Berthe Spoelstra – Schemerland

In twee werelden

Recensie door Eric de Rooij

Op het omslag van Schemerland van Berthe Spoelstra slaat een donkere vogel zijn vleugels uit. We zien hem op de rug: de archaeopteryx lythographica, bekend als de Oervogel, en miljoenen jaren geleden uitgestorven. Een onheilspellend beeld bij een onheilspellende titel.

De hoofdpersoon heet Jeanne. Ze woont helemaal alleen in een appartement in Parijs. We volgen haar een ruime week van zondag tot de volgende zondagnacht. In die week wordt haar huis door haar kinderen ontmanteld. Jeanne is oud, hulpbehoevend, spreekt niet meer. Ze krijgt in plaats van thuiszorg dagelijkse ondersteuning van Boudou, de vriendelijke conciërge. Maar er is meer ondersteuning nodig en daarom gaat Jeanne verhuizen naar een plek waar die extra zorg wel gegeven kan worden.

Met Schemerland debuteert Berthe Spoelstra (1969) als romanschrijver. Theaterliefhebbers kennen haar al langer: meer dan tien jaar is zij huisdramaturg bij Theater Frascati in Amsterdam. Door de eenheid van plaats (de huiskamer), tijd (een week) en handeling (de gedachten van Jeanne) zou Schemerland het uitstekend kunnen doen in het theater, met multimediale hulpmiddelen om haar gedachten te verbeelden.

Thomas Moore

Omdat je als lezer het gehele boek uitsluitend in haar hoofd zit, blijft het gissen wat er precies met Jeanne is gebeurd. Is ze dementerend? Daarvoor componeert ze in haar hoofd eigenlijk te prachtige zinnen en consistente gedachten. Kan ze niet praten, of wil ze niet meer praten? Haar kinderen, die in deze week de verhuizing gereed maken, zoeken vergeefs naar ingangen om haar te bereiken. Hoe onbeholpen dat soms ook gebeurt.

Zonder dat het woord valt, is er eigenlijk sprake van een existentiële crisissituatie. Filosoof Thomas Moore zou het de donkere nacht van de ziel noemen. Er is verlies, rouw, een diep weggestopt verdriet. Zwijgen, je geestelijk terugtrekken en je vervreemd voelen van anderen horen daarbij. Jeannes huis wordt onttakeld, de basis van haar leven wordt haar ontnomen. Niet zijzelf maar haar kinderen maken de keuze welk dierbaar object wel en welk niet mee kan naar het verzorgingshuis. De oude vrouw ondergaat het gelaten.

Volgens Moore kan zo’n crisissituatie ervoor zorgen dat je het gevoel hebt je tussen twee werelden te begeven. Zo’n ‘liminale’ toestand creëert Jeanne ook. Om pijn niet te voelen zoekt ze haar heil in fantasieën.

‘Ik verzin een zevenjarig meisje, een Lilou. Best wel goed, denk ik met de stem van mijn liefste kleinkind. Best wel goed. Glinsterend als zon op zomerwater zal dit fijne meisje de stilte doen trillen. Een verzonnen kind, een menselijk schild tegen alles wat komen gaat.’

Terugblikken

Fantasie als schild tegen de pijn van het heden, de verhuizing, en tegen de pijn van het verleden. Want zo zittend in haar stoel, terwijl op de televisie aanslagen in het journaal zijn, de Tour de France zijn etappes heeft of een serie wordt uitgezonden over een politiespeurhond, dwalen haar gedachten af naar het ongemak dat haar leven kleurde: de verhouding met haar zus, de pijnlijke scheiding van haar man, de relatie met haar kinderen:

‘Stilte drijft voorbij en wordt gevolgd door stilte, dit keer in een ander kleurenpalet. In welke vuurgloed moet ik mij wentelen om tot loutering te komen? Zo’n berg fietst de mens niet zomaar even op. Hoever is het klimmen en weer dalen voor ik toe kan geven, voor ik rusten kan? Ik ben bang dat ik te weinig liefde heb gegeven.
Zo, het is gezegd. Is de leeuw nu verslagen?’

Het zijn geen wereldschokkende gebeurtenissen die de hobbels in haar leven vormen. Ze heeft een klein leven geleid, een gewoon leven zoals de meesten van ons doen, met het gewone verdriet en onvermogen dat daarbij hoort. Als Jeanne naar haar kinderen kijkt, denkt ze: ‘Hebben zij keuzes gemaakt of zijn de dingen bij hen ook gewoon gebeurd?’ Zo blikt ze terug op haar eigen geschiedenis.

Spoelstra weet dat een mens ook het gewone verdriet en onvermogen – bijna onbereikbaar – diep kan wegstoppen. Soms duren de fantasieën over het verzonnen kind net iets te lang om de aandacht vast te houden. Maar wanneer de herinneringen aan haar voorbije leven het schild van de fantasie doorboren, wordt het verhaal meer invoelbaar, meer urgent.

Met Schemerland heeft Spoelstra vooral een poëtisch debuut geschreven. Verzamel maar eens de eerste zinnen van de opeenvolgende hoofdstukken: ‘De nacht morst zwart.’ ‘Zacht dient de dag zich aan.’ ‘Boudou draagt de dag onder haar arm.’ Mooie zinnen. Later in het boek beginnen de hoofdstukken met meer reguliere openingszinnen, zodat er ook vaart in het verhaal ontstaat. Knap is hoe Spoelstra haar hoofdpersoon langzaam naar de pijnpunten in haar leven voert tot de dood als een nachtelijke gestalte verschijnt en Jeanne haar vleugels mag uitslaan naar een ander bestaan.

 

Omslag Schemerland - Berthe Spoelstra
Schemerland
Berthe Spoelstra
Verschenen bij: Uitgeverij Van Oorschot (2019)
ISBN: 9789028291010
192 pagina's
Prijs: € 20,00

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *





 

Meer van Eric de Rooij:

Recent

24 januari 2020

Een liefdeslied over het leven zelf

Over 'De menselijke maat' van Roberto Camurri
23 januari 2020

De werkelijkheid rondom moeders vertrek

Over 'De ochtend valt' van Manon Uphoff
22 januari 2020

Laveren tussen strijdvaardigheid en acceptatie

Over 'Het klimaat zijn wij' van Jonathan Safran Foer
20 januari 2020

Raadselachtige fascinatie voor een oom

Over 'Niets voor de familie' van Walter van den Broeck
16 januari 2020

Gepassioneerde vriendschap tussen twee jongens

Over 'Land van dadels en prinsen' van Frank Nellen

Verwant