André Gide – De onzorgvuldig geketende Prometheus

Schrijven met de veer van de arend

Recensie door Adri Altink

‘Ik zat al een hele tijd op je te wachten’, zei Prometheus.
‘Waarom heb je me dan niet eerder geroepen?’ antwoordde de arend.
Voor het eerst keek Prometheus naar zijn arend, die losjes boven op de kromme tralies van zijn cachot zat.’

Het is duidelijk dat hier iets vreemds aan de hand is. In de Griekse mythologie onttrok de Titaan Prometheus zich aan de waarschuwing van Zeus die hem had ingepeperd dat de mensen tegen de goden in opstand zouden kunnen komen als zij over vuur zouden beschikken. Hij gaf het ze toch omdat hij vond dat de mens maar slecht bedeeld was. De wraak was keihard. Prometheus werd vastgeketend aan de Kaukasus waar een arend elke dag zijn lever kwam wegpikken die daarna snel weer aangroeide. Duizend jaar later moest de held Herakles er aan te pas komen om hem uit zijn lijden te verlossen. De straf voor Prometheus gold zijn overmoed. Maar in het citaat hierboven is de situatie omgekeerd. De arend zit hier in een cachot en Prometheus is zijn helper. Een totale omkering van het mythologische gegeven.

Envelop
De lezer die bovenstaande passage halverwege De onzorgvuldig geketende Prometheus van André Gide tegenkomt, staat dan van niets meer te kijken. Op de eerste pagina al is hem het vreemde voorval verteld van een dikke meneer die in Parijs een magere man vroeg een adres op een envelop te schrijven en hem als dank een klap in het gezicht verkocht. Waarna in het eerste hoofdstuk duidelijk wordt dat de dikke man de bankier Zeus (‘de Millionnaire’) was, de magere man Cocles (de legendarische eenogige figuur uit de Romeinse geschiedenis) en de geadresseerde Damocles. Die laatste heeft in de envelop 500 franc aangetroffen en breekt zich in steeds groeiend gevoel van schuldigheid het hoofd over de vraag aan wie hij die geste te danken heeft. Prometheus (in het boek geen steler van vuur, maar leverancier van lucifers) krijgt het allemaal te horen als hij met Cocles en Damocles zit te praten in een café waarin enkel tafeltjes voor drie personen staan opgesteld. Zo laat de ober willekeurige mensen toevallig bij elkaar komen en kan hij zijn geliefde spel spelen om verbanden tussen hen te ontdekken.
De absurdistische setting uit het citaat hierboven is er dus al meteen in het begin. Niks Olympus of godenwereld. De dramatis personae lopen gewoon als karakters in Parijs rond.

Schuld
Gide (1869-1951) schreef De onzorgvuldig geketende Prometheus al op 30-jarige leeftijd. Aan het veel bekendere oeuvre dat hem in 1947 de Nobelprijs voor Literatuur zou opleveren moest hij toen nog beginnen. Toch is dit boek al een typische Gide. Dat wordt duidelijk uit het Nawoord dat Hannie Vermeer-Pardoen toevoegde aan haar bij Uitgeverij Vleugels verschenen vertaling.
Volgens haar stelt Gide een ernstig theologisch/filosofisch probleem aan de orde waar hij zelf mee worstelde: een handeling uit liefde voor en medelijden met de mensheid wordt afgestraft door god. Dat probleem speelde tegen 1900 een grote rol in zijn leven, gebukt als hij ging onder zondebesef en schuldgevoelens vanuit zijn strenge protestantse opvoeding.
De onzorgvuldige geketende Prometheus is in zekere zin een poging om dat conflict te verbeelden. Daarin staat – volgens de vertaalster – de arend ‘voor hartstocht, zonde, schuld en boete. De figuur van Damocles staat voor degene die aan zijn schuldgevoel ten onder gaat.’ In het verhaal van Gide heeft Cocles in het begin nog gewoon twee ogen, maar hij verliest er één als de arend het oog dat zicht bood op schuldbesef, verbrijzelt. Daardoor kan hij geen begrip meer opbrengen voor de wanhoop van Damocles. Aan het eind van het verhaal wordt de arend geslacht en smakelijk verorberd door de ober en Prometheus. Wat resteert zijn zijn veren. ‘En met één van die veren schrijf ik dit boekje’, sluit Gide af.

Klucht
Het nawoord laat het bij de interpretatie van die symboliek, maar waarschijnlijk is dat Gide zich ook anderszins heeft uitgeleefd in een literair experiment, namelijk de vorm. Gide vertelt het verhaal als een sotie. Dat is een kluchtige intro op een middeleeuws toneelstuk. En, laat dat na de beschrijving van voorgaande filosofische betekenis óók duidelijk zijn, er valt veel te lachen om de absurdistische dialogen, de vreemde wendingen en de bizarre logica. Als Prometheus de ober vraagt waar al die mensen die de boulevard bevolken toch naar toe gaan, ontspint zich bijvoorbeeld de volgende dialoog:

‘Als meneer ze, zoals ik, elke dag voorbij zou zien komen’, zei de ober, ‘zou hij net zo goed kunnen vragen waar ze vandaan komen. Dat komt waarschijnlijk op hetzelfde neer, want ze komen hier elke dag voorbij. Ik denk zo: gezien het feit dat ze steeds weer voorbijkomen, hebben ze het nog niet gevonden. Nu verwacht ik dat meneer me gaat vragen: wat zoeken ze, want dan zal meneer zien wat ik ga antwoorden.’
Daarop vroeg Prometheus: ‘Wat zoeken ze?’

Maar de humor zit ook in de opbouw van het boek die de draak lijkt te steken met de toenmalige meest gebruikelijke indeling van romans in keurig genummerde, gelijkmatige, hoofdstukken met titels die een vooruitwijzing zijn naar wat de lezer kan verwachten. In De onzorgvuldig geketende Prometheus hebben de verschillende delen en hoofdstukken wisselende lengtes. Er is er zelfs één dat bestaat uit twee regels. Soms dragen ze Romeinse nummers, soms vervreemdende teksttitels, met als mooi voorbeeld Hoofdstuk in afwachting van het volgende, en een enkele keer beginnen ze blanco.
Opvallend is ook dat Gide speelt met de tijdsaanduidingen die dan weer precies zijn, dan weer juist erg vaag. De beginzin bijvoorbeeld luidt: ‘In de maand mei 189.. zag men ’s middags om twee uur het volgende gebeuren,’ Elders is sprake van ‘tussen vier en vijf uur in de herfst’.

Het zijn allemaal factoren die lezing van De onzorgvuldig geketende Prometheus (de titel is een parodie op De geketende Prometheus van Aeschylus) tot zo’n groot genoegen maken dat je het meteen wilt herlezen.

Omslag De onzorgvuldig geketende Prometheus - André Gide
De onzorgvuldig geketende Prometheus
André Gide
Vertaling door: Hannie Vermeer-Pardoen
Nawoord door: vertaalster
Verschenen bij: Uitgeverij Vleugels (2018, naar origineel uit 1899)
ISBN: 9789078627548
104 pagina's
Prijs: € 21,95

Meer van Adri Altink:

Recent

23 oktober 2018

Bredero, een schrijver die schildert met woorden

Over 'De hartenjager' van René van Stipriaan
22 oktober 2018

Etalage en aan de haak geslagen mannen

Over 'Klootzakjes' van Anne-Marieke Samson
19 oktober 2018

De man die wachtte

Over 'De belofte' van Friedrich Dürrenmatt
18 oktober 2018

Een strijdbare vrouw

Over 'Rebel' van Angelica Balabanoff
17 oktober 2018

Snippers vol belofte

Over 'Röntgenfotomodel' van Vicky Francken