Annie Proulx – Veen, dras, moeras

Proulx duikt in veen en kwalijke dampen

Recensie door Ben Koops

Voor de Pullitzer prijswinnaar Annie Proulx (1935) is de tijd rijp om een activistische boodschap te laten horen met haar bundel essays Veen, dras, moeras. Het onderschatte belang van veengebieden voor onze planeet. Waar ze hiervoor in het veelomvattende Schorshuiden al had geschreven over ontbossing, gaat het nu voornamelijk over het verdwijnen van de moerasgebieden en de grote ecologische gevolgen daarvan. Ze had naar eigen zeggen altijd al iets met geschiedenis, en deze keer duikt ze diep onder in de materie van vennetjes, turf en kwalijke dampen. Ze doet dit met groot enthousiasme, maar lijkt af en toe even de draad kwijt te raken.

In coronatijd besloot Proulx de boeken in te duiken, dit resulteerde in haar ‘uitwaaierende gedachten’ over hoogveen, laagveen en broekland. De bundel gaat over het ecologische en cultuurhistorische belang van de moeras- en drasgebieden. Daarbij maakt ze uitstapjes naar het mesolithicum, de Amazone, Doggerland, iconische veenlijken en het Teutoburgerwoud. Telkens keert zij terug op een basaal thema: de mens is goed in het vernietigen van natuur maar minder goed in herstellen. ‘Veenvorming is een proces van duizenden jaren, het wegsteken van veen een kwestie van weken of hooguit jaren.’ Proulx onderstreept hierbij het belang van het veen voor de soortenrijkdom en de opslag van co2. Het draineren van het veen laat die broeikasgassen weer los in de atmosfeer. In de plaats van het veen komt vaak landbouw, wat leidt tot het uitsterven van diersoorten en de verschraling van het ecosysteem. Het veen verwerkt dode plantenresten en is zo een bron van voedsel en grondstoffen voor de omliggende flora en fauna.

Draslandvocabularium

Proulx weet te enthousiasmeren voor haar onderwerp. Ze gaat niet alleen in op de ecologische kant van het verhaal maar gaat ook in samenspraak met de bronnen op zoek naar de oorsprong van onze denkbeelden over het moeras. Vaak haalt ze particuliere dagboeken aan, literaire passages uit het werk van uiteenlopende schrijvers en historische verslagen om bijvoorbeeld het verschil met de hedendaagse tijd aan te duiden. Een van de grootste verschillen is wel hoe schrikbarend snel sommige van deze gebieden verdwijnen. Zoals in Engeland, waar als resultaat van de grote ontwateringsprojecten nog maar één procent over is van de veengebieden. Saillant detail is wat Proulx daaraan toevoegt: ‘analoog daaraan sijpelde ook de taal en de kennis van de venen weg.’ Als een rode draad loopt de impact van de mens door al deze gebieden. Het is duidelijk aan Proulxs thema’s te merken dat deze veranderingen haar aan het hart gaan.

Zo trekt Proulx van de Engelse laagvenen naar de historische Noord-Europese hoogvenen met vele antropologische en historische uitstapjes. Wat hierbij opvalt is dat haar interesse enorm breed is. Met de poten in de klei banjert Proulx gestaag door, zich bedienend van het ‘draslandvocabularium’, iets wat voor een leek geen sinecure is zoals ze zelf toegeeft. ‘Veen is geen eenvoudige materie.’ Zo komen woorden als oligotroof voorbij, regenwater is oligotroof, dat wil zeggen arm aan voedingsstoffen. Ze raakt aan antropologie als ze het over het idool van Sjigir heeft, of het geluid van de lure, een blaasinstrument uit de bronstijd. Dit alles om inzichtelijk te maken hoe de veenbewoners door de eeuwen heen geleefd moeten hebben. En zo leren we over veenmos, duizenden jaren oude veenboter en wat er verder zoal boven komt drijven.

Herinnering aan haar eerste avontuur

Dat de draslanden bedreigd worden is zeker. Deze gebieden werden over vele duizenden jaren gevormd maar verdwijnen nu zo snel dat de gevolgen ervan moeilijk zijn te overzien. Het huidige natuurbeleid lijkt minder respect voor de natuur te hebben, getuige bijvoorbeeld de houtkap in de Amazone. Proulx schrijft dat draslanden als een soort buffer kunnen werken om de schokken van ecologische veranderingen op te nemen. Maar de natuurlijke wereld verandert simpelweg te langzaam voor de mens om op te merken. ‘Eeuwen en millennia zijn de uren en dagen van een hoogveen.’ Proulx schrijft over onze voorouders dat ‘hun herinneringen de emotionele trossen waren die hen verbonden met de voorouderlijke geografie.’ Zoals ook natuurvorser Henry David Thoreau een grote voorliefde had voor de ruige achtertuin van het broekland volgens Proulx. Dit zou je in de context van haar romans kunnen zien die vaak sterk verbonden zijn met een bepaalde plek en soms meerdere generaties overspannen. Zo is dit boek ook het resultaat van het goed kijken naar haar directe omgeving.

Zo bezien staat Proulx in een zekere traditie van natuurschrijvers, als een soort hedendaagse Thoreau, die trachtten om de overvloed van de natuurlijke wereld in woorden te vatten en zo hopelijk veilig te stellen voor komende generaties. Ze is daarbij vrij activistisch en schrijft over ‘ecologische rouw’ en ‘klimaatdepressie’, en het dubbele gevoel dat ze tegenwoordig heeft bij het genieten van de natuur. Ze maakt hierbij gebruik van de metafoor van het web van het leven, een inzicht dat gedeeltelijk ook teruggaat op de Duitse naturist Alexander von Humboldt. Bij Proulx begon het allemaal bij de herinnering aan haar eerste avontuur als kind in het veen, waarbij ze bijna terechtkwam in het zigzagvormige web van een moerasspin. Door de sporen van het verleden te volgen helpt ze vorm te geven aan het verhaal van het veen. Deze sporen leiden haar naar de ‘oneindige complexiteit van de natuurlijke wereld.’ En vlak daarachter naar de mens die deze natuurlijke wereld plundert en ontregelt.

Griezelige schoonheid

Draslanden hebben een sleutelrol in het ecosysteem. Leven met het water is zoals veel dingen in de natuur een kwestie van geven en nemen. Zoals de mangrovebossen die een gedeelte van de tijd nat moeten zijn en voor de rest droog. Het herstellen van natuurgebieden is ook een ingewikkelde onderneming, zoals Proulx laat zien. Toch is haar tocht wel een bochtige. Hij weerspiegelt de aard van haar persoonlijke interesse, en de geschiedenis van het behoud of de vernietiging van deze gebieden. Zo overtuigt Proulx als het op het belang van de draslanden aankomt, maar blijven we achter met de vraag of het inmiddels niet al te laat is voor behoud en herstel. De opsomming van bedreigde broeklanden en natuurgebieden op het eind van het boek waarvan sommige tot de verbeelding spreken met namen als ‘Limberlost’ en de ‘Dismal swamp’, biedt een somber vooruitzicht. Rentmeesterschap van deze waardevolle gebieden lijkt in de meeste gevallen ver te zoeken. Het besef van de ‘broze aarde’, zoals Antjie Krog het noemt, moet eerst op aanhoudende wijze doordringen.

De frisse duik in het veen levert een belangwekkend beeld op van deze liminale overgangszones. ‘Wanneer we er voor het eerst voet zetten, bekruipt ons het unheimische gevoel dat we ons bevinden in een vreemde overgangszone tussen het leven en dat wat vergaat en wegrot.’ Net als de rivier van Heraclitus is ook het veenland geen twee keer hetzelfde. Het gebied is enorm divers, en Proulx beslaat op deze pagina’s dan ook maar een stukje. Een probleem hierbij is wel dat haar bronnen vaak verouderd zijn en dat er geen of weinig contact is met het wetenschappelijke veld. Het rommelige karakter van het boek resulteert in meer een bloemlezing van aanverwante feitjes of een pamflet over veengebieden dan een echte studie. De passie en liefde voor het onderwerp zijn wel duidelijk aanwezig. Proulx haalt op enerverende wijze de nodige curiosa op ‘van zeldzaam vreemde zaken en griezelige schoonheid’. Omdat ze er zoveel dingen bijhaalt en af en toe afdwaalt blijft het gelukkig geen lesje biologie maar is het een levend document van haar betrokkenheid.

 

 

Omslag Veen, dras, moeras - Annie Proulx
Veen, dras, moeras
Annie Proulx
Vertaling door: Alexander van Kesteren
Verschenen bij: Uitgeverij De Geus (2022)
ISBN: 9789044547528
264 pagina's
Prijs: € 12,99

Om Literair Nederland draaiende te houden, zijn wij afhankelijk van vrijwillige bijdragen. U kunt ons steunen via de rode knop. Waarvoor onze hartelijke dank!

Meer van Ben Koops:

Recent

Meekijken van proloog tot bezemwagen
25 mei 2024

Meekijken van proloog tot bezemwagen

Over 'Het grote wielrenboek' van Susanne Roos
Literatuur als instrument voor zelfontdekking
22 mei 2024

Literatuur als instrument voor zelfontdekking

Over 'Hij/hem – Een ABC van regenboogboeken' van Redactie: Eric de Rooij, Coen Peppelenbos en Doeke Sijens
Hedendaags liefdesverhaal gebaseerd op een mythe
21 mei 2024

Hedendaags liefdesverhaal gebaseerd op een mythe

Over 'Meisje ontmoet jongen ' van Ali Smith
Aangrijpend mooi zelfportret van een buitenbeentje
18 mei 2024

Aangrijpend mooi zelfportret van een buitenbeentje

Over 'Oever' van Ludwig Volbeda
Zusterschap zonder macht van klasse of ras
17 mei 2024

Zusterschap zonder macht van klasse of ras

Over 'Feminisme is voor iedereen (herziene editie)' van bell hooks

Verwant