Anjet Daanje – Dijende gronden

Getuige van toewijding als vertaler en als dichter

Recensie door Juul M. Williams

Wanneer een dichtbundel is voorzien van een voorwoord – in Dijende gronden van Anjet Daanje is dat een stevig voorwoord – is er meestal iets aan de hand. Ofwel betreft het een nieuwe vertaling van een dichter die al een tijd niet meer onder ons is, ofwel gaat het om werk dat vanwege de bijzondere totstandkoming toelichting behoeft. In dit geval is het zowel het een als het ander. Hoewel Dijende gronden goed als een zelfstandig werk gelezen kan worden, is de bundel bedoeld als bijlage bij de eveneens in mei van dit jaar verschenen roman Het lied van ooievaar en dromedaris. Voor deze lijvige en complexe roman, die speelt in het Yorkshire van de negentiende eeuw, heeft Anjet Daanje veelvuldig gebruik gemaakt van de poëzie van Emily Brontë. 

Toen bleek dat er niet veel vertalingen voorhanden waren – en wat er was ook nog eens verouderd bleek – besloot de schrijfster zich maar zelf aan de vertaling van een aantal gedichten te wagen. Een klus die haar zodanig inspireerde, dat zij ook enkele verzen schreef in de sfeer van Brontë’s werk. In die zin had Anjet Daanje twee petten op; die van vertaler en die van dichter. Van beide taken mag gezegd worden dat haar inspanningen hebben geleid tot mooie en meer dan geslaagde resultaten.

Ritme en rijm

Uiteraard doet elke vertaler zijn of haar best zo dicht mogelijk bij de brontekst te blijven. Of dat ook altijd lukt, is een tweede. Zeker bij het vertalen van poëzie heeft men niet alleen te letten op inhoud, toon, woordkeus, maar ook op ritme en rijm. Daanje is het buitengewoon goed gelukt de structuur van Brontë’s gedichten, die zij terecht muzikaal noemt, trouw te blijven. Zelfs waar zij concessies heeft moeten doen om in het Nederlands een cadans te realiseren die recht doet aan het Engelse origineel. Het tellen van lettergrepen blijft nu eenmaal een punt bij poëzie, zeker als men daar in twee talen rekening mee moet houden.

‘Had I but seen his glorious eye
   ‘Once light the clouds that wilder me,
I ne’er had raised this coward cry
   To cease to think, and cease to be;

Had hij maar één keer zijn lichtend oog doen gaan
   Over de dichte nevel die mij omsloot,
Dan had ik nooit zo laf mijn beklag gedaan
   En gesmeekt om de verlichting van de dood;’

Doorweven draden

Niet alleen qua vorm en structuur, ook voor wat betreft stijl en sfeer is Daanje dicht bij Brontë’s origineel gebleven. Dat geldt zowel voor de vertaling als voor haar eigen gedichten. Die zijn niet als een apart onderdeel bijeen geplaatst, maar lopen als een extra draad door het weefsel heen, daar waar ze thematisch het meest op hun plek zijn. Waar het gedicht ‘No coward soul is mine’ – vertaald als ‘Mijn ziel is van geest niet laf’ – eindigt met de volgende regels:

‘De Dood speelt geen rol waar u beschikt
 Niet één atoom dat voorgoed door hem wordt ontzield
 Want u bent hartenklop en levenssnik
 En dat wat u bent kan nooit worden vernield.’

sluit Daanje aan met:

‘Gebouwd ben ik uit eeuwigheid
 Een dak van droom en droog
 Een fundering van onwetendheid
 Mijn wanden wolkenhoog

 Uitwendig gebroken gewit
 Geplamuurd en geschuurd
 Niet onontvreemdbaar mijn bezit
 Tot opzegging gehuurd’

Romantische thema’s

Terecht noemt Anjet Daanje Brontë’s gedichten modern voor de tijd waarin ze zijn geschreven. Wellicht vanwege de absolute eerlijkheid die Emily Brontë van zichzelf eiste, was haar schrijven zowel naar stijl als inhoud sereen en krachtig tegelijk, en bovendien van een enorme klaarheid. Vrij van de wolligheid, de krullerige overdaad waaraan menig negentiende-eeuwse dichter zich te buiten ging. Toch was Brontë op andere punten juist helemaal een kind van haar tijd. Ook in haar werk komen we de grote thema’s tegen uit de Romantiek: de dood, het sterven; het fysieke en het geestelijke – aarde en hemel, lichaam en ziel – en hoe die zich tot elkaar verhouden. Zowel in het groot als in het klein wordt hierover gedacht en gedicht: de vergankelijkheid van de natuur, de eindigheid van het menselijk leven in al z’n beperking, gebrokenheid en het lijden zelf, en wat er daarna komt.

Het voor die periode zo kenmerkende rusteloze zoeken naar de staat waarin de mens het meest waarachtig zichzelf is: dromend of wakend, levend of dood. En in dat alles wordt door Brontë en veel van haar tijdgenoten gevraagd naar de plaats, de rol en de werkzaamheid van God, of op z’n minst toch van een goddelijke kracht.

‘Thus truly when that breast is cold
 Thy prisoned soul shall rise
 The dungeon mingle with the mould –
 The captive with the skies –

 Dus echt wanneer tot slot de Dood je vindt
 Slaat je gekooide ziel op de vlucht
 Zodat de kerker zich met het stof verbindt –
 En de gevangene met de lucht -‘

Mystieke dichters

Van de drie zusjes Brontë wordt Emily vaak gekenschetst als de meest spirituele. Niet geheel ten onrechte. Uit haar gedichten spreekt een diep en intens zielenleven dat mogelijk het resultaat is van een combinatie van factoren, al kan men zoiets achteraf nooit met zekerheid stellen. Het praktische gegeven dat zij niet getrouwd was en niet haar dagen gevuld zag met de zorg voor een huishouden en kinderen. Daarbij het feit dat ze een vrouw was en niet zoals haar broer en veel mannelijke tijdgenoten kon gaan studeren of zich anderszins academisch ontwikkelen, hoezeer ze dat misschien ook had gewenst. Vast staat wel dat zij over een filosofische inborst beschikte die nog verder gevoed werd door het feit dat zij als domineesdochter veelvuldig in contact kwam met religieuze literatuur en spiritueel gedachtengoed in bredere zin.

Ongetwijfeld heeft dat bijgedragen aan de diepgang van haar schrijven, waarmee zij zich niet alleen onderscheidt van andere dichters van haar generatie, maar waarmee ze zich ook moeiteloos kan scharen in de reeks van mystieke schrijvers. Haar vragen naar de essentie van het leven, de zin van het bestaan; haar zoeken naar God en de wijze waarop zij dat verwoordt – deemoedig, liefdevol, compromisloos en integer tot op het bot – doen in niets onder voor sommige teksten van grootheden als Hadewijch en Augustinus. Vooral waar dat zoeken de beweging volgt van binnen naar buiten en weer terug; want waar kan God gezocht en gevonden worden, anders dan in de eigen, eeuwige ziel? En ook waar dat zoeken – zoals in elke persoonlijke ontwikkeling – gepaard gaat met het voortdurende gependel tussen angst en twijfel enerzijds, en vertrouwen en zekerheid anderzijds.

Charlotte & Emily

Van de Brontë’s is bekend dat zij een hechte familie vormden. Geheel daaraan getrouw, sluit Daanje haar bundel af met enkele gedichten van Charlotte Brontë en van haarzelf over deze oudere zus. Verbindend thema in deze gedichten is het sterven van Emily op dertigjarige leeftijd en wat dat met Charlotte heeft gedaan, ondanks de verschillen – en meningsverschillen zelfs – die er waren tussen beide zussen. Niettemin waren zij aan elkaar verknocht en liet Emily’s heengaan een leegte achter die Charlotte twee dagen na haar zuster’s uitvaart zo beschreef.

‘Ook weet je niet hoe het is om, zoals ik,
 Daar te liggen en met dof betraande blik
 Uit te kijken over levens bouwval.
“Donker en koud en zo eenzaam, zo eenzaam,
 Hoe moet ik die sombere reis ooit doorstaan,
 Als jij me niet vergezellen zal?”‘

Een zusterschap waarbij Anjet Daanje zich thuis moet hebben gevoeld, getuige de integriteit en fijnzinnige toewijding waarmee zij – als vertaler én als dichter – deze bundel gestalte heeft gegeven. Een prachtige aanvulling op haar roman. Maar ook als op zichzelf staand werk een fraaie aanwinst in dit genre.

 

 

Omslag Dijende gronden - Anjet Daanje
Dijende gronden
Anjet Daanje
Anjet Daanje & Emily Brontë
Verschenen bij: Uitgeverij Passage (2020)
ISBN: 9789054524076
80 pagina's
Prijs: € 22,50

1 reactie

  • Mooie recensie! Dit maakt nieuwsgierig. De titel getuigt echter niet van de taalvirtuositeit die ik van Juul Williams gewend ben. Een kleinigheidje.





 

Meer van Juul M. Williams:

Recent

5 oktober 2022

Een boek om te delen

Over 'Morris' van Bart Moeyaert
4 oktober 2022

Elizabeth Finch blijft onbekend

Over 'Elizabeth Finch' van Julian Barnes
30 september 2022

Wie we zijn

Over 'Bestaansbegeerte' van Marijke Hanegraaf
29 september 2022

De hel van Tadeusz Borowski

Over 'Hierheen naar het gas, dames en heren' van Tadeusz Borowski
27 september 2022

Het verleden blijft actueel

Over 'Dunkelblum zwijgt' van Eva Menasse

Verwant