25 april 2017

Atjeh – Anton Stolwijk

Open kaart over Nederland in Atjeh

Recensie door Daan Pieters

Het valt nauwelijks nog te bevatten in onze gemediatiseerde samenleving, maar beeldt u zich eens in dat de Nederlandse overheid aan de andere kant van de wereld een jarenlange oorlog voert waar u nauwelijks iets over hoort. In Atjeh – het verhaal van de bloedigste strijd uit de Nederlandse koloniale geschiedenis schetst Anton Stolwijk een beeld van de Atjeh-oorlog, een van de vele grotendeels vergeten koloniale conflicten die ver van Europa werden uitgevochten. Hij overspant daarbij de periode van 1873, toen de Hollanders in het meest westelijke deel van Sumatra landden, tot 1942, het jaar waarin de Japanners een einde maakten aan de Nederlandse bezetting.

Zoals elk behoorlijk historisch werk is dit boek gebaseerd op een gedegen bronnenonderzoek. De auteur dook in archieven, verdiepte zich in oude kranten en boeken en ging op zoek naar informatie in Atjeh zelf. Het risico dat daarbij dreigt, is natuurlijk dat de lezer een droog feitenrelaas krijgt voorgeschoteld. Stolwijk weet die klip echter handig te omzeilen met behulp van een beproefde methode: hij wisselt historische passages af met het relaas van zijn eigen rondreis door het huidige Banda Aceh, waarbij hij veel gewone burgers hun verhaal laat vertellen. Zo wordt het boek onder meer verlevendigd met verhalen over een man die openbare filmvertoningen organiseert, een helderziende, een bekeerde Duitser die gebakken banaan verkoopt in een kraampje dat hij naar voetbalclub Bayern München heeft genoemd, een rijke Chinees die een trouwpartij organiseert voor zijn dochter enzovoort.

David Van Reybrouck deed het Stolwijk al voor door gewone Congolezen aan het woord te laten in zijn boek over de voormalige Belgische kolonie; de lijst van Europese landen die nog niet in het reine zijn gekomen met hun koloniale verleden is behoorlijk lang. Die techniek levert een nieuw soort historische literatuur op, doordrongen van het besef dat geschiedenis niet alleen te maken heeft met generaals, veldslagen, jaartallen en adellijke huwelijken, maar in de eerste plaats over (gewone) mensen gaat. Een volledig overzicht van de inhoud van het boek zou ons te ver leiden, maar het is duidelijk dat Stolwijk zonder vooroordelen in het koloniale verleden van Nederland duikt, waarbij hij de verantwoordelijkheid van de Atjehers zelf evenmin uit de weg gaat. Door eindelijk volledig open kaart te spelen over de koloniale geschiedenis, kan zich op die manier een louteringsproces voltrekken, zonder nostalgische tempo-doeloeromantiek of cultuurrelativisme.

Uit Stolwijks relaas blijkt vooral dat het Nederlandse koloniale beleid gekenmerkt werd door een zeker pragmatisme en zelfs richtingloze inconsistentie: het oproer in Atjeh stond de handel in onder meer suiker, rubber, peper en later aardolie in de weg en werd op uiteenlopende wijzen aangepakt. Nu eens werden er veldtochten georganiseerd waarbij hele dorpen werden platgebrand, dan weer trokken de Nederlanders zich terug in de omgeving van verdedigingswerken of probeerden ze de bevolking te paaien met een verzoeningsgebaar, zoals de bouw van een nieuwe grote moskee.

Later, onder invloed van de Nederlandse arabist en islamoloog Christiaan Snouck Hurgronje, een kleurrijke figuur die zich tot de islam bekeerde en enige tijd door het leven ging als ‘Abdul Ghaffar’, werd het oproer vooral bestreden door middel van spionage en zogenaamd ‘chirurgisch geweld’: de gerichte aanpak van hardnekkige verzetshaarden. Die waren vaak verscholen in het armoedige binnenland van Atjeh, van waar ook in de twintigste eeuw de beweging voor de onafhankelijkheid van Atjeh de centrale Indonesische macht zou bestrijden.

In het algemeen berustte het Indische gezag op indirect bestuur, wat wil zeggen dat de inheemse vorsten op hun troon bleven zitten, al deden ze natuurlijk niet zomaar hun zin. In Java lukte dat relatief goed, hoewel kritische stemmen als Multatuli niet nalieten om de uitbuiting van de inlandse bevolking aan de kaak te stellen. Die pragmatische aanpak staat in schril contrast met de centralistische houding van bijvoorbeeld Frankrijk: zo werd de Algerijnse kolonie door Parijs zonder meer beschouwd als een verzameling overzeese Franse departementen. Wegens het hardnekkige verzet van de inlandse bevolking kwam Atjeh echter vanaf 1874 onder direct Nederlands bestuur te staan. Het mocht niet baten: de guerrillaoorlog, die voor een belangrijk deel te maken had met de strenge vorm van de islam die nog steeds wordt beleden in Atjeh, zou nog jaren aanslepen.

Een van de gruwelijkste passages uit dit boek gaat over het bloedbad van Tampeng, een plaatsje in het binnenland van Atjeh waar vrijwel de hele bevolking werd uitgemoord. De uitleg die daarvoor werd gegeven, was dat Atjehers alles inzetten voor de strijd, zelfs vrouwen en kinderen. Tot op zekere hoogte klopte dat zelfs: voor wie omkwam in de strijd tegen de ongelovige Hollanders, wachtte immers het paradijs. Toch leek het tij te keren naarmate in Nederland het besef groeide dat er een wrede, uitzichtloze oorlog woedde in Atjeh. De publieke opinie werd beroerd in oktober 1907, toen een lang anoniem stuk van een oud-officier werd gepubliceerd. Daarin klaagde hij de wreedheden van het Nederlandse leger in Atjeh aan. Als gevolg van de morele verontwaardiging gaf koningin Wilhelmina het startsein voor een ‘ethische politiek’, maar in de praktijk veranderde er vrij weinig. Tegen 1914 was het verzet min of meer gebroken. Alleen al tussen 1899 en 1909 vielen er ongeveer 20.000 dode Atjehers te betreuren, tegenover een vijfhonderdtal Nederlanders.

Na de Japanse invasie tijdens de Tweede Wereldoorlog en de daaropvolgende Indonesische onafhankelijkheidsoorlog was de ellende nog niet afgelopen in Atjeh: van 1976 tot 2005 woedde er weer een conflict met het centrale Indonesische gezag dat nog eens 15.000 slachtoffers eiste en pas eindigde toen de opstandige provincie verregaande autonomie kreeg. Zo kon onder meer de sharia worden ingevoerd. Stolwijk weidt in het slot van zijn boek niet uit over het hedendaagse Atjeh, maar geeft alleszins de indruk dat hij nog tonnen materiaal heeft liggen waar hij in de toekomst nog uit kan putten.

 

Atjeh
Anton Stolwijk
het verhaal van de bloedigste strijd uit de Nederlandse koloniale geschiedenis
Verschenen bij: Uitgeverij Prometheus
ISBN: 9789035143760
264 pagina's
Prijs: € 19,95

Meer van Daan Pieters:

15 mei 2017

Wat een schrijver lijden kan

Over 'De Weergekeerde Bloem' van Wessel te Gussinklo
2 mei 2017

Oorlogsleed in een zinken kist

Over 'Zinkjongens' van Svetlana Alexijevitsj

Recent

23 juni 2017

Een disharmonisch tegengeluid

Over 'De wolkenmuzikant' van Ali Bader
22 juni 2017

Een lekker tussendoortje

Over 'De spionne' van Jean Echenoz
21 juni 2017

Van een fascinerende wispelturigheid

Over 'J.B.W.P.Het leven van Johan Polak' van Koen Hilberdink
20 juni 2017

Een mens van vlees en bloed

Over 'Chelsea Girls' van Eileen Myles
19 juni 2017

Stinkende lijven en slapeloze nachten

Over 'Tien dagen die de wereld deden wankelen' van John Reed

Verwant