A.L. Snijders – Het oog van de naald

Zeer korte verhalen met verslavende werking

Recensie door Ingrid van der Graaf

A.L. Snijders, pseudoniem van Peter Müller (1937) is zijn hele leven al schrijver van korte stukjes maar brak pas bij het grote publiek door nadat hij in 2010 de Constantijn Huygensprijs had gewonnen. Snijders schreef columns voor verschillende dagbladen, brieven, een enkele novelle en duizenden zeer korte verhalen (zkv’s). Het oog van de naald is de tiende bundel sinds de eerste bundel zkv’s, Belangrijk is dat ik niet aan lezers denk in 2006 verscheen. Deze laatste bundel bevat 206 zkv’s, waarvan er 66 in de Belgische krant De Standaard zijn verschenen. De overige zijn geschreven voor radio 4 waar A.L. Snijders elke zondagochtend een zkv stipt om 8.45 uur voorleest. Dit stukje wordt ook verstuurd naar zo’n drieduizend liefhebbers die op de mailinglijst van de vermaarde ‘graslijst’ staan voor een wekelijks zkv van Snijders.

Ritje langs de Amstel

Een zkv is een samengaan van een overdenking, een citaat, een observatie. Er zit kop noch staart aan, toch geeft het de indruk van een kleine vertelling, waarin objecten of personen figureren: een bezoeker, gereedschap, het huis van de schrijver, Amsterdam, en altijd weer Nescio of verschijnt Herakleitos uit het niets. Snijders put uit een bron van verhalen die hij ooit  gelezen of gehoord heeft. Zo wordt een verhaal uit een Haagse Post uit 1971 onderdeel van een zkv. Dat gaat over de vereenzaamde Jan Grönloh (Nescio) die door uitgever Geert van Oorschot wel eens werd meegenomen voor een autoritje langs de Amstel.
‘Grönloh zat de hele weg zwijgend naast hem, de hoed diep over de ogen getrokken. Toen ze voor een tractor moesten uitwijken, liet hij zich eindelijk een paar woorden ontvallen: “Imbeciel op ijzer”.’
Stukjes geschiedenis die de lezer deelgenoot maakt van een anekdotische kant van de literatuur. Nog mooier wordt het als een gegeven uit een eerder geschreven zkv, weer terugkomt in een later geschreven zkv. Zodat de lezer een vleug van een déjà vu ervaart, wat overigens niets afdoet aan het leesplezier.

Jaloers op een fantasie

Snijders schrijft met een afstandelijkheid (geen gepsychologiseer, amper bijvoeglijke naamwoorden, licht zelden iets toe) die de lezer de ruimte geeft ervan te maken wat deze wil. Soms werpt Snijders de blik op zichzelf, vraagt zich af waarom hij bepaalde dingen doet. Noemt fantaseren, ‘oncontroleerbare’ gedachten. Gedachten die hem het leven van anderen laat inkleuren. Zoals de bewoners van een groot huis bij hem in de buurt. Als hij erlangs fietst, denkt hij te weten: hij is accountant, zij advocaat. In hun vrije uren vertalen ze, ieder voor zich Thucydides. ‘Soms vergelijken ze hun vertalingen’. Het gevolg is dat hij jaloers  wordt op dit geromantiseerde leven van mensen die het zo goed voor elkaar hebben. Dan schrijft hij: ‘Waarom verzin ik iets wat jaloezie veroorzaakt?’

Een zkv leest als een gedachtestroom, ontspringend naar vele kanten. Of is als een praatgrage wachtende in de rij voor de kassa, die zijn verhaal vertelt en daarbij onverwachte zijwegen inslaat, maar waar je geboeid naar blijft luisteren. Soms krijg je de indruk dat de schrijver geen idee heeft waar het heen gaat of raakt verdwaalt in zijn tekst, dan nog is het goed hem te blijven volgen om een raadselachtige afslag of een uitspraak als deze: ‘Als ik niet aan mannen of vrouwen denk, blijk ik automatisch aan mannen te denken’ niet te missen. Waar de geest dan weer een tijdje mee voort kan.

Metaforen

Bij Snijders komt de realiteit in mooie beschrijvingen, zoals in ‘Voorhamer’. Hij schrijft dat de voorhamer, voor het kloven van houtblokken, niet vaak gebruikt wordt omdat hij een kachel heeft met een ‘grote mond’. Toch dwingt zijn ego hem die blokken zo nu en dan te lijf gaan, ze kleiner te maken.
‘…[dat] betekent dat ik overwinningen wil behalen, ook als ik alleen ben en niemand me ziet, ook als ik er niet over praat en mezelf vervloek. (…) De voorhamer is zwaar, wordt zwaarder omdat ik schoorvoetend zwakker word, de voorhamer moet langer wachten, heeft zich in mijn ogen verongelijkt teruggetrokken, is niet makkelijk meer te vinden omdat ik me niet kan herinneren in welke schuur ik hem het laatst gebruikt heb. De natuur giechelt.’
Meesterlijk is dat ‘schoorvoetend zwakker worden’, waarmee de ouderdom bekend wordt. En een voorhamer die zwaarder wordt, staat hier voor het afnemen van krachten.

Het fascinerende aan deze zkv’s is dat je blijft doorlezen en treedt er zelfs bij een tweede of derde keer lezen geen verveling in. Dat heeft alles te maken met de wijze van formuleren die in niets de lezer tegemoet komt en daardoor de geest op scherp zet. En dat heeft weer te maken met de taalkunst van de schrijver.

 

Over het zkv ‘Valerie’ dat in Het oog van de naald is opgenomen, verscheen op Literair Nederland al eens de column ‘De schrijver’.

 

Omslag Het oog van de naald - A.L. Snijders
Het oog van de naald
A.L. Snijders
ZKV's 2015-2016
Verschenen bij: AFdH Uitgevers
ISBN: 9789072603685
224 pagina's
Prijs: € 15,00

1 reactie





 

Meer van Ingrid van der Graaf:

Recent

14 augustus 2019

Intellectuele robots en mensenlevens

Over 'Machines zoals ik' van Ian McEwan
13 augustus 2019

Mooie en relevante roman

Over 'Welkom in het Rijk der zieken' van Hanna Bervoets
8 augustus 2019

Waar kleine dieven groot in zijn

Over 'Grote dieven kleine dieven' van Albert Cossery
5 augustus 2019

Alles in sobere stijl met grote zeggingskracht

Over 'De verloren berg' van Lieke Kézér
2 augustus 2019

Achterliggende filosofie in het werk van de Zuid-Afrikaanse meester

Over 'Coetzee, een filosofisch leesavontuur' van Hans Achterhuis

Verwant