Balsam Karam – De singulariteit

De taal als Bermudadriehoek

Recensie door Thibault Coigniez

Onder een brandende zon en het klotsen van de golven flaneren toeristen op de corniche langs de bars. Die kitscherige zeedijk vormt het decor voor het algemeen gevoel van gemis dat de driedelige Zweedse roman De singulariteit van de Koerdische schrijfster Balsam Karam kenmerkt. Dat gemis is bodemloos. Het woord ‘bodemloos’ mag u vrij letterlijk nemen. Met de scherpte van een sigarettenpeuk brandt Karam in de toeristische corniche een gat, waaruit stof en rookpluimen opstijgen. Achter de façade van die lieftallige zeedijk schuilt oorlogsleed, verloedering en ontreddering. Deze niet nader omschreven stad met haar corniche is ‘een gat tussen wat ontstond en had kunnen zijn.’ De setting van De Singulariteit is haast even mysterieus als de titel, en ook de inwoners van die stad zijn hoogst merkwaardig.

Overal verlies

In dat gat woedt het verlies van dierbaren overal, in abstracte bewoordingen: een moeder zoekt naar haar dochter, dochters speuren naar hun moeder en alle inwoners hebben wel iemand kwijtgespeeld. Al deze verlorenen bestempelt Karam als ‘de vermiste’. Over de identiteit van ‘de vermiste’ komen we bitter weinig te weten. Een van de eerste zinnen luidt: ‘De vrouw is alleen, zoekt haar kind’. Dat kind is spoorloos verdwenen en haar armen waren bont en blauw geslagen. De vermiste werkte als poetskracht in een bar op de dijk, maar ging evengoed naar een demonstratie op 1 mei… Zoveel mensen kunnen ‘de vermiste’ zijn. Helaas hoeven de nabestaanden geen hulp te verwachten. In deze stad heerst de onverschilligheid. En in een donkere steeg spelen kinderen met voorwerpen en herinneringen van de vermiste, maar ‘als het verlies hier is weten de kinderen niet langer of het moeder is of zus die is meegenomen.’ Zowel de personen als de plaatsen gonzen van de onbestemdheid. Misschien is de typering over de steeg waar de kinderen wonen ook van toepassing op heel De singulariteit: ‘het is meer een toestand dan een plek.’ Het is niet de plaats waar je iets hebt verloren, maar het verlies dat een plaats is geworden.

Uit de versmelting van algemene aanduidingen en Karams zinnelijke schrijfstijl komt het verlies van verdwenen of gestorven dierbaren, vanonder de woorden naar bovendrijven. In plaats van haar lezers zich te laten identificeren met een concrete leefwereld hanteert ze poëtische en mythologische tropen als ‘berg’, ‘gat’ en ‘palmbladeren’ om een beklemmende atmosfeer te creëren. Voor de goede verstaander verwijst de troop van de ‘corniche’ naar de zeedijk van het door oorlog en ellende getekende Beiroet. Geen toeval dat De Singulariteit zo sterk resoneert met het apocalyptische toneelstuk Kop dicht en graven van de Libanese schrijfster Hala Moughani, waarin een familie op een vuilnisbelt woont, nabij een gat met een gapend gemis. Ook bij Karam verkrijgen de muren hun reliëf door kogelgaten en betreft het hoogste en meest uitzichtloze de top van een afvalberg. Door het zinnelijke karakter van haar taal ontstaan dan zinderende passages als ‘is een vermiste ooit teruggekeerd zegt ze en gaat met haar hand over de muur en de kogelgaten in het midden van de muur – is gemorst water weer bijeengegaard en kun je verlangen naar het onmogelijke zegt ze en zwijgt.’ Dat onmogelijke is hier niets minder dan een complete identiteit.

Vormvast

De verbrokkeling van de eigen identiteit door het verlies van dierbaren staat ook in de twee andere delen centraal. In die delen krijgen we respectievelijk een logboek van een miskraam en het verloop van een integratieproces in Zweden voorgeschoteld. De eerste twee delen, ‘de vermiste’ en ‘de singulariteit’, spelen sterk in op een verlies dat het leven domineert. Karam laat dit manco insijpelen in zinnen als ‘straks zal het strand leeg plaats bieden’. Voortdurend lezen we dergelijke grammaticale onregelmatigheden, die de gefragmenteerde wereld en getraumatiseerde kijk daarop verbeelden. De schrijver verminkt de taal op zichzelf. Die tactiek kadert in een poëtische traditie, waarbij een dichter als Paul Celan de sonnetvorm aan flarden scheurde om de breuk van de holocaust te verklanken. De haast tastbare taal van Karam plaatst die breuk in een zinnelijke Koerdische context. Die zindering blijft spijtig genoeg niet altijd even boeiend.

In de eerste twee delen begint dat hernemen van dezelfde poëtische beelden gaandeweg wat te vervelen. De corniche, de vermiste, de kinderen in de steeg… langzamerhand hoop je toch op een nieuwe ingeving of meer uitgesponnen anekdotes. Karams mozaïek had een grotere verscheidenheid aan tropen goed kunnen gebruiken. Dat had ook perfect gepast in de setting die Karam oproept, want doorgaans zijn de stegen van Mediterraanse steden bevolkt door vreemde lieden en mysterieuze verhalen. In het tweede deel staat dat ‘er geen ruimte tussen lichamen bestaat in de singulariteit’. Er is geen verschil tussen individuele lichamen, want Karam kiest steeds voor abstracte bewoordingen als ‘vrouw’ of ‘kind’. Zo onderlijnt ze de singulariteit van elk verlies. Die keuze om de inhoud weer te geven door middel van een abstracte vorm is niet vanzelfsprekend, maar goed gekozen. Het gebrek aan plot, dat daarvan een hinderlijke bijwerking is, laat zich echter voelen. Karams vormvastheid leidt soms tot een riedeltje dat op de zenuwen werkt. Het gebruik van nieuwe beelden en anekdotes had meer variatie in de tekst kunnen aanbrengen.

Ongrijpbare integratie

In het derde deel, ‘De verliezen’, brengt Karam wel veel meer variatie aan in de opbouw. Elke pagina bevat een fragment dat het leven beschrijft van een gezin, dat van zijn vaderland naar Zweden is gevlucht. In korte passages toont Karam trefzeker hun moeilijkheden om zich in dat Scandinavische land thuis te wanen. Zo is er een fragment waar de zoon aan een vriendje uitlegt dat hij geen vakantiejob kan krijgen, waarop een wederom talig ontsporende zin volgt: ‘De concurrentie is hard zegt zijn witte klasgenoot als ze door de gang naar de eetzaal lopen. Waar werk jij van de zomer dan? Vraagt je broer en hij antwoordt bij mijn vader.’ We zien een oma wier handen niet aan deze aarde gewend geraken, de zus die rotbaantjes doet en de mamma moeten ze overtuigen dat zij haarzelf eens mag trakteren op een nieuw kledingstuk. Ieder gezinslid doet zijn uiterste best om de draad weer op te pikken. Het verlies van hun thuisland maakt die draad soms flinterdun en bij momenten ongrijpbaar.

In De singulariteit maakt Balsam Karam tastbaar hoe het voelt wanneer een ondefinieerbaar verlies het leven beheerst. Zelf is ze op jonge leeftijd van Irak naar Zweden verhuisd. Haar keuze voor de Midden-Oosterse invloedssfeer kan dus gemakkelijk verklaard worden door haar eigen levensloop. Toch is het verfrissend dat ze niet kiest voor een al te autobiografisch relaas. De radicale keuze voor een mysterieuze en poëtische abstrahering doet de taal onder onze voeten wegzakken en verdiept dit boek tot een gat: groot, vaag en onontkoombaar voor al wie zich te dicht bij de rand ophoudt. Wie waagt de sprong?

 

 

Omslag De singulariteit - Balsam Karam
De singulariteit
Balsam Karam
Vertaling door: Hans Kloos
Oorspronkelijke titel: Singulariteten
Verschenen bij: Uitgeverij Kievenaar
ISBN: 9789083249704
220 pagina's
Prijs: € 23,50

Om Literair Nederland draaiende te houden, zijn wij afhankelijk van vrijwillige bijdragen. U kunt ons steunen via de rode knop. Waarvoor onze hartelijke dank!

Meer van Thibault Coigniez:

Vederlichte verzen

Vederlichte verzen

Over 'Van vogels krijg je nooit genoeg' van Jan de Bas & Arie Bijl

Recent

Verslag van een kleurrijk leven
15 april 2024

Verslag van een kleurrijk leven

Over 'Waar kleur is, is leven' van Tineke Hendriks
Woutertje Pieterse Prijs voor De jongen die van de wereld hield
13 april 2024

Woutertje Pieterse Prijs voor De jongen die van de wereld hield

Over 'De jongen die van de wereld hield' van Tjibbe Veldkamp
Schrijvend aan haar zuster Virginia
10 april 2024

Schrijvend aan haar zuster Virginia

Over 'Vanessa & Virginia' van Susan Sellers
Literatuur in dienst van de strijd
8 april 2024

Literatuur in dienst van de strijd

Over 'Mannen in de zon' van Ghassan Kanafani
Maksie wil een stoere baas
6 april 2024

Maksie wil een stoere baas

Over 'Maksie' van Mathilde Stein