De autobiografische roman van Alfred Birney, De tolk van Java, getuigt van de verpletterende last van de geschiedenis. Over de wreedheden begaan door ‘onze jongens’ in Nederlands-Indië tijdens de zogenaamde politionele acties wil niet iedereen graag horen. Over de doorwerking daarvan op het leven van latere generaties is vrijwel niets bekend. Het besluit van de Nederlandse regering in 2017 om de gang van zaken tijdens de dekolonisatie te laten uitzoeken komt dan ook niets te vroeg. Het uitgestelde eindrapport van de onderzoekscommissie wordt tenslotte eind 2021 verwacht en belooft nu al veel explosief materiaal te bevatten. Voor mij was het aanleiding om onlangs de collegedag over de koloniale geschiedenis bij te wonen in Museum Bronbeek, georganiseerd door Het Historisch Nieuwsblad.

Bij de opening werd door een medewerker vol trots en als nieuwe aanwinst een kolossaal schilderstuk gepresenteerd van koning Willem III in vol ornaat en ten voeten uit door Nicolaas Pieneman. Over deze Oranjetelg, oprichter van Bronbeek als tehuis voor oud-KNIL-militairen en schenker van het landgoed, weet de website Historiek het volgende te melden: ‘Omdat Willem III bekend staat als een bruut, die volgens sommigen enkel geeft om jacht, drank en vrouwen, krijgt hij internationaal de naam ‘koning Gorilla’. Volgens de socialisten bestempelt Willem III zijn volk als ‘domme ossen, gepeupel en uitschot’. Je vraagt je af waarom je blij moet zijn met zo’n protserig schilderij van deze ‘Gorilla’.

In Bronbeek staat de geschiedenis van het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL) en zijn tegenstanders centraal. Het museum wil de kennis en het bewustzijn van het Nederlandse koloniale verleden vergroten en hiervoor belangstelling wekken. Maar de collectie bestaat grotendeels uit rommel zoals militaire parafernalia met kanonnen en ander wapentuig, medailles, linten, uniformen en borstbeelden van, eh,… van Van Heutz!? Verder kiekjes van soldaten en van wreedheden begaan door de Japanners. Het verhaal van Alfred Birney kan ik hier niet goed plaatsen. Nog vóór de verschijning van het rapport van de onderzoekscommissie wordt de presentatie van het museum op de schop genomen. Tsja, je zou zeggen: ‘Wacht even’. Op een vraag uit de zaal of er ook aandacht komt voor het pacifisme, klonk een onderdrukt gelach, zeker toen de medewerker eventjes van slag leek en vervolgens met militaire duidelijkheid antwoordde: ‘Nee, ik begrijp niet wat u bedoelt’. Met een gevoel van bitterheid, grinnikte ik bij de gedachte: ‘Geen pacifisme, wel pacificatie natuurlijk.’

 


Huub Bartman is als historicus en interesseert zich voor de twintigste-eeuwse Europese geschiedenis en schrijft daarover en zoekt verbindingen.