Ik las over een man die aan de overkant van de straat staat te kijken naar het huis waar hij opgroeide. Hij kijkt naar het raam van zijn vroegere kamer. Hij kijkt zolang tot hij de stem van zijn zus hoort, die roept dat ze er is, thuis is. Beneden ziet hij zijn ouders aan tafel zitten, ze lezen, of scrabbelen. Dan opent hij de kamerdeur van zijn pleegbroer, zijn zus ligt bij hem in bed. Dat wist hij niet, dat ze iets hadden met elkaar. Ze negeren hem, alsof ze slapen, hij er niet toe doet. Hij voelt het nog. Dan gebeurt er iets magnifiques, de man die naar de kamers van het huis uit zijn jeugd kijkt, loopt de trap af, het huis uit en voegt zich in de man die staat te kijken naar het huis uit zijn jeugd. Dit beschrijft Thomas Verbogt in zijn boek Als je de stilte ziet. Verbogt schrijft over de dingen die er in een leven gebeurd zijn, in zijn leven gebeurd zijn. Herinneringen als leidraad, wat blijft, en is wat blijft van enig nut voor het heden? Alles wordt herzien, gedachtegangen nagelopen, eigen oprechtheid langs de meetlat gelegd.

‘Ik vraag me af wat ik meen van wat ik zeg’, denkt de man die zijn best doet de ander niet voor het hoofd te stoten. Hij denkt graag dat het goed is zoals ‘het’ is gegaan, onmachtig zijn ongenoegen te uiten. Ik denk aan een bevriend stel in Friesland, die er alles aan deden hun ecologische voetstap tot minder dan een minimum te beperken. Dat deden ze met een diepe ernst. Ik bezocht ze tijdens een strenge winter, had een trui aan met een dubbele rand bij de hals waardoor het leek of ik twee truien over elkaar droeg. De vriend, zuinig met complimenten, zei dat ik me goed gekleed had, kijkend naar de hals van mijn trui. Ik zei, ‘Ha, ja, dat lijkt maar zo. Dit is gewoon een dubbele rand aan de trui zelf.’ De vriend begon plots te lachen, hard te lachen, sloeg zich daarbij op de bovenbenen. Ik grijnsde wat mee. Later in de trein naar huis voelde ik verontwaardiging.

De man die staat te kijken naar zijn vroegere huis denkt vaak ‘Lul’, als zijn pleegbroer hem weer eens heeft afgewezen. De man denkt sowieso meer dan hij zegt. ‘Time seems to pass. The world happens, unrolling into moments, and you stop to glance at a spider pressed to its web.’ Dit citaat gaat vooraf aan zijn dubbelroman Onze dagen en Het ongeluk uit 2007. Het geeft aan hoe ongrijpbaar de dingen voor de schrijver zijn. Alles lijkt de man, die staat te kijken naar zijn vroegere huis, te ontglippen. Weemoedig word je ervan, weemoedigheid als pianoklanken die op een herfstnamiddag door een open raam over straat uitwaaieren.
In een interview zei Verbogt, ‘Ik schrijf over de melancholie van iets wat niet is doorgegaan, de aanwezigheid van iets wat afwezig bleef.’ Daarover schrijft hij raadselachtige verhalen die iets wezenlijks raken. Prachtig boek, verrassend slotstuk!

 

Als je de stilte ziet / Thomas Verbogt / Nieuw Amsterdam (2020)
Citaat uit: The Body Artist van Don DeLillo


Inge Meijer is een pseudoniem, reist met een mondkapje, op zoek naar een goed verhaal.

Meer van Inge Meijer: