Bernadette Heiligers – Pierre Lauffer

Biografie van Curaçaose dichter Pierre Lauffer

Recensie door Albert Hogeweij

Als schrijver kun je een nog zo fraaie geloofsbrief van Frank Martinus ‘Dubbelspel’ Arion op zak hebben: ‘je kunt zeggen dat iedereen die in het Papiaments goede poëzie schrijft, op de ene of andere manier door Pierre beïnvloed is’, maar daarmee is niet gezegd dat iedereen die in goed Papiaments schrijft in het gehele Koninkrijk der Nederlanden bekendheid geniet. Pierre Lauffer (1920-1981) is dan ook op de Antillen een begrip, maar daarbuiten heeft nauwelijks iemand van hem gehoord. Daar komt nu verandering in omdat de Pierre Lauffer Stichting Bernadette Heiligers heeft gevraagd het leven van Lauffer te boekstaven in de Nederlandse taal. Bernadette Heiligers heeft zich voorafgaande aan de biografie de volgende onderzoeksvragen gesteld: ‘In hoeverre valt het oeuvre van Pierre Lauffer samen met zijn leven? Wat vertelt het van de samenleving waarin hij opgroeide? En welke invloed heeft de dichter en schrijver mogelijk gehad op de taal en de literatuur van zijn land?’

Lauffer was van de generatie van Tip Marugg en Boeli van Leeuwen, landgenoten die zich richtten op de Nederlandse taal en daarmee ook literaire bekendheid in ons land verwierven. Pierre Lauffer bewandelde een andere weg. Hij schreef in het Papiaments, een taal die cultureel gezien geen rol van betekenis speelde. Pierre Lauffer zag echter al jong de potentie en klankrijkdom van deze taal, in zijn ogen zo eigen aan de schoonheid van zijn eiland. Zijn debuutbundel Patria was ook een primeur voor het Papiaments, want het betrof de eerste dichtbundel volledig in die taal geschreven. Zijn vriend Luis Daal had Lauffer plechtig op het hart gedrukt: ‘Zolang jij je gedichten niet publiceert, ontneem je ons volk iets waar het recht op heeft.’ Dat die taal in lager aanzien stond was voor Lauffer geen reden haar links te laten liggen. Integendeel, als deze biografie ergens in overtuigt is het wel het beeld van een man die lak had aan conventies en sociale normen en liefst zijn eigen gang ging. Zijn belang voor het Papiaments was groot, maar zijn invloed was indirect. Schrijvend over de kleine man, stond hij daar zelf ver vanaf.

Melancholie en sarcasme

De biografie is thematische opgebouwd en volgt zoveel mogelijk een chronologische lijn. Deze aanpak komt de overzichtelijkheid ten goede, maar kent het nadeel dat feiten soms herhaald worden. De passie van Lauffer voor zijn eiland Curaçao staat centraal, het Papiaments, zijn liefde voor de vrouw, muziek. Maar ook zijn in zichzelf gekeerd zijn, zijn onaangepastheid, de man die dwars door zijn negen kinderen tellende gezinsleven heen zijn eigen weg bleef gaan, zijn sarcasme, zijn nonchalance, zijn humor, zijn melancholie komen aan bod. Weinig blijft van hem onbesproken. Daarvoor worden veel bronnen overhoop gehaald, waarvan sommigen elkaar tegenspreken. Wel zo eerlijk.

Waar het de eigen nazaten van Lauffer betreft heeft de biografe hun ruimte voor retoucherend commentaar gegund. Want ja, als lezer gaan je oren wel klapperen als je leest hoe streng hij als vader voor zijn kinderen kon zijn (zo moest de gitaar van zijn oudste zoon eraan geloven toen deze met een teleurstellend rapport thuiskwam) en hoe zijn nukkig beleden soberheid doorwerkte op zijn gezin. Veelzeggend is ‘dat hij met 10 gulden deed wat een ander met 100 gulden deed’. Verjaardagen werden niet gevierd, want dat was immers maar gewoon een dag. En Sinterklaas kwam er ook niet in. Hij leerde z’n kinderen ‘van kleins af aan dat Sinterklaas niet bestond, want hij was niet van plan geld aan cadeautjes uit te geven zodat een nepheilige met de eer zou strijken.’ Ook lezen we hoe hij zijn kinderen dacht te harden: hij ging dan zelf in het donker in het verste hoekje van een kerkhof staan en liet zijn kinderen vervolgens één voor één naar hem toe lopen.

De anekdotes doen het goed in deze biografie die een tikkeltje conventioneel inzet om gaandeweg over te gaan op show, don’t tell. Want er kan met zoveel woorden worden verteld dat Pierres afkeer van sociale conventies een spoor van onrust door zijn leven trok; dat zijn nonchalante houding niet een geaffecteerde poging betrof om de artiest uit te hangen, maar dat hij, waar zelfs de eenvoudige kantoorbediende niet zonder jas en gepoetst schoeisel de deur uitging, het gewoon zelf verkoos om in hemd en op arme-mensen-sandalen over straat te lopen onder het motto ‘je moet de mensen iets te roddelen geven’, maar als je mag lezen dat de dichter in de apotheek, horende dat een klant discreet naar de apotheker vraagt, buldert: ‘Geef die man toch gewoon een pak condooms!’ weet je genoeg. Vanaf dat moment komt zijn levensverhaal écht tot leven en zal die Pierre bij de meeste lezers een potje kunnen breken. Wie zo tegen de conventies gekant is, lijkt nog niet van zijn achtergrond bevrijd. Zo is Lauffer zijn leven lang belijdend Katholiek gebleven en de rijke kinderschare (elf in getal) die hij bij zijn twee respectieve echtgenotes verwekte, wijst ook op een zekere hang naar geborgenheid in tradities. Hij mocht dan geen waarde hechten aan feestdagen, hij respecteerde wel bepaalde familierituelen van zijn ouders. Frank Martinus Arion merkt daar iets over op: ‘Omdat Pierre Lauffer niet duidelijk laat blijken waar hij voor staat, kan je niet zeggen dat hij behalve een sociaal geweten ook sociale principes heeft.’

Tweede leven eindigt in verbittering

Echt populair is Lauffer nooit geworden, binnen het beperkte taalgebied van het Papiaments bleven de oplagen beperkt. Ook de poëtica van Lauffer blijft buiten beeld. Wel sleepte hij er een aantal prijzen mee in de wacht. Vanzelfsprekend vormde met zo’n klein afzetgebied zijn schrijverswerk geen noemenswaardige bron van inkomsten. Een vast inkomen had hij lang niet altijd, ondanks een rits aan baantjes als politieman, salesman, begrafenisondernemer, ambtenaar en leraar. Het gezin Lauffer kende dan ook periodes waarin het moest teren op het geld van de rijkere schoonfamilie. En juist met deze schoonfamilie had Pierre bonje gemaakt op de hem typerende wijze. Toen een van zijn kinderen ter communie ging, wilde hij daarbij niet opgedoft voor de dag te komen. Hij wilde het feest sober houden. Maar zijn schoonvader had juist groots willen uitpakken met feestelijke kleren en lekker eten. Niks ervan! Pierre wist het feest te saboteren door de stekker uit de koelkast te trekken opdat het daarin ingeslagen voedsel zou bederven en vervolgens de overgebleven taarten de achtertuin in te smijten.

Op 47 jarige leeftijd liet een nieuwe liefde van achttien jaar hem nog een tweede jeugd beleven. Toch treedt aan het eind van zijn leven verbittering in. Als hij in de zeventiger jaren leraar Papiaments is moet hij vaststellen dat de nieuwe generatie zich aan die taal minder gelegen laat liggen. ‘Soms gebeuren er dingen in het leven die je melancholiek maken. Je merkt dat je vaak gestreden hebt voor dingen die niet de moeite waard zijn. Als ik mensen onder een boom zie zitten zonder verder iets uit te voeren, denk ik soms dat zij misschien wel gelijk hebben.’ Meer en meer gaat de buitenwereld hem minder interesseren tot die de proporties krijgt van zijn achtertuin. ‘Ik heb een hangmat. Als ik daarin lig, weet ik niet eens dat de wereld bestaat.’ Op 60 jarige leeftijd overleed hij tamelijk onverwacht in het ziekenhuis waar hij als diabeet opgenomen was voor een zwart plekje aan zijn voet.

Het is mooi dat de Stichting Pierre Lauffer deze biografie in de Nederlandse taal heeft doen verschijnen zodat men ook hier kennis kan nemen van het boeiende leven van deze man die in een uithoek van ons Koninkrijk zowel in zijn leven als in zijn poëzie z’n eigen pad ging. Ter afsluiting een poëziefragment van Lauffer in de hem zo typerende melancholische stemming:

‘Aldoor in tweestrijd, niet wetend wat te doen,
schuim om mijn mond van woede, angstig
om mijn onvermogen een besluit te nemen
tot vertrek en dan weer luidkeels wensende
het onbekende achter me te laten,
terug te keren naar de buurten
die ik als mijn broekzak ken
en het verlaten.

Ik weet het niet,
geloof me maar, ik weet het niet:
rot ik weg in steenslag dat van hitte ziedt
of lig ik ooit, begraven als ontheemde,
ver van mijn land, tussen een groepje vreemden?’

Hopelijk hoeven we niet te wachten tot de honderdste geboortedag van deze dichter eer er een keuze uit zijn poëzie in het Nederlands verschijnt.

 

 

Omslag Pierre Lauffer - Bernadette Heiligers
Pierre Lauffer
Bernadette Heiligers
Verschenen bij: In de Knipscheer
ISBN: 9789062658145
304 pagina's
Prijs: € 19,99

Meer van Albert Hogeweij:

Recent

24 september 2020

Verlangen naar verandering

Over 'Jouw zwaartekracht mijn veer' van Tom Van de Voorde
22 september 2020

De vreemdeling in huis

Over 'De vader van Artenio' van Frida Vogels
21 september 2020

Uitzicht op een huis met tuin

Over 'Lentetuin' van Tomoka Shibasaki
18 september 2020

Zelfspot in menselijk onvermogen

Over 'Hoe harder ik loop, hoe kleiner ik ben' van Kjersti Annesdatter Skomsvold
17 september 2020

De Jules Deelder van het proza

Over 'Keukendrinkers' van Rein Hannik

Verwant