Alexander Baneman – De schim van Raamswolde

Ingenieus gecomponeerde briefroman over de macht van de verbeelding

Recensie door Auke Abma

Er is weer eens een briefroman geschreven! In De schim van Raamswolde, het debuut van Alexander Baneman, lezen we de brieven die correspondentieschaker Allard van Benniq Methorst gedurende ruim een jaar naar verschillende mensen verstuurt of niet verstuurt.

De briefroman

Halverwege de achttiende eeuw zorgde Samuel Richardsons briefroman Pamela or Virtue Rewarded (1740) voor een Pamelamania die in Engeland en continentaal Europa tot een hausse aan imitaties, vertalingen (van vertalingen), schilderijen, toneelstukken en opera’s leidde. Decennialang was het genre dominant en zagen talloze briefromans het licht, zoals de klassiekers Les liaisons dangereuses van Pierre Choderlos de Laclos en Die Leiden des jungen Werthers van Goethe. In Nederland is Sara Burgerhart van Betje Wolff en Aagje Deken, onlangs fenomenaal hertaald door Tonnus Oosterhoff, verreweg de beroemdste briefroman. En allemaal gaan ze over jonge vrouwen die belaagd worden door mannen, over deugd, seks, liefde, huwelijk en de balans tussen hoofd en hart. Aan het eind van de achttiende eeuw is het genre over zijn hoogtepunt heen

Voor hedendaagse schrijvers spreekt de keuze voor de briefvorm minder vanzelf. Veel moderne briefromans hebben een historische invalshoek: ze zijn ofwel gesitueerd in een verleden waarin de brief nog een belangrijk communicatiemiddel was of ze refereren aan briefromans van weleer, zoals De Daal-en-Bergse brieven van Hella Haasse, waarin de 20ste-eeuwse hoofdpersoon met Madame de Merteuil uit Les liaisons dangereuses correspondeert. Een andere legitimatie van de briefvorm is de functie van de brief als egodocument, als therapeutische uitlaatklep, zoals in de briefromans van Gerard Reve.

De schim van Raamswolde combineert op eigen wijze beide invalshoeken: de roman speelt zich af in 1987 – niet lang voordat de brief plaatsmaakt mail en chat. De 45-jarige Allard van Benniq Methorst houdt uitsluitend per brief contact met de buitenwereld, omdat hij zijn huis niet uit durft. Hij schrijft brieven om boodschappen te bestellen, om schaakzetten door te geven, maar vooral om zijn gedachten over zichzelf kwijt te kunnen. Hiermee markeert de roman enerzijds het einde van een tijdperk van de persoonlijke brief als communicatiemiddel, anderzijds doet de roman, hoewel niet autobiografisch, denken aan therapeutische ego-literatuur. Dit wordt onderstreept door het feit dat we alleen Allards brieven te lezen krijgen.  

Vivisectie

Baneman maakt het zichzelf niet makkelijk. Omdat de hoofdpersoon een kluizenaarsbestaan leidt, levert het vertelheden nauwelijks spannende gebeurtenissen op. De roman moet gedragen worden door Allards bespiegelingen en herinneringen. En dat lukt ruimschoots. Het is een plezier om deze man steeds beter te leren kennen omdat hij een sympathiek, intelligent en aandoenlijk mens is van wie je graag een brief ontvangt. Hij heeft altijd wel iets interessants weet te melden en heeft oog voor het wel en wee van de ander. Zonder zelfmedelijden legt hij zichzelf op de ontleedtafel om als een patholoog-anatoom zichzelf en de oorzaken van zijn angststoornis te analyseren.

De roman krijgt structuur doordat Allard dit systematisch doet. Zoals hij tijdens het correspondentieschaken meerdere partijen naast elkaar speelt die zich elk op hun unieke manier ontvouwen, zo beschouwt hij in elke briefwisseling een ander aspect van zichzelf.

Met Trudy de Klerk, een vrouw die hij nooit heeft ontmoet maar heeft leren kennen omdat ze ooit het verkeerde nummer draaide, schrijft hij over zijn liefdeloze jeugd. Zij heeft namelijk ook een getroebleerde relatie met haar vader. Die brieven zijn ontroerend door de trefzekere typering van zijn kille, liefdeloze vader én omdat Allard ondanks zijn asociale leefwijze oog heeft voor Trudy’s leed en haar probeert te troosten, zich regelmatig verontschuldigend voor zijn onhandigheid. Baneman gebruikt briefconventies als de afsluiting effectief om de emotionele gesteldheid van Allard te onderstrepen, wanneer hij Trudy over de dood van zijn vader schrijft: ‘Volgende keer meer, het grijpt mij nu te veel aan’. 

In de brieven aan Leopold Weijzer, een oude schaakvriend, wordt de aanhef effectief ingezet om de wisselende waardering voor zijn vriend uit te drukken: ‘Waarde wurgslang’, ‘Grote schoft’ of ‘Beste Lop’ maken Leopold en de lezer meteen duidelijk hoe de vlag erbij hangt. De rode draad in deze brieven wordt gevormd door Allards angststoornis die hij nu eens verdedigt als verstandig (de man die haaien rond zijn boot ziet zwemmen, besluit toch ook niet te gaan zwemmen), dan weer afkeurt als bron van praktisch, geestelijk ongemak.  

In de correspondentie met Daniël Wolvecamp, de twaalfjarige domineeszoon uit het dorp, staat Allards liefde voor het schaken centraal. In uitgesproken filosofische verhandelingen (‘Misschien is dit wat lastig te begrijpen voor een jongen van 12’) zet hij de relatie tussen schaken, het onderbewuste en de kunst uiteen. Net als in de andere brieven en in een schaakpartij probeert hij zich in te leven in Daniël, geeft hem leestips en adviseert over de omgang met zijn religieuze vader, wat de serieuze bespiegelingen een komische toets geeft. 

Met Dagmar Slotvoogd, die ooit een half jaar bij hem inwoonde, is de liefde het belangrijkste thema. Deze brieven hebben een uitermate romantisch karakter: verlangen, verlies, naïviteit en onvermogen geven de brieven kleur, versterkt door het feit dat Allard Dagmars adres niet heeft. En ten slotte probeert Allard in de brieven aan gemeenteambtenaar Den Andel steeds wanhopiger de dreigende onteigening van zijn huis te voorkomen. Hij is de onpeilbare, machtige en onberekenbare tegenstander die vanuit het duister opereert.  

Verbeelding

De verschillende briefwisselingen zijn met elkaar verbonden door het belangrijkste overkoepelende thema van het boek: de verbeelding die als `een laagje van glanzende schellak’ over de werkelijkheid ligt. Filosofisch als Allard is, ontvouwt hij zowel de positieve als de negatieve kanten van de verbeelding.

Enerzijds is de verbeelding een manier om controle te houden. Producten van de verbeelding zoals kunstwerken kunnen daarvoor zorgen. ‘Schaken verhoudt zich tot oorlog als een speelfilm of een boek zich tot het ware leven verhoudt’, stelt Allard. De schaker wil de buitenwereld ‘opeten en verwerken tot iets wat, ja iets wat – tot wat? – laat ik zeggen tot iets wat acceptabel is. De buitenwereld mag niet bestaan, mag alleen onderdeel van het zelf uitmaken. Anders wordt het gevaarlijk en onberekenbaar. De scalp van een tegenstander aan het bord in je ransel is een stuk buitenwereld dat je opgegeten hebt’. 

In een brief aan Trudy verwijst Allard naar de novelle Kurgast van Herman Hesse die hem geleerd heeft hoe verbeelding gebruikt kan worden om ergernis over een persoon – bij Hesse een Nederlandse gast, bij Allard zijn vader- om te buigen in positieve waardering door die allerlei meelijwekkende ervaringen en tragische omstandigheden toe te dichten. Dit werkt echter alleen wanneer zijn vader er niet is.

De positieve kanten van de verbeelding delven het onderspit tegen de negatieve kanten. ‘Angst en verbeelding hebben een slepend huwelijk’, stelt hij in een brief aan Dagmar, waarbij hij zijn vermoeden uitspreekt dat de angsten in zijn onderbewuste de verbeelding versterken. Hij beschrijft in een andere brief hoe hij als achtjarige zijn reflectie in een etalage zag, wat hem tot de gedachte bracht dat hij niet echt bestond; hij was slechts verbeelding. Een inzicht dat hem letterlijk aan het wankelen bracht, waardoor hij zich bijna voor een auto wierp, om voor zichzelf zijn bestaan te bewijzen.

Het is de lezer echter duidelijk dat de verbeelding ook de angst voedt. Zo neemt Methorsts angstgegner, de Russische topschaker Tsjacharin, in zijn verbeelding zulke groteske vormen aan dat hij de partij moet staken en – nog erger – dat alle volgende tegenstanders in Tsjacharin veranderen. Ook zijn angst om naar buiten te gaan samen wordt gevoed door de verbeelding: buiten is er nou eenmaal meer gevaar denkbaar dan binnen.

Hoewel het einde wat geforceerd en ongeloofwaardig aandoet, is het fijn om in 2024 zo’n aardige, intelligente en aandoenlijke man uit 1987 te leren kennen die zijn best doet zich zorgvuldig uit te drukken, en even prettig ouderwets overkomt als de vorm waarin hij schrijft. Dat is wat literatuur vermag: een fictief verleden overtuigend tot leven te brengen en ons te herinneren aan het verleden zoals dat ooit echt was. De Nederlandse literatuur is een fijne, intelligente briefroman rijker. 

 

Omslag De schim van Raamswolde - Alexander Baneman
De schim van Raamswolde
Alexander Baneman
Verschenen bij: G.A. Van Oorschot
ISBN: 9789028233072
240 pagina's
Prijs: € 23,50

Om Literair Nederland draaiende te houden, zijn wij afhankelijk van vrijwillige bijdragen. U kunt ons steunen via de rode knop. Waarvoor onze hartelijke dank!

Meer van Auke Abma:

Recent

Enorme liefde voor de natuur in al haar verscheidenheid
27 mei 2024

Enorme liefde voor de natuur in al haar verscheidenheid

Over 'Iemand moest het doen' van Sanne Huysmans
Meekijken van proloog tot bezemwagen
25 mei 2024

Meekijken van proloog tot bezemwagen

Over 'Het grote wielrenboek' van Susanne Roos
Literatuur als instrument voor zelfontdekking
22 mei 2024

Literatuur als instrument voor zelfontdekking

Over 'Hij/hem – Een ABC van regenboogboeken' van Redactie: Eric de Rooij, Coen Peppelenbos en Doeke Sijens
Hedendaags liefdesverhaal gebaseerd op een mythe
21 mei 2024

Hedendaags liefdesverhaal gebaseerd op een mythe

Over 'Meisje ontmoet jongen ' van Ali Smith
Zwijgen als vorm van zelfbehoud
20 mei 2024

Zwijgen als vorm van zelfbehoud

Over 'Wat wij verzwijgen' van Aisha Dutrieux

Verwant