Anne Provoost – Krop

Wat niet ongezegd mag blijven

Recensie door Hettie Marzak

Met de titel van de debuutbundel van Anne Provoost, Krop, kun je alle kanten op: ‘een krop in je keel hebben’, ‘iets opkroppen’, ‘iets niet kunnen verkroppen’ en ‘je ziet van mensen wel de kop maar niet de krop’. Van al deze uitdrukkingen met ‘krop’ is wel iets terug te vinden in de bundel, maar wat er het meeste uitspringt is toch ‘iets niet kunnen verkroppen’: ze moesten eruit, de gedichten, ze konden niet langer ongezegd blijven voor de dichter. De reden daarvoor wordt in het motto meegegeven: ‘Want er is tussen ons iets enorms aan de gang’. Hierbij wordt in het midden gelaten of dit slaat op twee mensen in relatie tot elkaar, of dat het algemener moet worden opgevat in die zin dat er iets voor de gehele mensheid aan het veranderen is. En of dat enorms in positieve of in negatieve zin uitgelegd moet worden. De bundel suggereert overduidelijk het laatste.

De mensenhand

Van deze bundel zonder afdelingen bevat elk gedicht een drama uit de actualiteit, van het zoeken naar een verloren geliefde tot de voorspelde ondergang van het Avondland. ‘Er zal huiver weerklinken / in negen ravijnen / tot aan de tiende’, zo klinkt het in Bijbelse taal in ‘Richtlijn’. De dichter ziet met angst het einde van de beschaving naderen door de algehele malaise van klimaatverandering, natuurrampen en de dreiging van een onleefbare planeet. Deze rampscenario’s zijn door de mens zelf veroorzaakt en zijn onomkeerbaar, want ook als het goed gaat ‘[…] zullen mensen mensen pijn doen’. De krop moet vol geweest zijn bij Provoost, want ze laat geen brandhaard ongenoemd: virussen als dat van covid, andere pandemieën, de consumptiemaatschappij, oorlog, ouderdom en dood passeren de revue. Toch zijn deze gedichten geen afspiegeling van de Apocalyps, want Provoost legt zich niet zomaar neer bij alle rampspoed. Woede en humor wisselen elkaar af, opstand en verzet smeulen in haar versregels, maar ook volgt er daarna vaak een nuchtere en laconieke relativering.

‘Zo zal ik het zeggen later:
ik heb geleefd in een tijd
waarin het schandelijk was
dat je op je werk twee dagen na elkaar
dezelfde kleren aanhad

Ik heb geleefd in een tijd
waarin men geloofde
dat gelukkig zijn belangrijk was
We vertrokken met goede voornemens altijd
We wisten het allemaal, maar faalden
We reden ver en lang
We troffen zwoele nachten,
hangtuinen, volle grond,
zinnelijke verzadiging,
maar ik wil minstens hebben verklaard:
we vertrokken met goede voornemens altijd’

(Uit: Last post)

Water aan de lippen

Provoost zwaait niet met een moraliserend vingertje en legt de schuld niet bij individuele groepen, maar wijst naar de gehele mensheid die nog altijd meent de heerser te zijn over de gehele schepping, waarmee men naar believen kan doen wat men wil. Ze roept op tot activisme, dat niet langer uitgesteld mag worden. ‘Het water komt aan onze lippen’, zegt ze in hetzelfde gedicht, ‘en ik sta hier in mijn juponneke / een bord aan mijn façade waarop staat: THUIS TE KOOP’.

In je eentje begin je niet veel. De angst voor het einde is duidelijk voelbaar. Liefde en kunst kunnen troost bieden en een vlucht, maar zullen de wereld niet redden als het erop aankomt. Toch pleit Provoost ervoor om je voor te bereiden op het einde der tijden, om je niet zo maar over te geven, maar te genieten zo lang het nog kan. Daarom zijn de gedichten ook speels en gaan ze niet alleen maar over de ouderdom en de dood, maar ook over de liefde en de geliefde.

‘maar we streven!
We zullen elkaar alles vergeven
behalve dat de ander de eerste is
die voor de laatste keer ademt’

(Uit: 1 april)

Internettrollen

Anne Provoost heeft tientallen boeken voor de jeugd geschreven en daar ook verschillende prijzen voor gekregen. Haar directheid en haar enorme fantasie komen wellicht voort uit het schrijven voor kinderen, de verrassende beeldspraak en de originaliteit van haar gedichten misschien ook. Sommige van haar gedichten laten zich lezen als een grimmig sprookje. De gedichten zijn vaak lang en de cadans ervan leent zich goed voor het hardop voordragen. Pas dan merk je hoe zorgvuldig de opbouw en de gelaagdheid van deze gedichten is, waar ze bij een eerste lezing de indruk wekten dat ze rechtstreeks in één keer uit haar pen gevloeid waren, omdat ze zo spontaan lijken te zijn opgeweld uit woede en verontwaardiging over het feit dat we met zijn allen de aarde kapotmaken. Ze heeft hiermee woorden gegeven aan de bange gedachten en angsten van heel veel mensen; daarom zijn de gedichten ook voor iedereen zo herkenbaar, alsof de dichter aan hen gevraagd heeft wat ze moest opschrijven. Met haar gedichten probeert Provoost de aanstaande neergang te verwoorden en te bezweren, als een roepende in de woestijn.

‘Zoals je nog zei toen ik stierf

Zoals je nog zei toen ik stierf waren we gewoon
lichamen bezorgd om de wind, chimaera’s
van vreugde en blijheid. We ademden en zuchtten
met de regelmaat van vallende appels.
Ons licht startte in ramen. We moesten
absoluut de klokken verslaan, want er zat geen geluid
in het gerucht. De zon werd een vuurvogel en
we leefden om het antwoord te horen, maar
het probleem werd niet opgelost door God de Vader.
Alles is rakelings voorbijgegaan behalve het vergeet-me-niet.
Het ga-niet-weg werd zo gewichtig als de steen
op een graf.

Er stond een boom in het bos met een gat in de bast,
daar woonden internettrollen, ze hadden gebochelde
ruggen en een slavencomplex. We lieten ze slapen, we wilden
niet een heel persoon de oven induwen, het wordt ook zo
wel donker als een ongeschilde aubergine. De beek raakte lek
en de koeien werden vlekken, en hoogten en diepten hielden
slechts met lijm nog contact.
Dus scheld me nu maar uit met je laatste woorden, want
er is tussen ons iets enorms aan de gang. Maak me
jaloers op mezelf. De herfst heeft een koude ziekte, maar
wij hebben de kinderen, er branden waxinekaarsen
in de palm van hun hand.’

Provoost vertelt opnieuw de verontrustende mythe van een moderne Pandora, uit wier doos alle hedendaagse rampen zijn opgestegen. Ook hier bleef de hoop onderin op de bodem liggen; maar deze keer dan toch maar een heel klein beetje.

 

Omslag Krop - Anne Provoost
Krop
Anne Provoost
Verschenen bij: Uitgeverij Querido (2022)
ISBN: 9789021464367
20 pagina's
Prijs: € 18,99

Meer van Hettie Marzak:

Wie we zijn

Over 'Bestaansbegeerte' van Marijke Hanegraaf

Recent

7 oktober 2022

Fantasie als wapen

Over 'Dodo' van Mohana van den Kroonenberg
6 oktober 2022

Wat niet mengt, gaat schiften

Over 'Haar eerste Amerikaan' van Lore Segal
5 oktober 2022

Een boek om te delen

Over 'Morris' van Bart Moeyaert
4 oktober 2022

Elizabeth Finch blijft onbekend

Over 'Elizabeth Finch' van Julian Barnes
29 september 2022

De hel van Tadeusz Borowski

Over 'Hierheen naar het gas, dames en heren' van Tadeusz Borowski

Verwant