Rudy Kousbroek prees in een van zijn essays in De archeologie van de auto, de 2CV als een wagen die gespeend was van elke pretentie, een vervoermiddel gelijk aan de eenvoud van een keukentafel, bed of koelkast.

We waren nog nooit zo zorgeloos op vakantie gegaan, er was niets hoog te houden, het was wat het was. Op die laatste mooie zomerdag in augustus stonden we om vijf uur op. Sjorden de koffer op het bagagerek op de kofferklep van de 2CV en zochten met onze voeten een plaats tussen de plastic kledingzakken, proviand en onder stoelen weggestopte slaapzakken. We vertrokken en vroegen ons niet af of het huis goed was afgesloten, of alles wel meegekomen was.  Zoon plugde de minispeakers in op zijn iPhone. Terwijl we de snelweg richting Arnhem opreden vulde David Bowie’s , Ground control to Major Tom de ruimte van het Eendje. ‘Ik heb de landkaart op tafel laten liggen, riep plots de Dochter, kunnen we nog terug?’.
‘Er is geen terug.’ zei de bestuurder, en duwde het pookje naar de vierde versnelling.

Take your protein pills and put your helmet on (gitaarslag: djungdjungdjungdjungdjung), zongen en djungden we. Het geluid van de klapperende raampjes, het wapperende doek boven ons hoofd versterkten het gevoel van onoverwinnelijkheid; For heeeere am I sitting in a tin can. In Maastricht  zochten we naar een NL sticker voor op de Eend. We dwaalden wat en kwamen uit bij Boekhandel De Tribune in de Kapoenstraat. Metershoge boekenkasten langs de wanden, boekentafels in het midden en overal waar een tafeltje kon staan, stond er een. Een grote collectie kunst- en fotoboeken en veel originele Engels-, Frans- en Spaanstalige uitgaven van onder meer Celan, Marques en Woolf. Ik schoof langs de kasten terwijl Mijn lief met een boekverkoper onderhandelde: ‘Kun je er niet een máken dan’. Waarop het onzekere lachje van de boekverkoper klonk: ‘Nu? Ja, Dat zou wel kunnen.’  Van een afstand zag ik hem plaatsnemen achter een computer. Mijn Lief ging, nog net niet in zijn nek hijgend, pal achter hem staan. Hij begon aanwijzingen te geven waarop gegoogeld zou kunnen worden.

Ik moest iets doorbreken en riep: ‘Dan moet je er wel een boek bij kopen.’ Dat liet ie beter aan mij over, zei hij.
Ik snakte ondertussen naar een groot literair werk maar raakte verward en koos voor een werkje van een schrijfster die door haar man ‘De schrijver’, aan de kant was gezet. Daar had ze een boek over geschreven. Het was zoiets als op een verjaardag een gebakje moeten kiezen en dan maar een slagroomsoes neemt, die er het smakelijkst uitziet maar nogal kleverig blijkt.

’s Avonds misten we bij Bastogne in België een afslag en reden Luxemburg binnen waarvan we nog zo gezegd hadden dat we daar niet heen wilden. De dag daarop begon het te regenen en het hield maar niet op. Regenwater sijpelde door de kieren boven het dashboard en bij de deuren naar binnen. Maar het gaf niet. We hadden een NL sticker en niets te verliezen.