Atte Jongstra – Furunkel

Een bundel om van bij te komen

Recensie door Reinder Storm

De schrijver Atte Jongstra debuteerde in 1985 met een solide en aanstekelijk geschreven studie over de Multatulianen naar aanleiding van het 75-jarig bestaan van het Multatuli Genootschap. Hij gaf daarmee een goede doch misleidende indruk. Na dit boek volgden tientallen publicaties die moeilijk onder een noemer te vangen zijn, zeker niet onder de noemer literair-historische documentatie waar zijn Multatulianenboek toe gerekend kan worden. Met de dichtbundel Furunkel voegt Jongstra weer een noviteit toe aan zijn oeuvre: het is de eerste dichtbundel die hij – de zestig inmiddels gepasseerd –  onder eigen naam publiceert.

Ongrijpbaar
Furunkel
bevestigt Jongstra’s reputatie van ‘nergens bij willen horen’. Épater le bourgeois – dat doet Atte Jongstra het liefst. Van ongrijpbaar naar onbegrijpelijk, Komrij meets Lucebert, zeg maar. Niet voor niks luidde de ondertitel van Jongstra’s autobiografie in de Privé-domein-reeks ‘bekentenissen van een zelfontwijker’. De signalen die Jongstra op zijn lezers afvuurt liegen er niet om. Een furunkel is een steenpuist. Het openingsgedicht van de bundel heet ‘Over de papegaai’. Het volgende fragment is ontleend aan de derde en laatste strofe:

[…] Wij dichters zijn rijk
met kleur gezegend en voorzien de mensen,
en om en om elkaar, van oude taal, van
adeldom. Voor zolang de mensheid duurt.
Daarna de papegaai, met zijn enige
echte openbaring.

Verwarring alom
Welnu: de welsprekendheid van een papegaai mag bekend worden verondersteld. En dat is dus volgens deze dichter de ‘echte openbaring’. De lezer is gewaarschuwd. De dichter presenteert zijn nummers vervolgens als een dompteur in een vaudeville: hij verbluft, varieert en onderhoudt. Zo gauw de lezer denkt te weten wat ‘ie kan verwachten volgt er iets anders. Wat overheerst is verwarring.
Het kortste gedicht van de voorstelling beslaat zes regels, het langste bestaat uit zes delen en omvat 8 pagina’s, inclusief drie motto’s: uit een Mariahymne, één van Goethe en één van Napoleon (‘Was je niet, ik kom eraan!’). De onbeheerste zinnelijkheid die in deze bundel frequent valt aan te wijzen, ook die is in alle directheid in de eerste plaats ongewoon – en zelden poëtisch.

[ …] Ik had je graag op knieën
willen dwingen en je volle lippen om
mijn pik gevoeld … [etc.]

of

In de zomeravondzwoelte streel ik je altijd stuwend
gat, je lubberende stoelzit, flodderend, vloeiend,
luwend onder mijn vingeren, zachtjes veraambeiend
[…] (uit het gedicht ‘Cloacina, heilige’

Podiumpoëzie
Opmerkelijk is dat een zo veelzijdig, origineel en ‘postmodern’ auteur zich niet aan het schrijven van teksten voor toneel heeft gewaagd (de Nederlandse centrale catalogus kent althans geen toneelstukken van Atte Jongstra). Wellicht omdat hij beter zelf als performer kan optreden? Het moet gezegd: de bundel Furunkel schreeuwt om voordracht. Het vergt weinig fantasie om je voor te stellen welke indruk Jongstra zou wekken met een presentatie van gedichten uit deze bundel tijdens (bijvoorbeeld) de ‘Nacht van de Poëzie’. Zijn harde, nasale stem, het dreunende Friese accent – en dan een tekst als deze, uit het gedicht ‘Boekenwerk’:

Uit mijn dikke ballen ruk ik zo gewoon waar ieder bij staat
een hele berg gedichten, ik spuit gasten die zingen als bejaarden
tot ze wit gaan zien. Verdiende loon. Hadden ze maar gestorven
moeten zijn. En hé, over hun liggende figuren kom ik me daar
zomaar nog een keer, ik moet me werkelijk beheersen om niet
factor zeven op hun krengen los te laten. […]

De liefhebbers van podiumpoëzie zullen, na de indringende voordracht van een tekst als deze, fluiten,  joelen en hun handen stuk klappen. Ten slotte: het laatste gedicht van de bundel heet ‘Wit’. Het is kort en ‘stil’ is het laatste woord van de laatste regel. Daar is de lezer dan ook wel aan toe: al was het maar om op adem te komen.

 

Omslag Furunkel - Atte Jongstra
Furunkel
Atte Jongstra
Verschenen bij: De Arbeiderspers (2018)
ISBN: 9789029524070
80 pagina's
Prijs: € 17,99

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *





 

Meer van Reinder Storm:

Recent

21 september 2018

Schrijven met de veer van de arend

Over 'De onzorgvuldig geketende Prometheus' van A. Gide
20 september 2018

Alleen of samen, in- of exclusief?

Over 'Vrouwen en macht' van Mary Beard
19 september 2018

Omdenken in optima forma

Over 'De olifant van de bovenbuurman' van Rijswijk, van, Roos
18 september 2018

Taal die bezinken moet en verwondering oproept

Over 'Laat de stilte' van Rui Cóias
17 september 2018

Twee meisjes en een oudere man

Over 'Twee meisjes en ik' van A.H. Nijhoff

Verwant