Arthur Umbgrove – Wat we weten

Failliet van het Nederlandse asielbeleid

Recensie door Vic Veldheer

In dit somber stemmende boek, getiteld Wat we weten, doet Umbgrove een verwoede poging om het Nederlands asielbeleid te doorgronden en te begrijpen; hij gaat op zoek naar de grondslagen van het asielbeleid.
Het gaat vooral over het functioneren van onze samenleving in het licht van de stroom vluchtelingen uit het Midden Oosten die moet worden opgevangen. Umbgrove trekt uit zijn onderzoek de conclusie dat ‘we te veel niet weten’ om een oordeel te vellen over het asielbeleid. Niettemin draagt hij voldoende materiaal aan om vast te stellen, dat het huidige asielbeleid tenminste voor verbetering vatbaar is.
Waarom hij die conclusie niet expliciet zelf trekt, komt doordat hij op twee gedachten hinkt: hij wil een roman schrijven, doet daarvoor onderzoek, maar maakt van zijn boek meer een onderzoeksverslag dan een roman. Zoals hij zelf aan het eind van zijn boek schrijft: ‘Ik ben niet dichter bij een standpunt gekomen; ik heb genoeg materiaal voor een roman’. Of heeft hij misschien gedurende het verloop van zijn onderzoek de dringende behoefte gevoeld meer te doen dan een verslag te schrijven?

Sharif en Omar

Tijdens zijn onderzoek raakt Umbgrove bevriend met de gevluchte Syrische broers Sharif en Omar. Door hen komt hij in aanraking met de praktische gevolgen van het asielbeleid. In dit boek beschrijft hij hun leefsituatie in Nederland en lardeert dit met gebeurtenissen uit het werk en het persoonlijke leven van vreemdelingenrechter Claire. Daarbij wordt steeds duidelijker dat het asielbeleid, ondanks alle goede bedoelingen, faalt.
Zo bekritiseert Umbgrove het feit dat een asielzoeker voortdurend in beroep kan gaan op grond van veranderende omstandigheden. Dat laat hij zien aan de hand van het verhaal van Mustafa uit Afghanistan, wiens aanvraag tot een verblijfsvergunning al twee keer is geweigerd door de IND. Omdat hij zich tot het Christendom heeft bekeerd, gaat Mustafa bij Claire voor de derde keer in beroep. Christenen zijn hun leven niet zeker in Afghanistan, dus kan hij niet terug.
De bekering wekt argwaan, is het een manier om toch in Nederland te mogen blijven? Zijn christelijke vriendin en de dominee getuigen voor Mustafa, maar er blijven twijfels over zijn oprechtheid. Jammer genoeg krijgt de lezer niet te horen wat de uitspraak van Claire is.

De vreemdelingenrechter

Claire is in haar vak evenwichtig, genuanceerd en ontspannen, ook als de gemoederen in de rechtszaal hoog oplopen. Maar als vrouw, moeder en echtgenote is zij dat niet; ze is niet gelukkig. Ze stoort zich aan allerlei kleine dingen van haar man en kinderen, is eigenlijk van haar man vervreemd (‘hij leefde zoals hij sliep: niet gehinderd door onnodige belemmeringen of onderbrekingen’) en heeft moeizaam contact met haar puberkinderen. Claire heeft geen idee waarmee haar kinderen bezig zijn. Zij probeert niet alleen in haar vak de situatie te doorgronden, ook in haar persoonlijk leven tracht zij – tevergeefs evenwel – te weten te komen hoe haar man, dochter en zoon in het leven staan. Haar kinderen zijn geobsedeerd door hun mobiele telefoon en tablet en Claire vraagt zich af wat ze nu eigenlijk weet over haar eigen kinderen. Tenslotte geeft ze haar belangstelling  op en stort zich op de verbouwing van hun vakantiehuis in Drenthe.

Claire doet erg denken aan Fiona Maye, de kinderrechter uit de roman van Ian McEwan (De Kinderwet): professioneel zeer geslaagd, een vakvrouw, maar wel met persoonlijke sores en huwelijksperikelen. Het karakter van Claire komt goed tot uiting, wat niet gezegd kan worden van Sharif en Omar.

We weten het niet

De titel van boek slaat op het feit dat je nooit zeker bent over dat wat je weet, ook al denk je dat wel. Dat geldt ook voor asielzoekers: wat weten we echt over de vluchtelingen die we hier toelaten? Dat geldt ook voor Claire: zij weet weinig over wat haar man en kinderen beweegt en hoe zij in het leven staan, wat hen emotioneert. En zij moet achter de waarheid zien te komen op basis van de  verhalen die de asielzoekers die voor haar hekje verschijnen vertellen.

Een voorbeeld van het asielbeleid. Wanneer Umbgrove weer eens op bezoek gaat bij ‘zijn’ Syrische vluchtelingen en zijn vrouw meeneemt, krijgt zij grote twijfels over hun identiteit. De foto’s die zij laten zien over Aleppo zijn volgens haar van internet geplukt; zij laten niets zien van hun persoonlijke leven daar. Umbgrove had die identiteit nooit in twijfel getrokken, maar raakt onzeker over zijn kennis. Hij besluit een brief te schrijven aan de IND met de vraag hoe zij daar de identiteit van asielzoekers controleren; wat komt de IND te weten?
Hij krijgt – informeel, want niet toegestaan – uitgebreid antwoord. Daaruit blijkt zonneklaar dat de IND het ook niet weet: ‘we weten vrijwel niets van de mensen die we hier toelaten. Elke verblijfsvergunning die we verstrekken is een ‘educated guess’.’ Hij noemt het toelatingsbeleid een pervers systeem.

Structuur

Het verhaal zit redelijk goed in elkaar. Er zijn hoofdstukken over de relatie van de schrijver met Safir en zijn broer, er zijn hoofdstukken over Claire en haar leven en werk, en er zijn hoofdstukken die gericht zijn aan ‘L.M.’, het alter ego van de schrijver (?). Daarin reageert hij tijdens het schrijven op zijn/haar commentaar. Dat werkt voor de lezer goed omdat L.M.’s commentaar precies op het juiste moment komt: als lezer heb je dezelfde vragen. Op die manier ontstaat een mooie gelaagdheid waarin de schrijver de gelegenheid heeft zijn eigen twijfels te delen met de lezer.
Zo vraagt L.M. zich af wat de functie in het verhaal is van buschauffeur Henk, zijn dochter en kleindochter Amber die bij hem komen inwonen in afwachting van een eigen huis. Henk en zijn dochter staan dicht bij de ideeën van de PVV; op de basisschool van zijn kleindochter ontstaat een relletje als een jongetje Amber geen hand wil geven in de kring. De juf maakt hier geen probleem van maar moeder wordt woedend en roept uit: ‘We zitten hier toch niet in Turkistan?’
Dit incident moge dan wellicht tekenend zijn voor de omgang van sommige Nederlanders met vluchtelingen, in het kader van het boek krijgt het weinig tot geen betekenis. Het is niet meer dan een sfeertekening van het populisme in Nederland en wordt niet verder verbonden met de zoektocht van Umbgrove naar de grondslagen van het asielbeleid.
Zijn reactie op het commentaar van L.M. overtuigt in dit geval niet erg; hij wil een ‘caleidoscopisch beeld schetsen van het probleem, door verschillende mensen met ieder hun eigen invalshoek aan het woord te laten.’

Waardering

Het verhaal is vlot geschreven, meer journalistiek dan literair, met een duidelijke boodschap: het asielbeleid staat in zijn praktische uitwerking ver af van de doelstellingen. De lange duur van de procedure voor een verblijfsvergunning, in combinatie met het verbod op werk gedurende die procedure, en het steeds weer opnieuw in beroep kunnen gaan tegen een afwijzende beslissing, zorgen voor veel onzekerheid.
Umbgrove laat zien hoe moeilijk het is om een humaan asielbeleid te voeren.

 

 

Omslag Wat we weten - Arthur Umbgrove
Wat we weten
Arthur Umbgrove
Verschenen bij: Querido
ISBN: 9789021407425
320 pagina's
Prijs: € 18,99

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *





 

Meer van Vic Veldheer:

Recent

22 februari 2018

Boek van een ramp

Over 'Een muur van water' van Teuntje de Haan
19 februari 2018

Spiegels van de tijd

Over 'Klok zonder wijzers' van Carson McCullers
16 februari 2018

Een moeder die van voetbal houdt

Over 'Geen kunst' van Péter Esterházy
14 februari 2018

Gedenkteken in woorden

Over 'Aantekeningen over het verplaatsen van obelisken' van Arjen Van Veelen
13 februari 2018

Rauwe en niets verhullende gedichten

Over 'Mammie' van Ronelda Kamfer