Babeth Fonchie Fotchind – Plooi

Klare taal en exotische mystique

Recensie door Juul Martin Williams

Er zijn van die boeken waar je na het lezen ervan even stil bent. De bundel Plooi van Babeth Fonchie Fotchind is zo’n boek. Poëzie die bij tijd en wijle binnenkomt als een stomp in de maag. Niet alleen vanwege de inhoud, ook vanwege de taal. Het Engelse woord bold is het eerste dat te binnen schiet: stoer, stevig, kordaat. Maar nooit grof of plat. Dat zou in het ergste geval een zekere oppervlakkigheid kunnen maskeren, en oppervlakkig is de poëzie van Fonchie Fotchind allerminst, noch qua inhoud, noch waar het gaat om de wijze waarop zij reflecteert op hetgeen zij te zeggen heeft. Die inhoud liegt er niet om, die gaat om niets minder dan acceptatie, bestaansrecht, voorwaardelijke versus onvoorwaardelijke liefde.

‘de man van tante agathe / had zijn renault 5 uitgeleend aan mijn moeder en vader / en ook zijn tijd, hij wachtte al dagen in onze woonkamer / dat is niet normaal bij een dochter / iedereen had hoop dat / ik zou uitblinken in vrijwel alles / zodat de familie erop vooruit zou gaan’

Meerledige kloof

Soms is de kloof tussen twee culturen zo groot dat het eerder lijkt te gaan om een andere planeet dan om een ander continent. Weliswaar bereikbaar en bereisbaar, maar evengoed ver en vreemd. In het levensverhaal van Fonchie Fotchind blijkt die kloof ook nog eens meerledig. Niet alleen is dit het verhaal van een Afrikaanse vrouw die op haar vijfde naar Nederland kwam en daar als zwart meisje in een overwegend witte omgeving moest aarden. De kloof wordt vooral gevoeld waar haar geaardheid niet wordt geaccepteerd door haar ouders, want niet verenigbaar met de mores en opvattingen van haar geboorteland Kameroen. Deze kloof, – die na haar coming-out dat zij op vrouwen valt – onoverbrugbaar bleek en die bij elke volgende beweging alleen maar groter wordt, komt in deze bundel veelvuldig ter sprake. Niet als een eentonige dreun, maar even veelkleurig als de gevoelens die erdoor zijn losgemaakt, zodat het ene gedicht leest als een aanklacht, het ander als een afscheidsbrief. De ene keer voeren eenzaamheid en pijn de boventoon, de andere keer woede en onbegrip; een enkele keer als een gelaten ‘ach, laat ook maar’.

‘tijdens mijn functioneringsgesprek geeft mijn leidinggevende mij
 terug dat ik niet voldoe aan het ideaal. ik heb dit eerder gehoord, maar
 verloor toen een moeder in plaats van een baan’

De diepste kloof is wel die tussen zijn wie je mág zijn – van anderen, je familie, je cultuur – en wie je móét zijn, vanuit een innerlijke bepaaldheid waaraan niet valt te tornen: deze mens, deze vrouw, zo, nu, hier, en niet anders, wat de rest van de wereld er ook van meent te moeten vinden. ‘even niet denken / aan uitgaansnachten waarin ik me minder bloot / had moeten kleden om te voorkomen dat een gezwollen geslacht / zich tegen mijn rug aan drukte / in een steegje // proberen te begrijpen dat mijn moeder / alleen kan begrijpen / dat ik op vrouwen val vanwege het voorval / in het steegje’

Pendelend tussen uitersten

Misschien is dat ook wat de afbeelding op het omslag wil zeggen. Een ovale vorm, naar alle waarschijnlijkheid een menselijke hoofd, gewikkeld in een soort zijde, of vloeipapier. En voor de persoon in kwestie de hamvraag: blijf je verborgen in je omhulsel – het titelwoord plooi is voor velerlei uitleg vatbaar – of scheur je het open en toon je het gezicht dat waarachtig het jouwe is, maar dat door sommigen misschien niet graag gezien zal worden? ‘een week / de tijd gehad om / zichzelf op te vouwen / tot het meest geschikte formaat / dat uit de lessen van haar vader volgde. / zou hij trots zijn / op hoe ze haar grenzen wegplooit? // iri, nog een keer / maar zelfs in een voor het blote oog / vrijwel onzichtbare gedaante / is ze nog te veel.’

Niet alleen waar het gaat om de beleving en de bijbehorende emoties wordt er gependeld tussen uitersten. De taal beweegt daarin mee. Taal die af en toe fijn en zacht is, elegant, met een exotische sensualiteit waarbij de lezer de kleurige ‘waist beads’ bijna letterlijk ziet deinen. Op andere momenten een taal die zo hard is als een grove schets in houtskool, tzak-tzak-tzak. Vooral waar de andere realiteit van vrouwzijn wordt getoond, en de afwijzing van een lesbische lichaam in een Afrikaanse cultuur even direct en meedogenloos wordt beschreven als die in werkelijkheid plaatsvindt.

‘grootmoeder denkt alles goed te hebben gedaan: mijn moeder
 als zuigeling op de vlisco-doeken gelegd / scheermes in vuur /
 gloeiend scheermes tegen zuigeling / bepaald dat zuigeling
 volmaakt zou zijn als minder gevoelig

zulke vrouwen gehoorzamen hun husband nu eenmaal beter, leveren
een grotere bruidsschat op,’

Klare taal en exotische mystique

Het is een taal die geen medelijden vraagt. Dat heeft de schrijfster ook met zichzelf niet. Wel compassie. Dat maakt dat deze poëzie geregeld het gangbare, herkenbare ritme van poëzie verlaat om – meer als een dagboek welhaast – de hartslag van het moment te volgen. Omdat datgene wat gezegd moet worden, de urgentie voorgaat op de wijze waarop het wordt gezegd – de vorm, de taal – en al helemaal op de bedenktijd waarin woorden worden gezocht en gewogen, zinnen geproefd, en het papier halen, of niet.

Toch is de poëzie van Fonchie Fotchind afgewogen en serieus doordacht, ondanks de spontane flow die een zekere impulsiviteit, zelfs een gehaastheid suggereert. Zonder meer met veel talent, intelligentie en integriteit gecomponeerd, maar tegelijk ook heel dicht bij het leven van deze ene specifieke vrouw. Zodanig dat het meer universele uitzicht op de wereld, de tijd, en in dat alles ‘de mens’ in zijn/haar algemeenheid wat in de verdrukking komt.

‘wij zijn de ouders van het kind dat in groep vijf
 op de vraag hoe lief haar oma’s zijn
 moet antwoorden dat ze die nooit heeft gekend’

Individueel en particulier

Onvermijdelijk rijst de vraag wat de houdbaarheid is van poëzie die zo is geworteld in het individuele levensverhaal – en in een actuele situatie die aandacht vraagt en verdient – maar die precies daarom niet door alle tijden heen dezelfde urgentie zal hebben. Hetzelfde mag gevraagd worden met betrekking tot de vele woorden en begrippen die nu misschien en vogue zijn, maar waarvan je mag aannemen (en zelfs hoopt) dat ze over niet al te lange tijd door iets fraaiers worden vervangen: datingapp, mindfulness, AZC, zelfzorgzondag, stufi, tinder, twitteraccount, captcha-code, lg-lcd-scherm.

Staande blijft uiteraard de basispremisse dat de mens het recht heeft zichzelf te zijn en zich naar eigen aard moet kunnen ontplooien in vrijheid en veiligheid. De concrete inkleuring kan echter – zoals in deze bundel – zo particulier zijn, en bij vlagen zelfs modieus, dat terecht de vraag gesteld mag worden wat daar van overblijft als met het verstrijken van de tijd de kleur van die persoonlijke aspecten verbleekt. ‘de voicememo / over waarom geaardheid geen keuze is / komt niet binnen op haar frequentie, jullie raken / de verbinding kwijt. zij is niet geprogrammeerd om zonder voorwaarden / te houden van de mens achter het scherm, terwijl zij / zowel jouw genen als de pixels zelf bedacht.’

Tot slot een tip die niet altijd gegeven kan worden. Niet elke dichter is immers even gecharmeerd van andere media dan het geschreven/gedrukte woord. Sommigen staan niet graag voor een publiek; anderen hebben niet die présence om op een aantrekkelijke wijze hun eigen werk voor te dragen. Babeth Fonchie Fotchind, millennial en kind van haar tijd, duidelijk wel. Zoek haar op en geniet van haar optreden bij bijvoorbeeld, ‘De Nacht van de Poëzie’.

 

 

Omslag Plooi - Babeth Fonchie Fotchind
Plooi
Babeth Fonchie Fotchind
Verschenen bij: De Geus (2022)
ISBN: 9789044545388
96 pagina's
Prijs: € 20,99

Om Literair Nederland draaiende te houden, zijn wij afhankelijk van vrijwillige bijdragen. U kunt ons steunen via de rode knop. Waarvoor onze hartelijke dank!

Meer van Juul Martin Williams:

Recent

Dat vluchten een mens niet echt gelukkig maakt
22 juli 2024

Dat vluchten een mens niet echt gelukkig maakt

Over 'Mam, ik ben geen crisis' van Ismaîl Mamo
Geen kinderachtige gedichten voor kinderen
20 juli 2024

Geen kinderachtige gedichten voor kinderen

Over 'Dichter - de tuin' van verschillende auteurs; redactie Mia Goes
De kunst van rake zinnen   
19 juli 2024

De kunst van rake zinnen  

Over 'Lotgenoten' van Sabrine Ingabire
Een duivelspact
18 juli 2024

Een duivelspact

Over 'Een hart van prikkeldraad' van Lisette Lewin
Een schitterende lawine van woorden
16 juli 2024

Een schitterende lawine van woorden

Over 'Londen' van Louis-Ferdinand Céline

Verwant

OK boomer

OK boomer

Over 'In de wacht' van Alfred Birney