Anu Singh Choudary – De blauwe sjaal

Te veel tegeltjeswijsheden

Recensie door Adri Altink

In Nederland bestaat nauwelijks belangstelling voor Indiase literatuur. Een uitzondering daarop vormen Salman Rushdie of V.S. Naipaul die in het Engels schreven of via Engelse vertalingen de wereld over gingen. Lodewijk Brunt heeft zich jaren beijverd om onbekende teksten rechtstreeks uit vooral het Hindi hier onder de aandacht te brengen. Hij schreef ooit op zijn weblog dat alleen al het kiezen van vertalenswaardig werk geen sinecure is: ‘In India verschijnen naar schatting jaarlijks zo’n 100.000 boeken, de helft in het Engels, een kwart in het Hindi en een kwart in een van de vele andere talen (…) We zoeken naar werk dat nog niet in het Engels of een andere Europese taal is vertaald, dus je bent voor ideeën en suggesties afhankelijk van recensies, tijdschriften, uitgeverijen’. En dan nog moest hij, als hij met zijn collega-vertaler Dick Plukker aan een nieuw project was begonnen, meerdere keren tot de conclusie komen dat het werk niet interessant genoeg was.

De meest recente vertaling van het duo is de vorig jaar – tevens het jaar van overlijden van Brunt – verschenen bundel van de jonge Indiase schrijfster Anu Singh Choudhary (1979), De blauwe sjaal. Hij bevat twaalf korte verhalen van deze multitasker, die onder meer journalist, filmmaker, regisseur en vertaler is. In die laatste functie bewerkte ze de Nederlandse tv-serie Penoza in het Hindi. De blauwe sjaal was ook in India haar eerste verhalenbundel (2014).

Belerend

Om maar met deur in huis te vallen: de verhalen zijn in het Nederlands geen onverdeeld genoegen. Dat heeft niet zozeer te maken met de grote culturele verschillen tussen India en het westen – als lezer dien je de bereidheid te hebben die met een open geest tot je te nemen – maar met de soms wat slordige en belerende pen van de schrijfster.
Bijna alle verhalen gaan over vrouwen in het moderne India. Zelfbewuste vrouwen soms, maar ook vrouwen die vermalen worden binnen verschillen tussen kasten, door totaal verschillende leefwijzen in de grote steden en het vaak nog feodale platteland, of binnen relaties waarin ze door werkgeefsters worden uitgebuit of door echtgenoten klein gehouden. Slechts een enkele vrouw weet zich daaraan te ontworstelen. De verhalen geven dan wel inzicht in maatschappelijke verhoudingen, maar ze lijken soms meer geschreven om vrouwen in India bewust te maken van hun achterstelling dan dat ze literair interessant zijn. 

In het openingsverhaal Kamergenoten bijvoorbeeld, wordt het ontstaan van een vriendschap tussen twee van de vier vrouwen die op een kamer samenwonen op een nogal ongeloofwaardige manier neergezet. Blijkbaar begrijpen de twee elkaar na een paar woorden al terwijl de lezer nog nauwelijks in de vriendschap is meegenomen. 
Ook in het titelverhaal De blauwe sjaal wordt de lezer weinig subtiel geleid naar waar de verteller hem of haar wil hebben, ditmaal in het schrijnende leven van een vrouw in een huwelijk met een berekenende man (de man dwingt haar tot een abortus en heeft totaal geen oog voor wat dat voor haar verdere leven betekent). Maar dat gebeurt op zo’n explicerende manier dat je als lezer het gevoel hebt te luisteren naar iemand die een gemoraliseerd feitenverslag uitbrengt. Het wemelt, net als in de meeste andere verhalen, van de tegeltjeswijsheden als ‘Anderen vergeven is makkelijk, jezelf en de jouwen vergeven is het moeilijkst’ en ‘Iemand troosten is de moeilijkste taak die er bestaat’ of open deuren: ‘Als we weinig met elkaar praten, dan zeggen we dikwijls de verkeerde dingen op het verkeerde moment’. Let wel: die citaten zijn de prekerige woorden van de verteller, niet de gedachten van de hoofdpersoon zelf.

Spin

In een ander verhaal zijn het weer de metaforen die storen. In Het leven, de ziekte en de behandeling heeft een zwangere vrouw met een slecht huwelijk een gesprek met een gynaecoloog. Liggend op bed ziet ze in een hoekje boven zich een spin in zijn web zitten, terwijl de arts haar adviseert over haar depressieve gevoelens. Ze beseft ineens: ‘Een leven dat er kleurloos uitziet, moet je zelf kleur geven’ en symbolisch geeft ze met ‘de bezem de spin die aan het plafond hangt de vrijheid’. Het was misschien een werkzaam beeld geweest als ze een vlieg uit het web had bevrijd, maar of de spin zich verlost gevoeld zal hebben…?

Toch is het niet moeilijk voorstelbaar waarom de bundel voor de vertalers interessant was. Alle verhalen illustreren wel op een of andere manier de hectiek van het moderne Indiase leven, vooral in de steden. Daarnaast laten ze de enorme botsingen zien tussen conventies en rituelen op het platteland die zwaar leunen op het oude kastensysteem, en de jongste generatie die via moderne media een venster op de wereld krijgt. Wie daar meer over wil lezen zal wellicht met wat minder moeite over de stilistische tekortkomingen heen stappen.

 

 

Omslag De blauwe sjaal - Anu Singh Choudary
De blauwe sjaal
Anu Singh Choudary
Vertaling door: Lodewijk Brunt en Dick Plukker
Verschenen bij: India Instituut Amsterdam
ISBN: 9789080143777
173 pagina's
Prijs: € 22,54

Meer van Adri Altink:

Recent

20 september 2021

Subtiele metaforen en een poëtisch taalgebruik

Over 'Een Duitse fantasie' van Philippe Claudel
16 september 2021

De kracht van fictie

Over 'Het leugenlabyrint' van Paul Binnerts
15 september 2021

Leren van een vogel hoe te leven

Over 'Vlieglessen' van Charlie Gilmour
14 september 2021

Het beste is je over te geven aan de fantasie van de schrijver

Over 'Arc ' van Richard Osinga
13 september 2021

Puzzelen aan een zondvloedverhaal

Over 'Het Drogsyndicaat' van Mischa Andriessen

Verwant