Anne Broeksma – Vesper

Liefde voor het verborgene en mysterieuze in de natuur

Recensie door Hettie Marzak

Vespers, zo wordt het avondgebed van de getijden van de rooms-katholieke kerk genoemd; het begrip komt in het Nederlands alleen in het meervoud voor, waarschijnlijk naar analogie van de overige ‘grote uren’ metten, lauden en completen. Toch geven de oudste liturgische bronnen voor alle getijden het enkelvoud aan. Ook Anne Broeksma heeft als titel voor haar nieuwe bundel het enkelvoud gekozen en ze geeft daarmee meteen al aan dat zij terug wenst te gaan tot de bron, de oertoestand en het authentieke. Bij Broeksma slaat dat op de natuur, die ongetemd en wild is. Er komen dan ook niet veel mensen voor in haar gedichten, hoewel er wel altijd sprake is van een lyrisch ik. 

Op de voorkant van de bundel staat een tekening van een draak die sereen de ogen sluit en zijn voorpoten berustend laat hangen terwijl hij bestookt wordt door papieren vliegtuigjes die langs hem heen gaan. Er komen meer dan eens draken in voor, maar de tekening zet de lezer toch op het verkeerde been. Dit is geen kinderboek. 

Welwillende goden

De bundel bestaat uit zes afdelingen. De eerste, Polytheïstische Gezangen, bevat zes gedichten die ieder gericht zijn aan een onbekende godheid, namelijk die van het Wakkere, het Geduld (die als enige een godin blijkt te zijn), het Avontuur, het Lichaam, de Lucht en de Taal. Met humor beschrijft Broeksma deze welwillende goden, maar in het laatste gedicht wordt al gedreigd met een toekomst waarin ‘niemand weet waar de wolk met documenten is gebleven / mijn toekomst zat in de wolk, zonder documenten kan ik die niet betreden’. De ‘megafauna’ is bezig te wereld te heroveren, de taal zal verdwijnen en we zullen zonder verhalen zijn, zoals een kind dat nog geen voorkennis heeft. 

Hoewel Broeksma Nederlands gestudeerd heeft, gaat haar grootste passie uit naar natuurlijke historie, zoölogie en biologie. Ze werkt volgens een interview in Tubantia al vier jaar aan een boek over schubdieren en het is haar grote wens er een te vinden. Daarvoor reisde ze verschillende keren naar Zuidoost-Azië. Het schubdier, dat bijna uitgestorven is, was ook de aanzet om te schrijven over de verhouding tussen mens en natuur, waarvan deze bundel getuigt. Het schubdier staat wellicht symbool voor de draak, waarover ze in verschillende gedichten schrijft. 

Geheimzinnige deurtjes

Broeksma houdt van het verborgene, het mysterieuze in de natuur die eens weer de overhand zal nemen. Haar gedichten gaan over geheimzinnige deurtjes die je maar beter dicht kunt laten, over verdwijnen in een verborgen wereld. Ze voelt zich verbonden met de magische ‘Nachtseite’ van de natuur, die sprookjesachtig is, maar net als sprookjes gevaar en dreiging behelst. Via taal en namen als toverspreuken probeert de dichter zich toegang te verschaffen tot die onderwereld, die haar toch vreemd en sinister blijft. Als Alice in Wonderland spreekt ze in diverse gedichten over deurtjes, tunnels, kruipruimtes en kastjes, om zich in te verschuilen en te verdwijnen. 

Ballingschap is de afdeling waarin de dichteres in vijf gedichten over zichzelf en haar kinderjaren vertelt. In tamelijk lange gedichten, waaronder enkele prozagedichten, spreekt ze in wat bijna parlando is over haar liefde voor dieren, over een excursie van vogelaars met Nico de Haan en het platteland:

‘Het platteland zegt iemand’

meteen voel ik iets prikken in mijn keel
de schuren waar de dieren waren
die je niet kan zien maar wel kon ruiken:
hun angst, de korrels die ze aten

zondagen werden er gesmoord in schuurmachines
het gapend gazon voor de deur waarin sprookjes verdwenen
hoe groter de tuinen hoe meer de mensen binnen bleven
vreemd verbond van spoken tussen velden bossen wegen

ik zocht me een weg en dook in conifeer
rook het dichtschroeien van taal
vlees wonden perspectieven
de eindeloze dagen op de fiets
waarin we het diepe kijken verleerden
de ogen afstelden op standje roedelleven

[…]

Wie het platteland zo ervaart, moet zich wel een balling voelen. In de daaropvolgende afdeling Uittocht heeft de dichter daarom gekozen voor de uiterste consequentie ‘om in het wild te leven’. Er is zelfs sprake van een Walden, zoals Thoreau dat wilde opzetten, in het gedicht Onder Breda. Het valt op dat de gedichten lyrischer van toon worden als het gaat om iets dat haar aan het hart gaat: het parlando maakt plaats voor lyriek met alliteratie en assonantie en het ritme wordt als vanzelf sterker, zoals in de laatste strofe van Cameraval, waar een lynx door verborgen camera’s tot louter studieobject verworden is: ‘laat mijn droomlynx passeren / haal de ogen van de bomen / tot een wilder weten vanuit verre velden / weer kan spreken / maak het duister op haar pad’

Frisse metaforen

Broeksma gebruikt geen leestekens, op een enkele komma na en hoofdletters voor de goden in de gedichten van de eerste afdeling. Humor en zelfspot zijn haar niet vreemd. Maar vooral weet ze frisse metaforen en andere beeldspraak te verzinnen. Taal is een middel om de wereld te begrijpen, maar ook om die in te delen, te classificeren, zoals in de laatste strofe van Lied voor een lavendelmot in de afdeling Influisteringen: ‘[…]  / waarin taal zich strekt als landingsbaan / een ophangrek om de wereld aan te drogen / en ik noem de mot, ik noem haar naam  / en ze vliegt weg’

Zoals in het gedicht Levend kruidboek verwezen wordt naar Carl Linnaeus, die de grondlegger was van de classificatie van dieren, planten en mineralen.

De laatste afdeling is Terugkeer, niet die naar de bewoonde wereld, maar juist terug naar de natuur, ‘dieper het oerwoud in’. Hier wordt een vrede en rust bereikt die een hoogtepunt vindt als ‘een man met een draak aan zijn zijde’ de dichter leert om ‘alle schitteringen van de wereld samengeperst’ te zien door haar eigen draak op te roepen in het gedicht Opwekking: ‘[…]

‘dus loerde ik tweemaal daags schuin omhoog
terwijl mijn vingers met de grond verbinding maakten
ik loerde en loerde maar, de horizon bleef onbewogen
toen werd er iets wakker in mijn onderrug
kwam wervel voor wervel naar boven gekropen’

Dat het laatste gedicht Completen heet, ‘avondgebed’ met de associatie van ‘compleet’ hoeft niet te verwonderen: het is een smeekbede om de natuur met rust te laten.

 

 

Omslag Vesper - Anne Broeksma
Vesper
Anne Broeksma
ISBN: 9789025464950
64 pagina's
Prijs: € 19,99

Geef een reactie





 

Meer van Hettie Marzak:

Recent

20 september 2021

Subtiele metaforen en een poëtisch taalgebruik

Over 'Een Duitse fantasie' van Philippe Claudel
16 september 2021

De kracht van fictie

Over 'Het leugenlabyrint' van Paul Binnerts
15 september 2021

Leren van een vogel hoe te leven

Over 'Vlieglessen' van Charlie Gilmour
14 september 2021

Het beste is je over te geven aan de fantasie van de schrijver

Over 'Arc ' van Richard Osinga
13 september 2021

Puzzelen aan een zondvloedverhaal

Over 'Het Drogsyndicaat' van Mischa Andriessen

Verwant