Overwegingen halverwege een boek 1

door Menno Hartman

Ik lees Verloren Illusies van Honoré de Balzac. ‘Wat moet je lezen als je een boek uit de negentiende eeuw wilt lezen,’ vroeg ik iemand die er verstand van heeft. ‘Balzac,’ was het onmiddellijke antwoord. ‘Meer wisecracks op de vierkante centimeter dan welke andere auteur dan ook.’

Door een boek van een redelijke jonge Latijns-Amerikaan, Andrès Neuman, De tijdreiziger, was ik weer een beetje op het spoor van deze-eeuw-waarin-alles-begon gezet. Of anders wel door Umberto Eco’s De begraafplaats van Praag, waarin Eco de holocaust laat kiemen in de complotrijke wereld van revolutionairen in de eeuw van de eenwording van Italië en Duitsland. In Balzacs Verloren illusies is de revolutie ook niet zo ver weg, niet meer dan een halve eeuw. En de hoofdfiguur Lucien worstelt met zijn nederige afkomst en liefde voor een adellijke dame. In het dorp maakt de bourgeoisie hem belachelijk. Liberté, egalité, fraternité, maar rond 1830 is de wereld nog altijd verdeeld in standen. Balzac heeft inmiddels wel de mogelijkheid erover te schrijven.

Een ‘overweging halverwege een boek’ geeft weinig kansen iets over het einde kwijt te kunnen. Zover ben ik nog niet. Maar des te meer redenen om te zien of het boek te vergelijken is met andere boeken, want dat is toch wat een lezer lezende doet. Binnen 30 pagina’s moet duidelijk zijn of je doorleest. En waarom niet wachten tot ik het boek uit heb om met een weloverwogen oordeel te komen? Omdat ik context boeiender vind dan oordeel. Omdat ik graag boeken lees waarvan ik het een gotspe zou vinden ze van een eindoordeel te voorzien. Omdat ik een boek nooit uit heb maar er altijd midden inzit.

Welnu, waar lijkt dit boek op, en waarin onderscheidt het zich? Het relaas van een begaafde jongeling die uit zijn milieu tracht te komen, zou ook een omschrijving van Stendhals Rood en zwart kunnen zijn. Dat de toon overeenkomt is niet zo vreemd, Stendhal is maar een beetje ouder, zijn werk heeft ook romantische en realistische kenmerken. Bij Stendhal moet de religie het steeds veel meer ontgelden. Stendhal kan je lezen als een geestige afrekening met de hypocrisie van het toenmalige katholicisme. Daar lijkt Balzac nog maar weinig mee op te hebben. Balzac fileert opgeblazen persoonlijkheden. Iets waar ik altijd erg enthousiast van wordt. Een mooie wisecrack dan maar in deze beschrijving van een van de salonbezoekers: “Iemand die zich onbekommerd op de stroom van de gebeurtenissen laat meedrijven en ervoor zorgt dat hij het hoofd boven water houdt, zodat het lijkt of hij de gebeurtenissen zelf leidt, wat dan nog slechts een kwestie van behendig sturen is.” (vertaling Jan Versteeg) Dat is toch mooi, je kunt je er menig politicus bij voorstellen.

Er wordt geduelleerd. Dat koude feit en de liefdesperikelen tot in de venijnige details beschreven brengen ook Choderlos de Laclos in gedachten met zijn Liaisons Dangereuses, wat wel wat vroeger geschreven is en dan ook nog nadrukkelijk het ancien regime aan de lezer toont. Tolstoj is later, en in een werk als Oorlog en vrede speelt in de salons wel een gelijkluidend gekonkel van ‘erbij horen’ of net niet, een rol. Centrum en periferie, nog zo’n typische Russische hang up die ook Balzac in deze roman niet vreemd is. Twee aan elkaar grenzende stadsdelen waarvan er een wel goed is, en het andere net niet, maatschappelijk gezien.

Vage aanduidingen van gelijkenis, maar de auteurs hebben elkaar allemaal kunnen tegenkomen (zijn elkaar wellicht ooit tegengekomen?) Dat Tolstoj Balzac las kunnen we zeker weten. Dus, waarin onderscheidt Verloren Illusies zich? Puntiger dan Tolstoj, psychologischer  dan Stendhal, luchtiger dan De Laclos. En dan weer: minder filosofisch dan Tolstoj, minder alomvattend dan Stendhal, minder venijnig dan De Laclos.

In ‘overwegingen halverwege een boek’ zit ook het vorige boek althans deze lezer nog in het hoofd: Shuzaku Endo The Girl I Left Behind, een prachtig verhaal over een man, die een meisje niet al te goed behandelt, haar achterlaat, in zijn leven nog een paar keer van haar hoort, haar niet uit zijn hoofd krijgt, haar tracht te achterhalen, net te laat is.

De zus van Lucien is een Endomeisje, een meisje waarvan je vermoedt dat de egocentrische Lucien haar achter zal laten, terwijl zij alles voor hem gedaan heeft.

Ik lees door in Balzac omdat de randfiguren me interesseren, en omdat ik bijna niemand mooier in kort bestek mensen op hun plaats heb zien zetten dan Balzac dat kan. Een andere salonbezoeker is in Balzacs omschrijving bijvoorbeeld: ‘Iemand bij wie alleen de leegte diep gaat,’ en een derde bladert overdag wat in Cicero opzoek naar een passage die hij ’s avonds in de salon met betrekking tot een actuele gebeurtenis achteloos kan laten vallen. Ik ben voldoende misantroop om deze kant van Balzac zeer te waarderen.

 

De volgende keer hoop ik halverwege Yourcenars Hadrianus gedenkschriften te zijn.

Recent

18 november 2019

Ingehouden roekeloosheid

Literair Nederland - 10 jaar geleden

22 november 2009

door Frank Heinen

Jean Mattern was tot op heden vooral bekend als uitgever van veel belangrijke Nederlandse auteurs. Nu is er zijn eigen debuut, De baden van Kiraly. Moet deze schoenmaker zich bij z’n leest houden of kan Harry Mulisch op zoek naar een nieuwe uitgever in Frankrijk?

De baden van Kiraly beschrijft een cruciale fase in het leven van Gabriël, net als Mattern een Franse intellectueel met roots in de Balkan. Gabriëls leven lijkt op het eerste gezicht een successtory: opgegroeid op het Franse platteland, zich dankzij de literatuur ontworsteld aan het ietwat proletarische dorpsleven verhuist naar Groot-Brittannië om daar te gaan studeren en wordt op de koop toe nog verliefd ook.

Lees meer