Column

Plusjes en minnetjes

Er was weer tijd om over de liefde na te denken. Ik dacht: wat is het toch verschrikkelijk hoe ik mijn geliefden beoordeel, hun plusjes en minnetjes tegen elkaar afweeg op criteria als intelligentie, daadkracht, enthousiasme voor het leven, enthousiasme voor mij, zelfstandigheid, emotionele stabiliteit en schoonheid. Hoe ik mijn ideale geliefde samenstel uit de positieve eigenschappen van alle geliefden die ik heb gehad. Wat intellectualiteit van A, aangevuld met het praktische inzicht van B en de algemene gezelligheid van C. Alsof het gebruiksvoorwerpen zijn in plaats van mensen.

Er was ook weer tijd om te lezen. Ik las het enige door een vrouw geschreven literaire boek dat ik had kunnen vinden in de AKO op Schiphol: The Ministry of Utmost Happiness van Arundhati Roy. De achterkant, de binnenkanten en de eerste paar pagina’s stonden vol met lovende citaten uit Indiase, Engelse en Amerikaanse tijdschriften en kranten. En de recensieschrijvers hadden gelijk. Het was een bijzonder goed boek. Het had een mooie taal, een wervelend verhaal, intrigerende hoofdpersonen, scherpe maatschappijkritiek en verrassende vormen van vriendschap en liefde. Het was een boek dat ik zou willen kunnen schrijven, maar het was te boeiend om me daar tijdens het lezen druk over te maken. Ik kon het niet meer wegleggen.

Pas op twee derde van het verhaal bleef ik ergens haken, bij een passage over oorlogsstrategie, maar dat lag aan mij, dat wist ik, want dat heb ik altijd bij boeken waar oorlog in voorkomt. Als het over strategie gaat, ga ik uit. Mijn brein kan zich er niet mee verbinden. Ik ben ook niet goed in schaken, dat heeft denk ik dezelfde oorzaak. Een hiaat in mijn begripsvermogen. Hoe dan ook, ik kon het het boek niet kwalijk nemen, en bovendien was ik op dat punt al zo gehecht aan het verhaal dat het me er niet meer van kon weerhouden verder te lezen.

Toen het boek uit was, had ik opnieuw tijd om over de liefde na te denken. Ik dacht: je zou een geliefde misschien wel met een boek kunnen vergelijken. Daarmee zou je de geliefde niet beledigen. Een boek is geen gebruiksvoorwerp, het is veel meer dan dat. Het heeft minstens, als het een goed boek is, zo veel eigenheid en diepgang als een mens. En ik stelde me een geliefde voor als een boek dat je niet weg wilt leggen, bij wie je vergeet om plusjes en minnetjes uit te delen. Eentje met lovende citaten op zijn voorhoofd. En dat je als je het saaie, vervelende stuk tegenkwam zeker wist dat het aan jou lag en niet aan hem. Dat je dan, hoe dan ook al te gehecht aan hem was om hem nog weg te willen leggen.

 


Gerda Blees debuteerde in 2017 met de verhalenbundel, Aan doodgaan dachten we niet. In april 2018 debuteerde ze met de dichtbundel, Dwaallichten.