3 december 2010

Recensie: Alles kantelt – Tomas Lieske

Recensie door: Machiel Jansen

Recensie door Machiel Jansen

Vandaag gaan we knutselen. Wat hebben we nodig? Papier, een schaar, lijm of plakband. Als er kinderen in de buurt zijn, roep ze er dan maar bij, want dit willen ze straks ook kunnen. Voor het papier neem je formaat A3, of je plakt even twee A4-tjes in de lengte aan elkaar. Nu knippen we in de lengte een strook van zo’n 4 à 5 centimeter breed. Maak er maar twee, want we gaan er zo twee experimenten mee doen.
Neem nu de uiteinden van de strook bij elkaar. Plak nog niets vast maar hou ze zo tegen elkaar dat ze een band vormen. Nu draai je één van de uiteindes om en zo plak je ze aan elkaar. Er zit nu een draai in de band. Het resultaat moet er ongeveer uit zien zoals hier. Zo’n figuur heet een Möbiusband en is veel vreemder dan je in eerste instantie denkt.

Nu gaan we de band in de lengte doormidden knippen. Zet de schaar ergens in het midden van het papier en knip in de lengterichting totdat je weer bij het begin bent en de band in twee delen is geknipt. In twee delen? Nee hoor, het resultaat is één Möbiusband die twee keer zo groot is. Hoe kan dat nu?
Als het goed is hebben we nog een band liggen daar gaan we een tweede knip experiment mee doen. Ook deze knippen we in de lengterichting. Alleen hier beginnen we niet in het midden. We knippen hier een smalle en een brede band, dus zet de schaar erin op ongeveer een derde van de breedte. Knip dan rustig in de lengte richting en je ziet na een tijdje iets vreemds gebeuren. Het knippen duurt twee keer zo lang. Het resultaat bestaat uit twee Möbiusbanden. Een kleine en een grote, en ze zitten ook nog eens in elkaar.

Voor wie het allemaal wat onduidelijk is of niet van knutselen houdt, is er dit filmpje. Daarin is te zien dat een Möbiusband een merkwaardige constructie is. Stel je voor dat je in een achtbaan zit die zo’n vorm heeft. Vanuit je wagentje bekijk je de wereld en dan dan zie je opeens dat alles kantelt…
Alles kantelt is de titel van de nieuwste roman van Tomas Lieske en de Möbiusband speelt er een niet onbelangrijke rol in. We hebben dus niet helemaal voor niets geknutseld. Lieske vertelt het verhaal van Anton Milot, of Saint Milo, zoals hij zich later is gaan noemen. Anton is 34 en vertelt zijn verhaal halverwege de jaren zeventig van de twintigste eeuw. Hij lijdt aan een vorm van epilepsie die zijn geheugen beïnvloedt en hem zo in de war brengt dat hij gelooft personen en dingen te zien die er niet zijn. Na het innemen van nieuw medicijnen ontmoet hij op een dag zichzelf. Niet als spiegelbeeld of tweeling, maar als een jongetje van zo’n acht à tien jaar oud.

Je zou kunnen zeggen dat de jonge Anton de verpersoonlijking is van de herinnering. De jonge komt met herinneringen die leven, ademen en nog warm nagloeien. Wat bij de volwassen Anton uitgedoofd en onder het stof ligt, komt in de woorden van het kind tot leven.
Het moet gezegd worden: Lieske schrijft bij vlagen betoverend mooi proza. Alleen daarom al is het boek een aanrader. Als hij even zijn best doet komen levenloze voorwerpen tot leven, zweven melancholie en nostalgie boven de pagina’s en vergeet je even dat je met woorden te maken hebt. Ook bewonderenswaardig is de manier waarop hij zijn twee grote onderwerpen origineel weet te houden. Want jeugdherinneringen hebben we immers al zo vaak gelezen. Hoe maak je van het zoeken naar de verloren tijd nog een moderne, opwindende speurtocht? Toch lukt het Lieske. Dat komt door zijn taalgebruik en ook door de vondst van de ontmoeting tussen de jonge en volwassen Anton.

Het kind en de volwassene zijn met een Möbiusband met elkaar verbonden. Of misschien moet je zeggen dat een grote en een kleine Möbiusband in elkaar vastzitten, zoals in ons tweede knip experiment. De volwassene kijkt terug en ziet zichzelf alleen door tijd, niet door ruimte gescheiden. Toch is het verschil zo groot dat de jonge Anton bijna een ander lijkt. Ergens tussen hen in kantelt de Möbiusband.
‘Zijn leeftijd valt het best te omschrijven als de leeftijd waarop alles nog onschuldig is, maar je ziet dat het gaat kantelen. Een kind, ontroerend lief, maar het gaat veranderen. Straks gaat het vrolijk lachen over in berekening; straks ontstaat de verliefdheid die verwart; straks wordt het lichaam ineens niet meer naakt getoond en begint de schaamte.‘

De herinneringen die de twee Antons gemeen hebben zijn die van een Haags gezin, vlak na de Tweede Wereldoorlog. Het gezin woont in het Bezuidenhout dat grotendeels in puin ligt. Het boek opent met het portret van de vader. Een man die in de herinnering van de jongen enorme afmetingen aanneemt en het niet nalaat indruk te maken. Een groot deel van het boek draait om hem, maar niet uitsluitend.
Het andere deel van de herinneringen gaat over Rosemarie. Een Duits meisje dat in 1949 in het Haags gezin wordt opgenomen. Voor een jaartje wordt gezegd, maar het zal uiteindelijk zeven jaar duren voordat ze weer weg gaat. Rosemarie heeft in Duitsland het nodige meegemaakt, al wordt niet helemaal duidelijk wat precies. Ook blijft het een geheimzinnig waarom ze precies in het gezin is geplaatst. Haar moeder leeft nog, maar ze kan niet terug. Ze heeft nachtmerries, heimwee en in de loop van de jaren wordt ze steeds opstandiger.

De aanwezigheid van Rosemarie groeit in het leven van de jonge Anton uit tot een prachtig bloeiende jeugdliefde. Het kind weet de blijdschap en de verwondering prachtig te doen herleven. Anton de volwassene kan weinig anders dan het hoofdschuddend aanhoren. Voor hem is die jeugdliefde voorbij, afgesloten, opgeborgen en half vergeten. Hij is veel meer bezig met het recente verlies van zijn vrouw met wie hij vier jaar dolgelukkig is geweest. Bovendien kan hij de jongen, die nog zo vol is van Rosemarie, niets over de toekomst vertellen. Hij kan hem zijn jeugd niet ontnemen.

Dat de oudere Anton zijn vrouw is verloren, blijkt een thema dat het boek net iets te vol maakt. We lezen over Antons vader, dan de opbloeiende liefde voor Rosemarie en moeten daar tussendoor ook nog verwerken hoe de volwassen Anton zijn grote Liefde onder een bus ziet komen. Hoe indringend het ook geschreven is, het is een element dat de opbouw van de roman eerder verstoort dan aanvult.
De compositie van deze roman is niet zo eenvoudig. Lieske heeft gekozen voor een Möbiusband en nu moet hij er dus in slagen het geheel rond te krijgen. Dat blijkt lastig. De twee Antons reizen samen door Duitsland en hebben zo de tijd om herinneringen op te halen. Maar waarom Duitsland? Waarom de jaren zeventig? We weten dat Rosemarie voorgoed weggaat, maar hoe? Welke rol speelt de vader? Al die lijntjes moeten uiteindelijk bij elkaar komen en daar vergaloppeert Lieske zich naar mijn idee.

Veertig, vijftig bladzijden voor het eind kantelt de roman. In de eerste hoofdstukken heeft Lieske er nog voor gezorgd dat de ontmoeting tussen de twee Antons geloofwaardig is door epilepsie en medicijnen als verklaringen op te voeren. Ook de scheiding tussen de jongen en de volwassene wordt consistent gehouden doordat de jongen niets te weten krijgt over de toekomst. Maar nu gebeurt er iets vreemd. De jongen is acht, hooguit tien jaar oud maar heeft in het laatste deel herinneringen die horen bij de dertienjarige Anton. De truc met de jongen werkt zo goed omdat de herinneringen in hem nog zo vers zijn. Maar het laatste gedeelte hoort bij een jongen die ouder is en dat klopt niet helemaal.

Vreemder en storender is het dat de laatste hoofdstukken steeds intensere, zelfs dramatische gebeurtenissen beschrijven die de volwassene zich niet of nauwelijks kan herinneren. Dat neemt zulke vormen aan dat je hier van verdringing moet spreken. Heeft de volwassen Anton zijn liefde voor Rosemarie nu verdrongen? Helemaal duidelijk is dat niet. Lieske probeert niets te psychologiseren en van Freudiaanse trucs wil ik hem zeker niet beschuldigen. Maar de constructie overtuigt niet, en dat is jammer.

De compositie van deze roman zit zo in elkaar dat hoe innig, intiem en waardevol de gebeurtenissen voor de jongen zijn, deze gespiegeld moeten worden in de gedachten van de volwassen Anton. Lieske laat dat op het laatste moment los, en dat verstoort de zo mooi opgebouwde magie.
Diegenen die van prachtig gecomponeerde romans houden, hebben reden om deze roman mislukt te noemen. Maar er zit veel meer in deze roman dan alleen de compositie, de Möbiusband en een niet erg overtuigend plot. Lieske tovert soms met woorden, weet de intimiteit van jeugd en de blijdschap van verliefdheid prachtig op de bladzijden te krijgen en verdient het alleen daarom al om bewonderd te worden.

Alles kantelt is een boek dat niet helemaal gelukt is, maar wat je desondanks toch niet had willen missen. Iets wat niet van waarde is, knip je in stukken en die gooi je vervolgens weg. Deze roman knip je in stukken en blijft wonderwel intact. Dat is geen knutselwerk meer.

Alles kantelt

Auteur: Tomas Lieske
Verschenen bij: Uitgeverij Querido
Prijs: € 18,95

Zondagochtend 5 december is Tomas Lieske te gast bij Wim Brands van VPRO’s Boeken.


Recensie: Alles kantelt
Tomas Lieske
ISBN: 9789021438863

Meer van Machiel Jansen:

26 februari 2014

Zoutloze wansmaak

Over 'En dan komen de foto's' van A.H.J. Dautzenberg
29 januari 2014

Parallellen met een hoofdpersoon 

Over 'Te veel geluk' van Alice Munro

Recent

17 augustus 2017

Gedichten die op afstand blijven maar ook weten te ontroeren

Over 'De wereld onleesbaar' van Jeroen van Kan
11 augustus 2017

Zorgenkind of zondagskind

Over 'Herinneringen in aluminiumfolie' van Jamal Ouariachi
9 augustus 2017

Wachten op Godot aan de Moldau

Over 'Een afgedane zaak' van Patrik Ouredník
7 augustus 2017

Een kanjer

Over 'De tandeloze tijd 6 : Kwaadschiks' van A.F.Th. van der Heijden
4 augustus 2017

Wondranden

Over 'Een tuin in de winter' van Anna Enquist

Verwant

3 december 2010

'Hij hoopte dat er ooit iemand zou zeggen dat hij een goed mens was'

Over 'Door de waterspiegel' van Tomas Lieske