maar wat ze in Paviljoen 3 heeft geleerd of hoe ze zich verder ontwikkelt, blijft onduidelijk. Ondanks de tragiek en het autobiografisch element weet de roman niet echt te raken of te ontroeren omdat een diepere persoonlijke laag weinig aangeboord is.

 

 

Omslag Paviljoen 3 - Bette Howland
Paviljoen 3
Bette Howland
Vertaling door: Barbara de Lange
Oorspronkelijke titel: W-3, 1974
Verschenen bij: Uitgeverij Koppernik (2022)
ISBN: 9789083174488
240 pagina's
Prijs: € 23,50

Om Literair Nederland draaiende te houden, zijn wij afhankelijk van vrijwillige bijdragen. U kunt ons steunen via de rode knop. Waarvoor onze hartelijke dank!

Meer van Anna Krysova:

Recent

Wat staat mij als dichter te doen
15 juli 2024

Wat staat mij als dichter te doen

Over 'De verliefde engel' van Bart Koubaa
Een vogel per maand
13 juli 2024

Een vogel per maand

Over 'Dit gaat nooit voorbij   ' van Octavie Wolters
Liefde, cultuur en macht
11 juli 2024

Liefde, cultuur en macht

Over 'Het monster van Sint Helena' van Albert Sánchez Piñol
Gynaecologisch verzet op de plantage
10 juli 2024

Gynaecologisch verzet op de plantage

Over 'Waar we gaan is nacht' van Tracey Rose Peyton
Bijzonder actueel in deze tijd van oorlogen en desinformatie
8 juli 2024

Bijzonder actueel in deze tijd van oorlogen en desinformatie

Over 'Babi Jar' van Anatoli Koeznetsov

Verwant