Angelica Balabanoff – Rebel

Een strijdbare vrouw

Recensie door Els van Swol

Deze nieuwe uitgave in de reeks Kritische Klassieken van uitgeverij Schokland biedt in een goed lopende vertaling van Nils Buis de gedetailleerde autobiografie uit 1938 van een ooggetuige van politieke veranderingen in de eerste helft van de vorige eeuw. De schrijfster ervan is Angelica Balabanoff (1869-1965). Elsbeth Etty plaatst in een nawoord van Rebel haar, en haar werk, in een historisch kader.  Geboren in de Oekraïne, stortte ze zich in West-Europa ‘als onafhankelijke, vrije vrouw in de internationale klassenstrijd. Ze werd in 1900 lid van de Italiaanse Socialistische Partij (PSI) en richtte in Zwitserland een eigen feministische krant op. Tijdens de Eerste Wereldoorlog was zij de spil van de in 1915 opgerichte anti-oorlogsbeweging rond Lenin en Trotski. Op een geheime bijeenkomst in het Zwitserse dorpje Zimmerwald smeedden de kopstukken van de internationale revolutionaire voorhoede plannen om de oorlog te stoppen en om te zetten in de omverwerping van het kapitalisme in de oorlogvoerende landen (…). In 1922 brak de rebellerende Balabanoff als een van de eerste bolsjewistische dissidenten met het communisme. Het feminisme bleef een centraal punt in haar politieke overtuigingen.’

Balabanoff vertelt zelf dat  ze breekt met haar joodse familie in Rusland en met ‘het traditionele leven’. Het woord ‘joods’ komt in dit verband overigens niet uit haar pen. Als ze als schoolmeisje God dankt dat Hij het leven van de tsaar bij een aanslag heeft gespaard, is niet duidelijk of ze dit ook werkelijk geloofde, aangezien ze eveneens schrijft dat ze ‘emotioneel en intellectueel al compleet had gebroken met mijn familie en alle tradities waarvan ze de belichaming waren’. Deze verhullende wijze van schrijven is even kenmerkend voor haar memoires als de zaken die ze onthult en haar idee om in veel momenten een nieuw begin te willen zien.

Een nieuw begin
Haar nieuwe leven begint na de breuk met haar familie, schrijft ze. Ze wordt eerst ‘een instinctieve rebel’ en dan ‘een bewuste revolutionair’.
Na die breuk studeerde en promoveerde ze in Brussel op literatuur en filosofie, omdat wat haar ‘het meest interesseerde in het marxisme de filosofisch benadering was’. Ze realiseert zich echter hoe eenzijdig haar opleiding toch was geweest en gaat naar Leipzig om verder te studeren. Hier sluit ze vriendschap met onder anderen Rosa Luxemburg. Nog was ze niet uitgestudeerd en ze vertrekt vervolgens naar Rome.
Maar er moest ook worden gewerkt en Balabanoff koos Zwitserland uit als werkterrein. Hier werd het gevaarlijkste revolutionaire werk gedaan door Italianen en die wilde ze steunen. Het is een spannend deel van haar boek doordat ze alle tegenwerking die ze ondervindt kleurig beschrijft.

Verhullend taalgebruik
Een ander nieuw begin betekent een ontmoeting die ze in Lausanne heeft met een als zwerver levende man die tot wederopstanding komt, zoals ze het verwoordt.  Het is meteen ook een voorbeeld van haar verhullende taalgebruik, want wat ze niet expliciet vermeldt – maar wat we uit andere orale en schriftelijke bronnen, zoals The Strange Comrade Balabanoff van Maria Lafont,  weten – is, dat ze een verhouding met die als zwerver levende man heeft. Zijn naam was Mussolini. Hij wordt door de auteur neergezet als een labiele en hysterische man.
Meer dan tien jaar werkt Balabanoff voor de Italiaanse beweging. Ze was lid van het Centraal Comité van de Partij, hield lezingen, schreef artikelen en had samen met Mussolini de leiding van de partijkrant Avanti. Ze werd geacht en was geliefd, erg geliefd als je haar mag geloven.

Onthullend

Interessanter – en angstiger – wordt het weer wanneer ze schrijft hoe Mussolini in eerste instantie werd ontvangen: met gelach. Men vond hem een idioot die alles op anderen wilde afschuiven, Balabanoff voorop. Ze brak met hem op het moment dat de Eerste Wereldoorlog uitbrak en hij daaraan, tegen eerdere beloftes in, wilde deelnemen. Ze zei hem dat hij ofwel aan het front ofwel in een gekkenhuis thuishoorde, maar niet in de Socialistische Partij.
Even onthullend (naast verhullend) als de passages over Mussolini zijn ook die over Lenin. Lenin maakte zich druk om stemmen, polemiseren en theoretiseren met mensen die niet zo’n grote invloed hadden. Hij deed dit alleen uit het oogpunt van strategie.
De Russische Revolutie van 1917 wordt opvallend genoeg niet beschreven als een nieuw begin, omdat ze er al het grootste deel van haar leven naar had uitgekeken en het daarom ‘eigenlijk al te vertrouwd is geworden om nog verrassing op te roepen’.

Terugkeer naar Rusland
Balabanoff keert terug naar wat ze omschrijft ‘het vrije, revolutionaire en republikeinse Rusland’. Nood breekt wet: ze logeert achtereenvolgens bij haar oudste zus en broer. Wat ze voorstaat, is een revolutie van onderop: scholing van de massa’s, zodat ze in staat zijn zichzelf te emanciperen. Lenin stak eerder geld in agenten die kranten in het leven riepen. Dit verschil in opvatting is het begin van latere meningsverschillen met Russische leiders.
Ze wordt weggepromoveerd en naar Odessa gestuurd, waar haar ondertussen berooide familie naartoe was gevlucht. Haar zuster zoekt haar dagelijks op met het verzoek haar zoon te willen sparen voor de dienstplicht in het Rode Leger. Die confrontaties ‘markeerden het begin van een van de pijnlijkste weken’ uit Angelica’s leven.
Niet lang hierna wordt ze, in naam omdat ze weigerde naar Turkestan te gaan, afgezet als secretaris van de Derde Internationale, wat haar niet in de koude kleren ging zitten. Het bleek een persoonlijke tragedie die haar gezondheid aantastte. Ze had het gevoel dat de beweging nu tot alles in staat was: zuiveringen, executies, vervolgingen. Het moment waarop dit tot haar doordrong, was na lezing van een artikel van de Italiaan Giacinto Menotti Serrati. Ze wijkt uit, en keert na tal van omzwervingen na de Tweede Wereldoorlog weer terug naar Rome. Ze vermeldt dat ze in deze periode verlichting vond in het schrijven van poëzie. Jammer genoeg heeft ze daar geen voorbeelden van opgenomen. Van haar bundel Tears verschenen verschillende edities.

Conclusie
Dit is een ooggetuigenverslag van een vrouw bij wie gaandeweg de schellen van de ogen vielen, nadat ze eerst naïef en heroïsch veelal de schuld bij anderen legt. Ze blijkt over weinig zelfkritiek te beschikken, maar wel over zelfkennis: ‘Ik was een humeurig, verlegen jong meisje’ schrijft ze ergens.
Balabanoff was met huid en haar aan het communisme verbonden en het bleek moeilijk om dit af te leggen en te analyseren. Lang heeft ze haar ogen gesloten voor de keerzijde van de revoltes: het lijden van het volk. Dus het is niet puur Nederlands om hiervoor weg te duiken, zoals Nelleke Noordervliet meent in haar recente boekje Door met de strijd.
De memoires zijn lezenswaard voor degenen die zijn geïnteresseerd in primaire bronnen over de geschiedenis van het communisme en het antifascisme. In die zin is het een aanvulling op romans van andere ooggetuigen uit deze periode.

Omslag Rebel - Angelica Balabanoff
Rebel
Angelica Balabanoff
Vertaling door: Nils Buis
Nawoord door: Elsbeth Etty
Politieke herinneringen 1878-1938
Verschenen bij: Uitgeverij Schokland (2018)
ISBN: 9789082454642
340 pagina's
Prijs: € 25,00

Meer van Els van Swol:

Recent

15 november 2018

Het zoeken naar de juiste context

Over 'De verzuimcoördinator' van Nicole Montagne
13 november 2018

Schuld en geluk na val van de trap

Over 'Afgelegen' van James Wood
12 november 2018

Zwanger van dood

Over 'De lange droogte' van Cynan Jones
9 november 2018

Deze roman is een fantastische reflectie op het schrijverschap

Over 'Als de schaduw die verdwijnt' van Antonio Muñoz Molina
7 november 2018

Alzheimer en andere teloorgangen

Over 'Kleine helden zijn wij' van Stijn van der Loo

Verwant

De lijfarts

Over 'Lijfarts' van Maria Stahlie