18 februari 2013

Pierre Lauffer – Bernadette Heiligers

Recensie door Albert Hogeweij Biografie van Curaçaose dichter Pierre Lauffer. Groots op zijn eiland

Recensie door Albert Hogeweij

 

Als schrijver kun je een nog zo fraaie geloofsbrief van Frank Martinus ‘Dubbelspel’ Arion op zak hebben: ‘je kunt zeggen dat iedereen die in het Papiaments goede poëzie schrijft, op de ene of andere manier door Pierre beïnvloed is’, maar ‘op de een of andere manier’ is het ook zo dat wie goed Papiaments schrijft daarmee nog niet in het gehele Koninkrijk der Nederlanden bekendheid geniet. En zo kan het gebeuren dat Pierre Lauffer (1920-1981) op de Antillen een begrip is (mede ook dankzij de populaire zangbundel Cancionere Papiamento), terwijl in Nederland nauwelijks iemand van de beste man heeft gehoord. Daar kan nu verandering in komen omdat de Pierre Lauffer Stichting Bernadette Heiligers heeft opgedragen het leven van deze man te boekstaven in de Nederlandse taal. De biografe heeft zich keurig van haar taak gekweten. In een Woord Vooraf schrijft ze welke onderzoeksvragen ze zich gesteld heeft: ‘In hoeverre valt het oeuvre van Pierre Lauffer samen met zijn leven? Wat vertelt het van de samenleving waarin hij opgroeide? En welke invloed heeft de dichter en schrijver mogelijk gehad op de taal en de literatuur van zijn land?’

Lauffer was van de generatie van Tip Marugg en Boeli van Leeuwen, landgenoten die zich richtten op de Nederlandse taal en daarmee ook literaire bekendheid in ons land verwierven. Pierre Lauffer bewandelde een andere weg. Hij schreef in het Papiaments. Lange tijd was Spaans de culturele taal op Curaçao. Het Nederlands was weliswaar de officiële voertaal, maar gold als een taal van ambtenaren en bestuurders. Cultureel gezien speelde het geen rol van betekenis. Daar kwam pas in de loop van de twintigste eeuw verandering in toen Shell zich op Curaçao vestigde. Voor poëzie, zeker de meer serieuze, werd bijna vanzelfsprekend een beroep gedaan op de Spaanse taal. Zo diep zat het idee dat het Papiaments een minderwaardige taal was, het zielige broertje van het Spaans. Het Curaçaose volk wilde zich in de jaren ’20 van de vorige eeuw juist van de herinnering aan de slavernij bevrijden en met de komst van Shell en Spaanstaligen uit Zuid Amerika aansluiting vinden bij de moderne tijd. De slaventaal, zoals het Papiaments werd gezien, was leuk en aardig, maar vooruit kwam je er niet mee. Pierre Lauffer zag echter al jong de potentie en klankrijkdom van deze taal, in zijn ogen zo eigen aan de schoonheid van zijn eiland. Zijn debuutbundel Patria was ook een primeur voor het Papiaments, want het betrof de eerste dichtbundel die volledig in die taal geschreven was. Zijn vriend Luis Daal had Lauffer plechtig op het hart gedrukt: ‘Zolang jij je gedichten niet publiceert, ontneem je ons volk iets waar het recht op heeft.’ Dat die taal in lager aanzien stond was voor Lauffer geen reden haar links te laten liggen. Integendeel, als deze biografie ergens in overtuigt is het wel in de tekening van een man die lak had aan conventies en sociale normen, en liefst zijn eigen gang ging. Zijn belang voor het Papiaments was groot, maar zijn invloed was indirect. Schrijvend over de kleine man, stond hij daar zelf ver vanaf.

Heiligers noemt het onderwerp van haar biografie bij zijn voornaam ‘Pierre’. Op een of andere manier kan deze biografie dat hebben. De keuze om ieder van de zeven hoofdstukken vooraf te laten gaan door een gedicht van Lauffer met een Nederlandse vertaling van Fred de Haas is een gelukkige. Minder gelukkig is de keuze om enige prozaverhaaltjes van Lauffer in samengevatte vorm op te nemen. Maar ja, Lauffer die ook proza, leer-, kinderboeken en liedjes schreef, wordt blijkens de ondertitel hier dan ook als dichter belicht.

De biografie kent een thematische structuur en volgt daarbinnen zoveel mogelijk een chronologische lijn. Deze aanpak komt de overzichtelijkheid ten goede, maar kent het nadeel dat de lezer soms iets meerdere malen voorbij ziet komen. We lezen vooral over de passie van Lauffer voor zijn eiland Curaçao en het Papiaments, zijn pal staan voor de ‘kleine man’, zijn liefde voor de zwarte vrouw, de muziek, maar ook over zijn in zichzelf gekeerde buien, zijn onaangepastheid, een man die dwars door zijn negen kinderen tellende gezinsleven heen zijn eigen weg bleef gaan, zijn sarcasme, zijn nonchalance, zijn humor, zijn melancholie, zijn geloof. Kortom: weinig kanten van het onderwerp van de biografie blijven onbesproken. Veel bronnen werden ervoor overhoop gehaald, sommige mogen elkaar tegenspreken. Wel zo eerlijk. Maar de lezer weet nu bijvoorbeeld niet precies of Pierre nu een matige of een onmatige veeldrinker was. Waar het de eigen nazaten van Lauffer betreft heeft de biografe hun ruimte voor retoucherend commentaar gegund. Want ja, als lezer gaan je oren wel klapperen als je leest hoe streng hij als vader voor zijn kinderen kon zijn (zo moest de gitaar van zijn oudste zoon eraan geloven toen deze met een teleurstellend rapport thuiskwam) en hoe zijn nukkig beleden soberheid doorwerkte op zijn gezin. Veelzeggend is ‘dat hij met 10 gulden deed wat een ander met 100 gulden deed’. Verjaardagen werden dan ook niet gevierd, want dat was immers maar gewoon een dag. En Sinterklaas kwam er ook niet in. Hij leerde z’n kinderen ‘van kleins af aan dat Sinterklaas niet bestond, want hij was niet van plan geld aan cadeautjes uit te geven zodat een nepheilige met de eer zou strijken.’ Ook lezen we hoe hij zijn kinderen dacht te harden: hij ging dan zelf in het donker in het verste hoekje van een kerkhof staan en liet zijn kinderen vervolgens één voor één naar hem toe lopen.

De anekdotes doen het goed in deze biografie die een tikkeltje conventioneel inzet om gaandeweg over te gaan op show, don’t tell. Want er kan met zoveel woorden worden verteld dat Pierres afkeer van sociale conventies een spoor van onrust door zijn leven trok; dat zijn nonchalante houding niet een geaffecteerde poging betrof om de artiest uit te hangen, maar dat hij, waar zelfs de eenvoudige kantoorbediende niet zonder jas en gepoetst schoeisel de deur uitging, het gewoon zelf verkoos om in hemd en op arme-mensen-sandalen over straat te lopen onder het motto ‘je moet de mensen iets te roddelen geven’, maar als je mag lezen dat de dichter in de apotheek, horende dat een klant discreet naar de apotheker vraagt, buldert: ‘Geef die man toch gewoon een pak condooms!’ weet je genoeg. Vanaf dat moment komt zijn levensverhaal écht tot leven en zal die Pierre bij de meeste lezers een potje kunnen breken. Wie zo tegen de conventies gekant is, lijkt nog niet van zijn achtergrond bevrijd. Zo is Lauffer zijn leven lang belijdend Katholiek gebleven en de rijke kinderschare (elf in getal) die hij bij zijn twee respectieve echtgenotes verwekte, wijst ook op een zekere hang naar geborgenheid in tradities. Hij mocht dan geen waarde hechten aan feestdagen, hij respecteerde wel bepaalde familierituelen van zijn ouders. Frank Martinus Arion merkt daar iets over op: ‘Omdat Pierre Lauffer niet duidelijk laat blijken waar hij voor staat, kan je niet zeggen dat hij behalve een sociaal geweten ook sociale principes heeft. Dat geldt voor meer schrijvers met een soortgelijke achtergrond. Als puntje bij paaltje komt, houden ze rekening met de groep waar ze uit voortgekomen zijn.’

Voor de literair-kritische receptie is in deze biografie minder aandacht. Hier en daar vang je wat reacties op over zijn werk. Zo zag Cola Debrot in Lauffer de grootste Papiamento dichter van zijn generatie. Binnen het beperkte taalgebied van het Papiaments bleven de oplagen beperkt. Echt populair is Lauffer dan ook niet geworden. Ook de poëtica van Lauffer blijft buiten beeld. Men leest dat hij nog al nonchalant te werk kon gaan, maar geeft elders een vakbroeder het advies nog eens wat te schaven aan diens gedichten, omdat schaven iets is waarvoor een dichter zich geenszins te schamen heeft. De evolutie van de op klank en rijmstructuren stoelende gedichten uit zijn debuut Patria tot het vrijere vers met zijn meer bezonnen, narratieve toon en weemoed uit het latere werk als Liederen voor de wind, wordt wel geschetst. Een aantal prijzen sleepte Lauffer ermee in de wacht. Vanzelfsprekend vormde met zo’n klein afzetgebied zijn schrijverswerk geen noemenswaardige bron van inkomsten. Er moest dus ordinair gewerkt worden voor de kost. En een vast inkomen had hij lang niet altijd, ondanks een rits aan baantjes als politieman, salesman, begrafenisondernemer, ambtenaar en leraar. Het gezin Lauffer kende dan ook periodes waarin het moest teren op het geld dat door de rijkere schoonfamilie werd toegestopt. En juist met deze schoonfamilie had Pierre bonje gemaakt op hem typerende wijze: toen een van zijn kinderen communie ging doen, voelde hij er niets voor om daarbij opgedoft voor de dag te komen. Hij wilde het feest sober houden. Maar zijn schoonvader had voor deze plechtigheid juist groots willen uitpakken met feestelijke kleren en lekker eten. Niks ervan! Pierre, voor wie zijn eigen vrouw het communiepak verborgen had moeten houden omdat anders geheid de schaar erin was gegaan, wist het feest te saboteren door de stekker uit de koelkast te trekken opdat het daarin ingeslagen voedsel zou bederven en vervolgens de overgebleven taarten de achtertuin in te smijten.

Op 47 jarige leeftijd liet een nieuwe liefde van 18 lentes hem nog een tweede jeugd beleven. Met het leeftijdsgevoel zat hij zelf niet zo: ‘Ik ben wel oud, maar alleen van mijn voorhoofd tot aan mijn navel’. Aan het eind treedt niettemin verbittering in. Als hij in de zeventiger jaren leraar Papiaments is moet hij tot zijn teleurstelling vaststellen dat de nieuwe generatie zich aan die taal minder gelegen laat liggen. ‘Soms gebeuren er dingen in het leven die je melancholiek maken. Je merkt dat je vaak gestreden hebt voor dingen die niet de moeite waard zijn. Als ik mensen onder een boom zie zitten zonder verder iets uit te voeren, denk ik soms dat zij misschien wel gelijk hebben.’ Meer en meer gaat de buitenwereld hem minder interesseren tot die de proporties krijgt van zijn achtertuin. ‘Ik heb een hangmat. Als ik daarin lig, weet ik niet eens dat de wereld bestaat.’ Man van matige gezondheid en vele kwaaltjes, was een lang genieten van zijn tweede jeugd hem niet vergund. Op 60 jarige leeftijd overleed hij tamelijk onverwacht in het ziekenhuis waar hij als diabeet opgenomen was voor een zwart plekje aan zijn voet…

Het is mooi dat de Stichting Pierre Lauffer deze biografie in de Nederlandse taal heeft doen verschijnen zodat men ook hier kennis kan nemen van het boeiende leven van deze man die in een uithoek van ons Koninkrijk zowel in zijn leven als in zijn poëzie z’n eigen pad ging. Ter afsluiting een poëziefragment van Lauffer in de hem zo typerende melancholische stemming:

‘Aldoor in tweestrijd, niet wetend wat te doen,
schuim om mijn mond van woede, angstig
om mijn onvermogen een besluit te nemen
tot vertrek en dan weer luidkeels wensende
het onbekende achter me te laten,
terug te keren naar de buurten
die ik als mijn broekzak ken
en het verlaten.

Ik weet het niet,
geloof me maar, ik weet het niet:
rot ik weg in steenslag dat van hitte ziedt
of lig ik ooit, begraven als ontheemde,
ver van mijn land, tussen een groepje vreemden?’

Hopelijk hoeven we niet te wachten tot de honderdste geboortedag van deze dichter eer er een keuze uit zijn poëzie in het Nederlands verschijnt.

 

Pierre Lauffer
Het bewogen leven van een bevlogen dichter

Auteur: Bernadette Heiligers
Verschenen bij: Uitgeverij In de Knipscheer
Aantal pagina’s: 304
Prijs:  € 19,99
Genaaid gebonden met stofomslag
Geïllustreerd met 30 afbeeldingen

Pierre Lauffer
Bernadette Heiligers
ISBN: 9789062658145

Meer van Albert Hogeweij:

18 mei 2017

Poëzie gefascineerd door het zijn, het aanwezig zijn.

Over 'Gebogen planken' van Yves Bonnefoy
2 februari 2017

Vormvast en elegant van stijl

Over 'Viviane Élisabeth Fauville' van Julia Deck
15 december 2016

Twaalf lofliederen op lichamelijke schoonheid

Over 'Poèmes secrets / Geheime gedichten' van Guillaume Apollinaire

Recent

17 augustus 2017

Gedichten die op afstand blijven maar ook weten te ontroeren

Over 'De wereld onleesbaar' van Jeroen van Kan
11 augustus 2017

Zorgenkind of zondagskind

Over 'Herinneringen in aluminiumfolie' van Jamal Ouariachi
9 augustus 2017

Wachten op Godot aan de Moldau

Over 'Een afgedane zaak' van Patrik Ouredník
7 augustus 2017

Een kanjer

Over 'De tandeloze tijd 6 : Kwaadschiks' van A.F.Th. van der Heijden
4 augustus 2017

Wondranden

Over 'Een tuin in de winter' van Anna Enquist

Verwant

18 februari 2013

Vijf eeuwen politieke inspiratie

Over 'De vorst. Machiavelli, sleutel van onze tijd. Eerste integrale' van Bernadette Heiligers