Astrid Panis – Slapende tijgers

Het zoo-dier als aanjager van de fantasie

Recensie door Anne van den Dool

‘Nergens ter wereld ligt de mensheid zo comfortabel voor het grijpen als tussen het gebladerte van een open boek.’ Aldus opa, die daarmee de voornaamste thema’s van Astrid Panis’ debuutroman Slapende tijgers in één zin aan elkaar verbindt: het dierenrijk, de mens, de fantasie en de literatuur.

Slapende tijgers verhaalt over een naamloos meisje dat op zesjarige leeftijd haar buurjongen Hendrik verliest aan een verkeersongeluk in een haarspeldbocht. Wanneer hij wordt gevonden, zijn lichaam verbrijzeld tussen zijn motor en een vrachtwagencontainer, houdt een statig edelhert hem gezelschap. Het is de eerste van een lange reeks verschijningen van het dier, dat als een leidmotief door de roman springt. Als belichaming van de schoonheid, de ongrijpbaarheid,  de fantasie. Niet voor niets zegt vriendje Ben dat Hendrik na zijn dood ook in een hert veranderd moet zijn.

Het hert is niet het enige dier dat in Slapende tijgers een belangrijke rol toebedeeld krijgt: achtergrond van deze roman vormt het verhaal van de op- en neergang van de Gentse zoo, waarin tijgers, leeuwen, flamingo’s en beren hun thuis vonden. Uitgebreid wordt de lezer deelgenoot gemaakt van de geschiedenis van het park, dat deze Vlaamse stad halverwege de negentiende eeuw dezelfde allure moest geven als Londen en Parijs, waar in die periode de slinger van Foucault en het Crystal Palace opzien baarden. Niet alleen aan de architectuur werd echter aandacht besteed: ook de dierenverblijven moesten aan de strengste eisen voldoen, en werden zo savannes, steppes en bergketens in het klein. Wat betreft zowel flora als fauna moest hier de absolute wereldtop worden getoond.

Panis geeft de lezer een interessant inkijkje in de tijdgeest van anderhalve eeuw geleden: de Gentse zoo moest niet alleen concurreren met architectonische hoogstandjes in nabijgelegen hoofdsteden, ook was er behoefte aan een oase van rust te midden van de oprukkende industrialisatie. Natuur en technologie stonden op gespannen voet, en vochten om een plek in iedere binnenstad, waar parken werden opgeheven ten behoeve van de aanleg van een fabriek of tramlijn. Met de bouw van een zoo werd, ter lering en vermaak, een stukje van de stad aan de natuur teruggegeven.

Het zijn deze dieren die nog steeds voortleven in de wijk waarin de kinderen wonen – niet alleen in de straatnamen, maar vooral in de fantasie van de bewoners. Een van de grootste verhalenbronnen is opa, die zijn kleindochter en haar vriendje Ben aanmoedigt met hem mee te fantaseren. En zo komen de twee tot een oplossing als blijkt dat de ouders van het meisje hun huis te koop willen zetten: ze zetten de dieren aan het werk. Ze verstoppen bananenschillen tussen de radiatoren, en zetten de deur open om de muizen, vogels en katten met brood, melk, kaas en noten naar binnen te lokken. Alleen zo krijgen ze het huis in korte tijd vies en afstotelijk genoeg, zodat niemand het meer zal willen kopen.

Dat Panis juist deze thema’s – de relatie tussen mens en dier, de fantasie en het kinderlijke – met elkaar vermengt, is niet verwonderlijk. Eerder publiceerde zij twee prentenboeken, Mijn huis is een ballon en Ik zoek een paard, een tweeluik over de jonge Floris, die zich in beide boeken uit zijn huis laat lokken door zijn fantasieën rondom respectievelijk een ballon en een edele viervoeter. Haar dierentuininspiratie haalde Panis uit haar werk bij de Gentse zoo, waar zij tot 2001 als assistent in dienst was.

Slapende tijgers laat zien hoe dit verlangen tot ontsnapping niet alleen bij kinderen, maar ook bij volwassenen speelt, en welke rol het dierenrijk daarin kan innemen. Niet alleen de vroegere opdrachtgevers van het Gentse zooproject lieten zich verleiden door het dier als aanjager van fantasieën; ook de Gentenaren die vandaag de dag op deze grond wonen, leven met deze dieren in hun gedachten. Het dier nodigt uit tot dromen en ontsnapping, tot het willen ontrafelen van mysteries en het kijken met een speelse blik. Panis maakt duidelijk hoe de mens het dier, ook na het verdwijnen van de Gentse zoo, nog steeds nodig heeft: om uit de drukke waan van alledag te stappen, om troost te vinden, om weer kind te zijn. Om te begrijpen hoe groot het belang van de fantasie en het verhaal is.

Het dier fungeert bij Panis op deze wijze als ambassadeur van de literatuur – met het hert in de voorhoede. Haar roman vormt een mooi pleidooi voor de waardering voor deze twee underdogs: het dier en het boek. Dat zij de lezer daarbij soms wat mag verliezen, met haar vermengingen van heden en verleden, fictie en geschiedenis, en fantasie en werkelijkheid, nemen we gerust op de koop toe.

 

 

Omslag Slapende tijgers - Astrid Panis
Slapende tijgers
Astrid Panis
Verschenen bij: Uitgeverij Cossee (2018)
ISBN: 9789059367760
256 pagina's
Prijs: € 19,99

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *





 

Meer van Anne van den Dool:

Recent

23 mei 2018

'Mijn leven is als een stille, donkere nacht, omgeven door duisternis'

Over 'De blinde uil' van Sadegh Hedayat
22 mei 2018

Het fenomenale is ver te zoeken

Over 'De fenomenale meerval en andere verhalen' van Alfred Birney
17 mei 2018

Misleidende verhalen

Over 'Roza' van Olivier Willemsen
16 mei 2018

Zoektocht naar kennis

Over 'De ommegang' van Jan van Aken
14 mei 2018

Meer ambacht dan kunst

Over 'Alle gedichten' van Gerrit Komrij

Verwant